maandag 30 maart 2015

Gekleurde en gevulde eieren

Stiekem houd ik niet echt van gekookte eieren, maar deze zagen er te mooi uit om niet te maken. Het is niet de schil van het ei dat geverfd wordt, maar het ei zelf. Daarom is de verf ook van eetbare dingen gemaakt. Biet voor roze, rode kool voor blauw en kurkuma voor geel. Vooral blauw is leuk. Het rode koolaftreksel is paars, maar als je er dan baking soda bij doet gaat het iets schuimen en wordt het blauw. De roze eiren moet je niet te lang van te voren maken zoals je op de foto kunt zien. Dat trekt echt helemaal in het ei. Geel duurde bij mij het langst. Misschien dat je de verf niet moet zeven zoals het recept voorschreef. Nu gaat dat zeven bij geel ook wel lastig. Een zeef is te grof, en bijvoorbeeld door een koffiefilterzakje werkt ook niet, dat raakt heel snel verstopt.

De verf bewaarde ik in de vriezer en gebruikte ik om een gekleurd brood mee te bakken. 


Gekleurde en gevulde eieren

  • 250 gram rauwe bietjes, in kleine blokjes (voor roze)
  • 250 gram rode kool, grof gehakt (voor blauw)
  • 1 eetlepel kurkuma (voor geel)
  • 3 theelepels zout
  • 3 theelepels azijn
  • 1 theelepel baking soda
  • 12 eieren
  • 2 eetlepels verse dragon, fijngehakt
  • 3 eetlepels griekse yoghurt
  • 3 eetlepels mayonaise (of frietsaus)
  • 1/4 theelepel cayennepeper (of iets anders pittigs)
  • zout
Doe voor de verf elk verfingrediënt in een pannetje met 3 dl water. Breng aan de kook en laat elke kleur ± 30 minuten pruttelen. Zeef de groente eruit. De bietjes kun je zeker eten, de rode kool kan misschien kapot gekookt zijn. Roer door elke kleur 1 theelepel azijn en 1 theelepel zout. Roer door het rode koolaftreksel ook de baking soda. Laat de verf afkoelen.
Kook de eieren in ± 10 minuten hard. Laat ze schrikken en pel ze. Leg in elke kleur verf 4 eieren. Zorg dat ze onderstaan. Laat ze een uurtje in het verfbad liggen. Geel kon bij mij langer. Dep de eieren droog. 
Halveer de eieren en wip het eigeel eruit. Pureer het eigeel met de yoghurt, mayonaise en cayennepeper tot een romig mengsel. Meng de dragon erdoor. Voeg naar smaak zout toe. Doe het mengsel over in een spuitzak met een kartelmondje en bewaar tot serveren in de koelkast. 
Vul vlak voor het serveren de holtes waarin de eidooier heeft gezeten met de crème. 

bron: www.kitchenvignettes.blogspot.com (voor de verf)

zaterdag 28 maart 2015

Zuurkoolstrudel met paprika, abrikozen en salami

Dit is weer een recept waaruit blijkt hoe handig het is om een keukenschaar te hebben. Zowel de abrikozen als de zuurkool worden geknipt. Eerder deze week knipte ik de gare noedels nog iets kleiner om ze beter te kunnen mengen met de groente. Dat gerecht was iets minder goed gelukt, maar deze hartige strudel met zuurkool met salami was wel blogwaardig, om de woorden van manlief te gebruiken.



Ik gebruik wel vaker droge worst in miniblokjes in mijn avondeten. Je hoeft op deze manier relatief weinig vlees toe te voegen om wel veel smaak te krijgen. Als ik naar de foto kijk, lijkt het zo wel heel karig. Meestal gebruik ik chorizo. Deze keer dus salami. Af en toe krijg ik namelijk #culipost,  en vorige week kreeg ik weer een #Foodybox toegestuurd. Een van de producten die erin zat was salami van Stegeman. Verder had ik nog zuurkool liggen, en die wilde ik voordat het - maar wanneer? - echt lente gaat worden, nog opmaken.

Als je gewoon zuurkoolstamppot maakt, is het ook lekker om een keer in plaats van spekjes blokjes salami of chorizo te gebruiken. Als je er dan ook nog wat gedroogde abrikozen, stukjes paprika, een pepertje, komijn, kurkuma en koriander doorheen stampt, heb je alle smaken van deze strudel te pakken.


Zuurkoolstrudel met paprika, abrikozen en salami

(7 stuks)
  • 400 gram aardappels
  • 150-250 gram salami (droge worst)
  • 1 klein, scherp pepertje, heel fijn gehakt
  • 1 theelepel kurkuma
  • 1 theelepel (gemalen) komijnzaad 
  • 1 theelepel (gemalen) korianderzaad
  • 500 gram (rode) paprika
  • 100 gram gedroogde abrikozen, in kleine stukjes geknipt
  • 1 kilo zuurkool
  • 500 gram filodeeg (pak turkse supermarkt, 14 vellen)
  • 7 eetlepels olijfolie
Schil de aardappels en snijd ze in blokjes van 1 centimeter. Kook de blokjes in een laagje water met wat zout in ± 5 minuten net gaar. Giet af en laat uitdampen. 
Snijd de salami in miniblokjes. Bak ze even aan op hoog vuur en bak de peper en specerijen mee. Voeg de abrikozenstukjes toe en een paar lepels water. Zet het vuur uit en laat ± 10 minuten staan tot het water is opgenomen door de abrikozen. 
Snijd de paprika in kleine stukjes. 
Knijp het meeste vocht uit de zuurkool en knip 'm eventueel wat kleiner. 
Meng de zuurkool, paprika, salami en abrikozen door elkaar. 
Pak het filodeeg uit maar dek weer af met een vochtige theedoek. 
Verwarm de oven voor op 180C. 
Pak een vel filodeeg en bestrijk het licht met olie. Vouw dubbel. Bestrijk met olie en leg er een vel op dat je ook weer met olie bestrijkt en dubbel vouwt. Je hebt dan vier lagen op elkaar. Maak een laagje van 1/7 van de aardappels en leg hierop 1/7 van de zuurkool. Rol op, terwijl je zijkanten naar binnenvouwt. Leg op een ingevette (of met bakpapier beklede) bakplaat. Bestrijk de bovenkant met olie. Maak zo 7 strudels. Bak de strudels in ± 40 minuten goudbruin en knapperig. 

donderdag 26 maart 2015

Breekbrood met zaadjes

Gewoon een brood met de zaadjes door het deeg kan natuurlijk ook en is wat sneller. Maar een brood met allemaal kleine bolletjes ziet er veel leuker uit. Een prima brood voor bij een brunch, een uitgebreid diner, een lekkere soep of op woensdagmiddag bij de lunch. Mannetje Q zit op een school met een rooster waar ze op woensdagmiddag nog gewoon vrij hebben. Dan vind ik het wel leuk om net iets extra's bij het middageten te doen. Knakworstjes of een tosti blijft natuurlijk favoriet, maar versgebakken brood gaat er bij hem ook altijd in.


Breekbrood met zaadjes



    afbeelding-breekbrood-met-zaadjes
  • 360 milliliter lauwwarm water
  • 400 gram bloem
  • 100 gram volkorenmeel
  • 100 gram boekweitmeel
  • 8 gram zout
  • 10 gram droge gist
  • 8 gram suiker
  • 20 milliliter olijfolie
  • ± 30 gram zonnebloempitten
  • ± 30 gram sesamzaad
  • ± 30 gram lijnzaad
Doe water tot en met olijfolie in de mengkom van de broodbakmachine en kneed in ± 10 minuten tot een een soepele deegbal. 
Vet een kom in met wat olie en leg de deegbal daar in. Draai een keer rond zodat de hele deegbal bedekt is met een filmpje olie. Dek de kom af met plastic folie of een vochtige theedoek en laat het deeg ± 1 uur rijzen tot het in omvang verdubbeld is. 
Leg een vel siliconenfolie (of bakpapier) op een bakplaat. 
Doe de zonnebloempitten, sesamzaad en lijnzaad elk op verschillende bordjes of bakjes. 
Duw de lucht rustig uit het gerezen deeg en kneed 2-3 keer door. Weeg het deeg en deel het totaalgewicht door 22. Zo kom je op het gewicht van elk bolletje. Steek met een deegsteker zulke grote stukjes af; gebruik de weegschaal om elk bolletje te wegen en aan te passen. 
Duw elk stukje deeg een beetje plat, vouw de randen naar binnen zodat je weer een bolletje krijgt, draai om en vouw de palm van je hand erom. Beweeg je hand met een ronddraaiende beweging en draai zo een mooi bolletje. Bestrijk met wat water en dip de bovenkant in een zaad naar keuze en duw een beetje aan. Leg het bolletje op de bakplaat. Maak zo alle bolletjes en maak een bloemvorm van alle bolletjes. Leg ze net niet tegen elkaar aan. 
Door de tweede rijs (± 1 uur, weer afgedekt met een theedoek) komen de bolletjes tegen elkaar aan te zitten. 
Verwarm de oven voor tot 200C. Bak het breekbrood in ± 30 minuten gaar. Laat afkoelen op een rooster. 

dinsdag 24 maart 2015

Brownietaart met frambozen en witte chocoladeganache

Thuisafgehaald bestaat al weer 3 jaar. Om dat te vieren werd iedereen opgeroepen om feesttaarten
aan te bieden. Vorige week maakte ik al een appeltaart met een kruimellaagje. Mannetje Q was heel boos dat ik de helft aanbood op thuisafgehaald. Van deze heerlijke chocoladetaart met frambozen en een vleugje kardemom en natuurlijk heel veel chocolade bood ik ook een stukje aan. Maar die wilde niemand afhalen. Hadden wij lekker meer.

