woensdag 4 januari 2012

Peerkarameltaart

Deze week is het hamsteren en natuurlijk hamster ik ook. Ik hamster kwark, voor zover je dat natuurlijk kunt bewaren. Een van de smaken is peerkaramel; een nieuwe seizoensmaak. Jammer dat ze de kersenchocolade niet meer hebben, want die vond ik erg lekker.


Peerkarameltaart

(quiche- of springvorm met doorsnee van 22 cm)
  • 100 gram boter
  • 175 gram mariabiscuitjes
  • 50 gram witte chocolade
  • 3 eetlepels dulce de leche (of gebruik ± 30 gram meer chocolade)
  • 1 peer
  • 1 eetlepel perenlikeur (of perensap of water)
  • wat citroensap
  • 1 beker peerkaramelkwark (450 gram)
  • 2 deciliter slagroom
  • 3 blaadjes gelatine
Smelt de boter maar laat deze niet bruin worden. Verkruimel de biscuitjes in een keukenmachine. Roer de kruimels door de gesmolten boter.
Leg op de bodem van een quiche- of springvorm een velletje bakpapier. Verdeel het bodemmengsel hierover en druk aan met de bolle kant van een lepel. Zet een half uurtje in de koelkast.
Laat de witte chocolade smelten. Roer de dulce de leche erdoor. Bestrijk de koekjesbodem met dit mengel. Laat een half uurtje opstijven in de koelkast.
Week de blaadjes gelatine ± 5 minuten in koud water.
Schil de peer. Snijd in vieren en haal het klokhuis eruit. Snijd elke kwart in dunne schijjfjes. Bedruppel met wat citroensap. Giet de likeur en een lepel water erbij. Verhit ± 2,5 minuut in de magnetron tot de peer wat zachter is geworden. Giet het vocht in een kommetje.
Knijp de gelatine uit en los op in het warme perenvocht. Klop de slagroom stijf. Klop het gelatinemengsel goed door de kwark en spatel daarna de slagroom erdoor. Van mij hoefde er geen extra suiker door. Verdeel het kwarkmengsel over de taartbodem. Laat minimaal 3 uur opstijven in de koelkast.
Leg de plakjes peer op de bovenkant van de taart. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen