woensdag 28 november 2012

Macarons (chocolade-sinaasappel)

Chocolade en sinaasappel, dat blijft een van mijn favoriete combinaties. Stiekem vind ik de partjes "sinaasappeljelly" met "pure" chocolade eromheen best lekker. Die zijn voor als het makkelijk moet. Deze macarons voor als het ietsje meer tijd mag kosten. 


Macarons (chocolade-sinaasappel)
(20-24 stuks)
  • 100 gram amandelmeel
  • 200 gram poedersuiker
  • 3 eiwitten
  • snuf zout
  • 40 gram fijne kristalsuiker
  • 1 eetlepel cacao
  • schil van 1 sinaasappel, heel fijn geraspt
  • 100 gram pure chocolade, gehakt
  • 0,75 dl slagroom
  • 3 eetlepels marmelade
  • 2 eetlepels sinaasappellikeur (of tot 2 eetlepels ingekookt sinaasappelsap)
Verwarm de marmelade iets en zeef de schilletjes eruit. (die worden niet gebruikt, doe ze gewoon weer terug in de pot) Doe de chocolade in een hittebestendige kom. Verhit de room samen met de likeur (of sap). Giet het hete mengsel over de chocolade. Laat even staan en roer dan door totdat de chocolade gesmolten is. Meng de marmelade erdoor. Laat afkoelen terwijl je de macarons maakt. Zet niet in de koelkast, want dan wordt het te hard om mee te werken.
Bekleed 2 bakplaten met bakpapier of iets dergelijks. 
Meng het amandelmeel, de poedersuiker en cacao in de keukenmachine door elkaar. Je zou dit ook wel in een kom kunnen doen, maar het stuift erg en je hebt kans op klonten. 
Klop de eiwitten in een vetvrije kom met een snuf zout zo stijf dat je pieken kan vormen. Klop dan op matige snelheid de suiker er theelepel voor theelepel door. Je moet een glanzend, stevig schuim krijgen. Klop op het allerlaatst de sinaasappelrasp mee. Schep dan met een lepel het amandelpoedersuikercacaomengsel erdoor. Schep ± 1 minuut om zodat alles verdeeld is en het mengsel langzaam van de lepel afdruipt. Doe over in een spuitzak met een glad mondje van 1 cm doorsnee. 
Spuit op de beklede bakplaten rondjes met een doorsnee van ± 3 cm. Laat ze minimaal 15 minuten, maar het liefst langer, staan. Er vormt zich dan een heel dun vliesje waardoor de macarons straks een knisperig buitenlaagje hebben maar nog een zachte binnenkant. 
Warm de oven voor op 160C. Bak de macarons (1 bakplaat tegelijk) 10 minuten. Laat ze afkoelen op het bakpapier. 
Als ze afgekoeld zijn haal ze er dan voorzichtig af. Doe de vulling in een spuitzak en spuit op de platte kant van een macaron een dotje vulling. Dus niet de hard want dan breek je door de onderkant heen. (voorzichtig smeren met een lepeltje of mesje lukt ook, als je net iets minder strakke macarons wilt, en geen gedoe wilt met een spuitzak) Dek af met een macaron, ook met de platte kant. Laat nog een half uurtje opstijven in de koelkast voordat je ze gaat eten. 
Bewaar ze in de koelkast. Ze worden in de loop van de tijd wel slapper, dus maak ze het liefst zo kort mogelijk van tevoren. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen