vrijdag 28 februari 2014

Ricottataart met dadels en limoen

Bij de groothandel had ik een bak van 1,5 kilo ricotta gekocht omdat ik een keer een taart met ricotta wou maken, en dat prijstechnisch wel een stukje gunstiger was dan de bakjes van 250 gram. In het oorspronkelijke recept van Yvette van Boven gaat een kilo ricotta. Omdat mannetje Q deze taart waarschijnlijk niet lekker zou vinden, vond ik dat wel erg veel. Ik halveerde de hoeveelheden, en paste het recept ook verder wat aan.


Ricottataart met dadels en limoen
(doorsnede van 20 cm)
  • 50 gram suiker
  • 500 gram ricotta
  • 175 gram limoenmarmelade
  • 1 theelepel vanille-extract
  • 25 gram maizena
  • 3 eieren
  • 250 gram medjooldadels
  • 2 deciliter zoete, witte (dessert)wijn (of px-sherry)
  • 1 kaneelstukje
  • 4 kardemompeulen, gekneusd
  • 50 gram suiker
  • 2 blaadjes gelatine
Klem een vel bakpapier tussen de rand en bodem van een springvorm (ik gebruikte een losse, verstelbare bakring, en een losse bodem van een andere vorm) en vet de zijkanten in met wat olie of boter. 
Verwarm de oven voor op 175C.
Klop de suiker, ricotta, marmelade, vanille, maizena en eieren tot een glad mengsel. Giet het in de vorm en bak de taart in ± 1 uur gaar. Laat de taart afkoelen. 
Halveer de dadels en verwijder de pit. Laat de dadels een kwartiertje weken in de wijn. Zeef ze er daarna uit en breng de wijn met het kaneelstokje en de kardemompeulen aan de kook. Zet het vuur uit en laat een half uurtje trekken. 
Week de gelatine ± 5 minuten in koud water. Vis de specerijen uit de wijn en verwarm een deel ervan opnieuw. Los de gelatine (van het vuur af, gelatine mag niet koken want dan verlies het zijn bindkracht) in de warme wijn op en roer daarna de rest van de wijn erdoor. Laat iets lobbig worden. Verdeel de dadels over de bovenkant van de taart en strijk met een bakkwastje de gelei erover. 
Verwijder, als de gelei gestold is, voorzichtig de rand van de springvorm. Als je het aandurft schep/schuif de taart dan over op een mooi bord. Laat 'm anders gewoon op de bodem van de vorm staan. 

(bron: Homemade van Yvette van Boven - aangepast)

woensdag 26 februari 2014

Hartig taartje met rode ui, fourme d'ambert en walnoten

Dit waren lekkere taartjes. Het deeg was goed gelukt. Goed knapperig. Bladerdeeg blijft toch vaak nat en slap, zeker de bodem. Dat ligt denk ik ook aan mijn oven, want die kan alleen op hetelucht. De toekomst biedt echter hoop. Ik heb een nieuwe oven (erbij), die ook gewoon onder- en bovenwarmte heeft, en zelfs een stand voor extra onderwarmte voor een extra knapperige korst. De volgende keer als ik hartige taart ga maken, ga ik een vergelijking doen door in beide ovens dezelfde taartjes te bakken.


afbeelding-hartige-taart-ui-fourme-d'ambert

Hartig taartje met rode ui, fourme d'ambert en walnoten

(6 taartjes, doorsnee 9 cm)
  • 160 gram bloem
  • 20 gram volkorenmeel
  • 1 theelepel bakpoeder
  • 1 theelepel verse rozemarijn, heel fijn gehakt
  • 90 gram koude boter, in blokjes
  • 2 theelepels azijn
  • ± 1 eetlepel ijskoud water
  • 300 gram rode ui
  • 1 eetlepel olijfolie
  • 1 theelepel bruine basterdsuiker
  • 1 eetlepel balsamicoazijn
  • peper, zout
  • 50 gram walnoten, grof gehakt
  • 100 gram fourme d'ambert
Meng in een keukenmachine de bloem, volkorenmeel, bakpoeder, rozemarijn en boter tot kruimels. Doe er de azijn en een drupje water bij en draai zo kort mogelijk tot het deeg samenkomt. Misschien moet er nog een drupje water bij. Vorm het deeg tot een bal en doe in een plastic zakje en laat minimaal een half uurtje rusten in de koelkast. 
Snijd de rode ui in halve ringen. Verhit de olie in een koekenpan en fruit de uien een paar minuten aan. Doe de bruine suiker en de azijn erbij en laat de suiker smelten. Laat de uien met de deksel op de pan op het laagste vuur nog 5-10 minuten smoren. Controleer af en toe of ze niet aanbakken. Breng op smaak met peper en zout. 
Vet de vormpjes in met wat boter en bestrooi met paneermeel. Verdeel het deeg in 6 stukjes en rol ze uit tot cirkels met een diameter van 11-12 cm en bekleed de vormpjes hiermee. Prik de bodem in met een vork en zet ze nog 15 minuten in de koelkast. 
Verwarm de oven voor op 175C. 
Leg een velletje bakpapier in de deegvormpjes en vul ze op met een steunvulling of gedroogde peulvruchten. Bak de deegbodems 15 minuten. Verwijder dan de steunvulling en bakpapier en bak ze nog 5 minuten. 
Verdeel de uien over de taartjes. Verdeel de kaas en walnoten erover. Bak de taartjes nog 25-30 minuten tot de kaas licht kleurt en de deegbodems gaar zijn. 

(bron: Delicious januari 2014, iets aangepast)

dinsdag 25 februari 2014

Kabeljauw met parmezaanse kaas en tomaat (foodblogswap)

De foodblogswap deed me deze maand een kijkje nemen op de blog van Claudi, www.foodenhealth.nl. Om eerlijk te zijn, kwam het koken van haar blog even onderaan het lijstje te hangen. Gelukkig zag ik dit recept waar weinig voor nodig was. Toevallig had ik nog een stukje kabeljauw over van een dag eerder, zodat ik dit mooi als lunch kon maken.
Een kleine aanpassing: Ik deed alleen geen teentje knoflook door de tomatenblokjes zoals het recept aangaf omdat ik geen zin had om de hele middag knoflook te proeven.

Ik weet dat 10-15 gram kaas niet veel lijkt, maar ik heb zo'n mooie microplane rasp die een heel klein stukje kaas in een enorme berg rasp omtovert.



Kabeljauw met parmezaanse kaas en tomaat

(1 persoon)
  • ± 125 gram kabeljauwfilet
  • peper, zout
  • 1 tomaat
  • iets knoflook (eventueel)
  • 1 eetlepel olijfolie
  • 10-15 gram parmezaanse kaas
Verwarm de oven op 180C. 
Dep de kabeljauw droog en bestrooi met wat zout en peper. Leg de vis in een ovenschaaltje en doe er 1 lepel water bij. Rasp de parmezaanse kaas erover. Bak de vis in 12-15 minuten gaar. 
Zet - afhankelijk van hoe sterk je gril is - de gril er de hele tijd, of de laatste paar minuten bij aan zodat de kaas mooi goudbruin kleurt. 
Snijd ondertussen de tomaat in kleine blokjes en schep om met de olie (en eventueel knoflook).
Als de vis gaar is, schep je de tomatenblokjes erop. 

zondag 23 februari 2014

Chocolademousse met sambucavijgen

Ik denk dat ik nu wel ongeveer een basisrecept voor pure chocolademousse gevonden heb. Met de basis valt genoeg te variëren. Deze keer met gedroogde vijgen geweekt in sambuca. Laatst ook al een keer met stukjes sinaasappel en een drupje cointreau. De basis van deze mousse staat of valt wel met echt goede chocolade. Ik gebruik uit de Finest Selection van Callebaut de variant Satango, met een cacaopercentage van 72. Die zijn mooie druppels die ook goed smelten.
Voor de witte chocolademousse heb ik helaas nog geen perfect recept gevonden.


Chocolademousse met sambucavijgen

(6-8 glaasjes)
  • 200 gram pure chocolade
  • 0,75 deciliter slagroom
  • 1,25 deciliter melk
  • 3 eiwitten
  • 6 gedroogde vijgen
  • 1 eetlepel sambuca
Snijd 2 vijgen in dunne plakjes en de rest in kleine stukjes. Doe ze in een bakje met de sambuca en verhit heel even in de magnetron. 
Hak de chocolade grof (of gebruik druppels) en doe in een hittebestendige kom. Voeg de slagroom en melk toe. Hang de kom boven een pan met een laagje bijna kokend water. Laat de chocolade smelten; beweeg de kom af en toe en roer voorzichtig. Roer op het laatste alles goed, maar rustig, door elkaar. Laat de chocolade iets afkoelen, maar ze moet nog wel makkelijk om te scheppen zijn. 
Klop de eiwitten stijf in een brandschone en vetvrije kom. 
Spatel de eiwitten rustig door de chocolade. 
Verdeel de stukjes vijg over de glaasjes. Schep de chocolademousse hierop. Leg de schijfjes vijg op de mousse. Laat de mousse een paar opstijven in de koelkast. 

vrijdag 21 februari 2014

Appeltaart met anijs

Waarom schil je appels voor in de appeltaart? Bij mijn weten staat in bijna elk appeltaartrecept voorgeschreven dat je ze moet schillen. Maar waarom? Als het goed is, gebruik je in een appeltaart geen moesappel, dus het schilletje komt niet ergens los in de appeltaart te zitten. Voor deze taart schilde ik de appels dus niet. Dat scheelt een hoop werk. Mannetje Q had geen commentaar, voortaan gaan bij mij de appels ongeschild in de appeltaart.



Appeltaart met anijs

(springvorm van 22 cm doorsnee)
  • 1 eetlepel anijszaad
  • 300 gram zelfrijzend bakmeel
  • 180 gram koude boter, in blokjes
  • 150 gram bruine basterdsuiker
  • 1 ei
  • 2,5 deciliter melk
  • 15 gram custardpoeder
  • 15 gram suiker
  • 2 eetlepels sambuca
  • 800 gram appels
Wrijf het anijszaad fijn in een vijzel. 
Meng in een keukenmachine de boter, het bakmeel, de suiker en het anijszaad tot een kruimelig mengsel. Voeg dan het ei toe en meng verder tot het een samenhangend deeg vormt. 
Klem een vel bakpapier tussen de bodem en de rand van een springvorm. Vet de zijkanten in en bestrooi met wat paneermeel. 
Druk het deeg over de bodem en de wand van de vorm uit. 
Roer het custardpoeder en de suiker met een lepel melk tot een papje. Breng de rest van de melk aan de kook. Roer het papje door de kokende melk en laat nog 1 minuut doorkoken. Laat iets afkoelen en roer de sambuca door de custardvla. Verdeel de vla over de deegbodem. 
Verwarm de oven voor op 180C. 
Snijd de appels in kwarten, verwijder het klokhuis en snijd ze dan in stukjes. Verdeel de stukjes over de custardvla. Bak de appeltaart in ± 1 uur gaar en bruin. 

woensdag 19 februari 2014

Koffiezwartebessentaart met anijs

De zwarte bessenstruik staat nu een beetje zielig met een kluit aan zijn voeten in een plastic zak op de oprit. Onderweg naar een nieuw plekje. Ik heb geen volkstuin meer, en wij hebben zelf geen tuin bij het huis. Waarschijnlijk (hopelijk ;.) ) komt hij bij mijn ouders in de tuin te staan. En als ik ze lief aankijk, mag ik dan vast nog wel wat van de oogst hebben. In elk geval kwamen deze zwarte bessen nog van mijn eigen oogst en uit mijn eigen vriezer.
De combinatie met koffie en anijs komt uit de smaakbijbel van Niki Segnit, een boek waar ik af en toe op teruggrijp als ik even niet meer weet wat ik allemaal met een ingrediënt kan doen.



Koffiezwartebessentaart met anijs

(springvorm 22 cm)
  • 100 gram boter
  • 100 gram suiker
  • 2 eieren
  • 100 gram bloem
  • 1 theelepel bakpoeder
  • 1 eetlepel melk
  • 2 theelepels oploskoffie
  • 2 deciliter slagroom
  • 2 deciliter melk
  • 1 theelepel anijszaad
  • 40 gram suiker
  • 2,5 blaadje gelatine
  • 1 eetlepel sambuca
  • 200 gram zwarte bessen
  • 1 eetlepel honing
  • 1 blaadje gelatine
  • 1 eetlepels cassislimonadesiroop
Klem een vel bakpapier tussen de bodem en de rand van de springvorm en vet de zijkanten in. 
Klop de boter met de suiker een paar minuten tot een romig mengsel. Klop 1 voor 1 de eieren erdoor. Los de koffie op in de melk; verwarm hiervoor de melk eventueel even in de magnetron. Klop dit door het beslag. Meng als laatste de bloem en het bakpoeder erdoor. Verdeel het beslag over de vorm. Bak de cakebodem op 180C in 20-25 minuten gaar. Laat de cakebodem afkoelen in de vorm. 
Week de 2,5 blaadjes gelatine ± 5 minuten in koud water. Wrijf het anijszaad fijn een vijzel. Breng de melk met de slagroom, suiker en anijszaad aan de kook. Los, van het vuur af, de gelatine op in het hete melkroommengsel. Roer de sambuca erdoor. Laat de panna cotta afkoelen en lobbig worden. Verdeel dan over de cakebodem en laat verder opstijven in de koelkast. 
Week het ene blaadje gelatine ± 5 minuten in koud water. Breng de zwarte bessen, de honing, de limonadesiroop en 0,6 dl water aan de kook en laat 1 minuut koken. Druk de bessen een klein beetje fijn. Schep het vocht in een kommetje en laat hierin de gelatine oplossen. Roer dit daarna weer door de zwarte bessen. Laat het iets afkoelen en verdeel daarna over de panna cotta. Laat nog minimaal 2 uur opstijven in de koelkast. 

maandag 17 februari 2014

Appelkruimeljamtaart

Door de kokos in het kruimellaagje krijg je net een ander smaakje in deze taart. Maak meteen een dubbele hoeveelheid, en vries de helft losjes in. Een volgende keer strooi je dat dan snel over een andere taart.



Appelkruimeljamtaart

(rechthoekige vorm van ± 20 bij 30 cm)
  • 175 gram zachte boter
  • 175 gram rietsuiker
  • 3 eieren
  • 125 gram zelfrijzend bakmeel
  • 50 gram havermout
  • 200 gram jam (bv bosbessen)
  • 500 gram appels
  • 50 gram koude boter, in blokjes
  • 25 gram rietsuiker
  • 25 gram geraspte kokos
  • 25 gram bloem
  • 25 gram havervlokken
Leg een vel bakpapier op de bodem van de vorm en vet de zijkanten in.
Klop de zachte boter met de suiker romig. Klop 1 voor 1 de eieren erdoor. Meng dan het zelfrijzende bakmeel en de havermout door het beslag. Verdeel het beslag over de vorm. 
Verdeel de jam over het beslag in de vorm. 
Snijd de appels in vieren, verwijder het klokuis en snijd ze in stukjes. Verdeel de appel over de jam. 
Verwarm de oven voor op 175C.
Meng boterblokjes, rietsuiker, kokos, bloem en havervlokken in een een keukenmachine tot een kruimelig mengsel. (dit kun je eventueel ook doen door het mengsel tussen je vingers te wrijven). Verdeel de kruimellaag over de appelblokjes. 
Bak de taart in ± 50 minuten gaar en lichtbruin. 

vrijdag 14 februari 2014

Boerenkooltaartje


Boerenkool, en dan het liefst nog aan de stronk, is helemaal hip deze winter. De magazine's van de diverse supermarkten hadden allemaal niet-stamppotrecepten met boerenkool. Dan kan ik met mijn blog natuurlijk niet achterblijven. Naast dat het hip is, is boerenkool natuurlijk ook gewoon lekker.


Boerenkooltaartje

(doorsnee 14 cm)
  • 5 plakjes filodeeg
  • 250 gr boerenkool (aan de stronk, schoon gewicht)
  • 3 eetlepels olijfolie
  • 1 teentje knoflook
  • chiliflakes naar smaak
  • 10 kalamataolijven, in plakjes
  • 1 ei
  • 2 eetlepels crème fraîche
  • 2 eetlepels tomatentapenade
Laat het filodeeg in de verpakking ontdooien.
Vet de vorm in en/of bekleed met bakpapier. 
Ris de boerenkool van de stronk en snijd grof. Verhit 1 eetlepel olie in een koekenpan of wok en fruit de uitgeperste knoflook 1 minuut aan. Doe dan de boerenkool erbij en bak, al omschepend, 5 minuten. Doe er eventueel een scheutje water bij en laat dit weer verdampen. Breng de boerenkool op smaak met chiliflakes en roer de olijven erdoor. 
Klop het ei los met de crème fraîche en de tomatentapenade. Roer dit door de boerenkool.
Verwarm de oven voor op 180C. 
Leg 1 vel filodeeg in de vorm, bestrijk met wat olijfolie, leg het volgende vel erop, bestrijk dat weer met wat olijfolie en ga zo door tot je alle 5 de vellen gebruikt hebt. De vellen zijn groter dan de vorm, maar dat klap je straks over de vulling. Verdeel de vulling over het filodeeg en klap de uitstekende stukken terug. Bestrijk met nog een beetje olie. Bak het taartje in ± 30 minuten goudbruin. 

dinsdag 11 februari 2014

Salade van venkel, makreel sinaasappel

Even was ik weer een kind. Het gevoel van de spanning wat er nu weer in het kerstpakket van mijn vader zou zitten. Dat was natuurlijk best standaard, maar de nieuwsgierigheid was er niet minder om. Dit pakket*) was geen standaardpakket. In de eerste plaats was het zwaar. Maar ja, wat wil je ook met 5 literpakken plantaardige melk? Mannetje Q mocht nog even uit zijn bed komen en was net zo enthousiast als dat ik vroeger was. Hij claimde meteen de gestoomde of gerookte makreel die er via het Nederlands visbureau in terecht was gekomen.


En wat is nu het verschil tussen gestoomde en gerookte makreel? De gestoomde makreel wordt warm (tussen 70 en 90C) gerookt, de gerookte koud (30C). Beide zien er goudgeel uit van buiten, maar de gerookte makreel zit iets strakker in zijn vel. Van binnen is het verschil wel te zien. Het vlees van een gerookte makreel blijft grijzer, en is nog relatief rauw. Verder smaakt het zouter, doordat de vis voor het roken gepekeld wordt. Op basis van deze informatie (bron: schmidtzeevis) denk ik dat dit een gestoomde makreel is geweest.


Salade met makreel, venkel en sinaasappel

(6 personen)
  • 3 sinaasappels
  • 1 gerookte (of gestoomde) makreel
  • 1 grote venkelknol (± 400 gram)
  • 4 eetlepels yoghurt
  • 2 theelepels olijfolie met chilipeper
Boen 1 sinaasappel schoon en rasp de oranje schil eraf. Schil alledrie de sinaasappels zo dik dat je het wit meeschilt Vang het sap op en knijp ook eventueel te dik geschilde schil uit. Snijd de partjes tussen de vliesjes uit en vang ook dit sap op. Knijp de overgebleven vliezen ook uit. Houd 4 eetlepels sap apart en drink de rest op.
Meng het sap met de yoghurt en de chiliolie tot een dressing. 
Verwijder het vel van de makreel en buig voorzichtig het vlees van de graat af. Breek in stukjes en verwijder kleine graatjes. 
Snijd de lelijke plekken van de venkelknol en was 'm. Snijd in de lengte doormidden en schaaf dan (met de mandoline) hele dunne reepjes van de venkel.
Meng de helft van de dressing door de venkel en verdeel de venkel over 6 borden. Verdeel de makreel erover en bedruppel met de rest van de dressing. Verdeel als laatste de sinaasappelpartjes over de salade. 

*) een maandje terug organiseerde Kroon op het Werk, een PR-bureau exclusief in FOOD, een foodbloggersbijeenkomst met een paar lezingen en een netwerkborrel. In plaats van een goodiebag kregen we een goodiefoodiebox mee met een heleboel producten waarvan de fabrikanten nu hopen dat een heleboel bloggers daar aandacht aan besteden. Niet alles wat er in zat is even interessant, want fabrikanten verdienen nu eenmaal hun meeste geld met een product dat een of meerdere bewerkingen heeft ondergaan. En ik ben nu eenmaal van het "zelf doen". Deze makreel was wel lekker. Het is dat ik een rookpan heb en verse makreel koop en die zelf rook, anders zou ik toch vaker gerookte makreel kopen. Of in elk geval denken dat ik dat zou moeten. En voor mannetje Q heb ik natuurlijk kale makreel bewaard, want die venkel en sinaasappel, die hoeft hij niet. 

maandag 10 februari 2014

Minitaartjes met zoete aardappel en fourme d'ambert


Feestje, drankje, hapje. Vooral dat laatste kan af en toe diepe overpeinzingen opleveren. Bitterballen? Ja lekker, maar frituurlucht is dat niet, en een pan met hete olie staat ook altijd op de verkeerde plaats. Toostjes met kaas of salade? Makkelijk, want je laat de gasten zelf smeren. Alleen zijn gasten lui, en blijf je met veel zitten. Hartige taartjes? Ja! Ja! Ja! Die worden met gejuich ontvangen. Lekker iets warms en speciaals. Makkelijk van te voren te maken en dan nog ± 10 minuten opwarmen in een oven van 180C. Voor de wat mindere durfals onder de gasten - zoete aardappel en blauwe kaas klinkt best spannend - staat hier een variant met paprika en geitenkaas. Alhoewel, misschien is dat laatste voor sommigen ook nog wel te spannend. 

Minitaartjes met zoete aardappel en fourme d'ambert

(24 stuks)
  • 6 plakjes bladerdeeg (diepvries, pakje van 10 plakjes)
  • 1 zoete aardappel (± 200 gram)
  • peper, zout
  • 1 eetlepel balsamicoazijn
  • 50 gram fourme d'ambert
Schil de zoete aardappel. Snijd in hele kleine blokjes (± 3 bij 3 bij 3 mm). Breng een laagje water aan de kook. Doe, als het kookt, de zoete aardappel in het water en kook de blokjes 2 minuten. Giet af en laat afkoelen. Schep om met wat zout en peper en de balsamicoazijn. 
Vet een (mini)muffinvorm met 24 holletjes in met wat boter en bestrooi met paneermeel.
Laat het bladerdeeg ontdooien. 
Verwarm de oven voor op 200C.
Snijd elk plakje in 4 vierkanten en duw elk vierkantje in een holletje. 
Verdeel de aardappelblokjes over het bladerdeeg. 
Verdeel de kaas in kleine stukjes en leg op de zoete aardappelhapjes. 
Bak de taartjes in ± 25 minuten gaar. 

zaterdag 8 februari 2014

Varkenswang in zoetzure jus

afbeelding-gestoofde-varkenswang

Zondagmiddageten was: draadjesvlees, stoofpeertjes, spruitjes, witlof, snijbonen, gekookte aardappels, hele kip, rollade, postelein. Dit bordje eten van nu past naadloos in die traditie. Spruitjes, stoofpeertjes, knolselderijpuree en lekker vlees. Erg lekker vlees welteverstaan. Dit is een varkenswangetje dat een uurtje of 2 gesudderd heeft en heerlijk mals is geworden.
Misschien dat dit wel een zondagse traditie hier thuis wordt.


Varkenswang in zoetzure jus

  • 2 varkenswangen (± 300 gram)
  • peper, zout
  • klont boter
  • 1 sjalotje, fijngesnipperd
  • 50 gram membrillo
  • 2 eetlepels frambozenazijn
Laat het vlees op kamertemperatuur komen. 
Bestrooi met zout en peper. 
Verhit de boter in een gietijzeren braadpan en wacht tot het schuim is weggetrokken. Braad het vlees aan beide kanten even aan. Fruit de sjalotsnippers even aan. Doe dan de membrillo (in kleine stukjes) in de pan. Blus af met de azijn. Schenk via de zijkant van de pan ± 1 dl water in de pan. 
Laat het vlees met de deksel op de pan 2 uur sudderen. Controleer af en toe of er nog vocht in de pan zit. Als dat niet het geval is, doe je er nog een scheutje water bij. Het is het lekkerst als het vocht bijna verdampt en de ui karamelliseert, dus voeg niet te snel nieuw water toe. 
Na ± 2 uur is het vlees gaar. Haal het uit de pan en schep op een warm bord en dek af met aluminiumfolie. Voeg nog wat water toe en breng dit aan de kook terwijl je de aanbaksel losroert. Breng de jus op smaak met zout en peper. 

donderdag 6 februari 2014

Mangowortelsalade met aziatische dressing


Diepgeel en zoet. Zo zouden alle mango's moeten zijn. Het probleem is dat dat best lastig te bepalen is. Soms ligt een mango op de fruitschaal maar rijper wordt ie niet, alleen bruiner. Gelukkig zijn er eetrijpe mango's te koop. Gezien mijn slechte ervaringen met mango's ben ik bereid daar net iets meer voor uit te geven. Voor avocado's geldt precies hetzelfde. Dus dat probleem is opgelost.
Blijft er wel een volgend probleem. Het in mooie stukjes verdelen. De mooie foto's die je ziet van een halve mango waar de blokjes als een soort egel uitsteken, dat is me nog nooit gelukt. Mijn pogingen om een mango doormidden te snijden worden meestal geblokkeerd door een pit die op de verkeerde plek zit. Ik eindig meestal met een variëteit aan stukjes en een pit-afkluivende-manlief.


Mangowortelsalade met aziatische dressing

  • 1 limoen
  • 1/2-1 rood rawitpepertje
  • 1 theelepel palmsuiker
  • 2 theelepels vissaus
  • 1 theelepel sesamolie
  • 1 mango
  • 250 gram wortel
  • verse koriander, fijngehakt
Pers de limoen uit. Hak het pepertje heel fijn. Meng limoensap, palmsuiker, vissaus, sesamolie en het pepertje tot een dressing. 
Schil de mango, snijd in plakken en de plakken in reepjes of stukjes. 
Schil de wortel en rasp deze grof. 
Meng de wortel en mango met de dressing in een schaal. Bestrooi met de koriander. 

dinsdag 4 februari 2014

Sinaasappelkwarktaart met kaneelbodem

Voor het maken van een kwarktaart heb je echt geen pak nodig. Wel gelatine. Anders eindig je met een bakje kwark met koekkruimels. Ook lekker, en sneller klaar. Maar zie je het voor je, kiezen, de koffievisite aan een bakje kwark met koekkruimels?
Deze keer overigens geen koekjesbodem maar een cakebodem. Met een beetje passen en meten kunnen er 2 vormen in mijn oven, dus maak ik er gelijk 2. De ene vries ik in voor een nog snellere kwarktaart. Dit recept is overigens voor 1 bodem.
Met de smaakmakers in de kwark kun je alle kanten op. Sinaasappel en kaneel is een winterse combinatie. Maar denk ook eens aan stoofpeertjes, kersen of speculaas.

Sinaasappelkwarktaart met kaneelbodem

(springvorm 22 cm)
  • 75 gram boter
  • 75 gram suiker
  • 1 ei
  • 1,5 theelepel kaneel 
  • 75 gram bloem
  • 0,5 theelepel bakpoeder
  • 2 sinaasappels
  • 500 gram kwark
  • 0,5 buisje sinaasappelaroma
  • ± 50 gram suiker
  • 4 blaadjes gelatine
  • 2 dl slagroom
Klem een vel bakpapier tussen de bodem en de rand van de springvorm zodat de bodem bedekt is. 
Klop de boter met de suiker in een paar minuten romig en luchtig. Klop het ei erdoor. Zeef kaneel, bloem en bakpoeder boven het mengsel en schep dat er door. Verdeel het beslag over de springvorm en bak de cakebodem in 20-25 minuten gaar. Laat in de vorm afkoelen. 
Boen de sinaasappels schoon en rasp de oranje schil er af. Houd deze even apart. 
Schil de sinaasappels nu zo dik dat je het wit ook meeschilt. Snijd de partjes uit de vliezen en vang het sap op. Knijp ook het sap uit de vliezen. Snijd de partjes in stukjes en houd het sap apart. 
Week de gelatine ± 5 minuten in koud water. 
Warm het sinaasappelsap even op in de magnetron tot heet en laat de gelatine hierin oplossen.
Meng de kwark met (bijna alle) suiker en het aroma. Klop het gelatinemengsel er met de mixer door. 
Klop de slagroom stijf en spatel dit door het kwarkmengsel. Proef of het naar smaak is, en voeg eventueel nog het laatste beetje suiker toe. Roer ook de stukjes sinaasappel erdoor. 
Verdeel het kwarkmengsel over de cakebodem en laat 3-4 opstijven in de koelkast. 

zaterdag 1 februari 2014

Salade van witlof, radicchio, biet, sinaasappel en mozzarella

Bitter, zoet, zout, zuur. Deze salade heeft alles wel. De inspiratie voor deze combinatie heb ik uit de nieuwsbrief van ZTRDG, maar verder heb ik er, zoals gewoonlijk, mijn eigen recept van gemaakt. 
Radicchio is een slasoort. Het is een rond, paarsachtig rood, kropje met dichte bladeren. De nerf is wit, en kan soms wat stug zijn. De smaak is bitter. Sinaasappel is daardoor een mooie combinatie. 

Salade van witlof, radicchio, biet, sinaasappel en mozzarella

(6-8 personen)
  • 2 bollen buffelmozzarella
  • 1 theelepel venkelzaad
  • geraspte schil van 1 citroen
  • chiliflakes
  • 2 sinaasappels
  • 1 rauwe rode biet (±150 gram)
  • 2 stronkjes witlof (±300 gram)
  • 1 kropje radicchio (±300 gram)
  • 3 eetlepels lekkere olijfolie
  • grof zeezout
  • citroensap
Stamp het venkelzaad fijn in een vijzel. Meng met de citroenrasp en wat gemalen chiliflakes. Wrijf dit mengsel op de mozzarella en laat een uurtje (of langer) intrekken. Haal de mozzarella aan half uurtje voor je de salade maakt uit de koelkast. 
Schil de sinaasappels dik zodat ook het wit meekomt. Snijd de partjes uit de vliezen en vang het sap op. 
Schil de biet en snijd (met een mandeline) in dunne plakjes van 1-2 mm dik. Snijd de plakjes in smalle reepjes. 
Snijd de witlof in de lengte in reepjes. 
Haal de bladeren van de radicchio los en scheur in stukjes.
Klop een dressing van de olijfolie en het opgevangen sinaasappelsap en eventueel wat citroensap. 
Meng vlak voor het serveren de dressing door de radicchio en witlof. Verdeel de sla over 6-8 borden. Verdeel de luciferreepjes biet en de sinaasappelpartjes erover. Scheur de mozzarella in stukjes en verdeel over de salade. Maal er nog wat grof zeezout boven.