Het idee van de kardemom door de ganache en de krullen komt uit de BBC Good Food van maart 2015. Ik gebruikte wel minder room in de witte chocolade ganache. Het oorspronkelijk recept ging uit van 1:1 maar ik was bang dat de ganache dan niet zou opstijven. Ik denk dat dat een goede keuze was, want de laag die ik nu kreeg hield ook maar net. Om de kardemomsmaak in de ganache te krijgen werd de gecrushte kardemom (zaad en huls) een tijdje (ik liet het zelfs een tijd staan) trekken in de warme room. Maar ik proefde de kardemom eigenlijk niet terug. In het recept ga ik dan ook uit van tot poeder gevijzelde zaadjes die je gewoon in de room laat zitten.

Brownietaart met frambozen en witte chocoladeganache

(springvorm 22 cm doorsnee)
  • 90 gram boter, in blokjes
  • 90 gram pure chocolade, gehakt (of gebruik druppels)
  • 2 eieren, op kamertemperatuur
  • 60 gram suiker
  • snufje zout
  • 30 gram cacao
  • 70 gram zelfrijzend bakmeel
  • 1 theelepel bakpoeder
  • 6 kardemompeulen
  • 1,2 deciliter slagroom
  • 30 gram suiker
  • 250 gram (diepvriesframbozen)
  • 1 blaadje gelatine
  • 2 eetlepels frambozenlimonadesiroop
  • 200 gram witte chocolade
  • 10 gram pure chocolade
  • drupje room of melk
Klem een vel bakpapier tussen de bodem en de rand van de springvorm. Vet de zijkanten in en bestrooi met bloem of paneermeel. 
Verwarm de oven voor op 160C. 
Doe de boter en de chocolade in een hittebestendige kom en hang deze boven een pan met daarin een laagje bijna kokend water. Laat de chocolade smelten. Roer af en toe rustig door het mengsel. 
Klop de eieren met de suiker 5 minuten tot een luchtig mengsel. Meng het boterchocolademengsel erdoor. Meng daarna cacao, zout, bakmeel en bakpoeder erdoor. Verdeel het beslag over de vorm en bak de browniebodem in ± 20 minuten gaar. Laat de bodem afkoelen. 
Peuter de zaadjes uit de kardemompeulen en wrijf ze fijn in de vijzel. Breng met de slagroom en de suiker tegen de kook aan. Roer zodat de suiker oplost. Zet het vuur uit en laat staan tot je bovenste laag gaat maken. 
Pureer de frambozen. Week het blaadje gelatine ± 5 minuten in koud water. Verwarm de limonadesiroop en los de uitgeknepen gelatine hierin op. Roer de gelatine goed door de frambozen. Giet de frambozenpuree over de chocoladebodem en laat ± 2 uur opstijven in de koelkast. 
Doe de witte chocolade in een hitte bestendige kom. Verhit de slagroom weer. Giet de room over de chocolade. Laat een paar minuten staan en roer dan goed door. Giet de witte chocoladeganache over de frambozenlaag en laat 15 minuten opstijven in de koelkast. 
Smelt ondertussen de pure chocolade en roer er een drupje room of melk door. Laat een paar druppels op de witte chocoladelaag vallen en trek vanuit het midden met een cocktailprikker krullen. Laat de taart nog minimaal 4 uur opstijven in de koelkast. 

zondag 22 maart 2015

Chipolatataart

De favoriete taart van manlief. Mèt roze marsepein. Daar gaat het vooral om, om de marsepein. En die is, als je chipolatataart bij de bakker koopt, lichtroze. Voor de verjaardag van manlief heb ik chipolatataart gemaakt. Omdat ik keuze had in de kleur van de marsepein  - ik gebruik witte als basis en heb alle kleuren kleurstof in huis - is het oranje met paars geworden. Oranje had ik nog van een eerdere taart, en ik wilde geen blauw doen. Nog steeds niet echt een mannenkleur, maar ik vind het een stuk beter dan lichtroze.
afbeelding-chipolatataart

Wat hoort er in de chipolatavla die de vulling van de taart is? Zonder googelen dacht ik zelf aan puddingvruchtjes (bigarreaux), lange vingers, bitterkoekjes, ananas en rum. Na het googelen naar een recept bleek de drank in chipolatapudding marasquin te zijn. Laat ik dat gewoon in huis hebben; een grote fles zelfs. Die hebben we meer dan 10 jaar geleden uit Italië meegenomen. Dus voorlopig kan ik vaker chipolatataart maken. In sommige recepten kwam ik ook gehakte chocolade tegen, maar dat vond ik niet echt passen. Ook heb ik me verbaasd over een recept op een grote culinaire website waar behoorlijk lyrisch over werd gedaan, en dan staat in de ingrediëntenlijst "chipolatapudding". Een deegbodem maken, dat weet ik wel, maar ik was juist op zoek naar hoe je chipolatavla maakt. Ik ben zelf wel een beetje lui geweest, want ik heb geen vla met eieren gemaakt, maar custardpoeder gebruikt.


Chipolatataart

(springvorm 22 cm)
  • 4 eieren (kamertemperatuur)
  • 120 gram suiker
  • 100 gram bloem
  • 20 gram maizena
  • snuf zout
  • 3 deciliter melk
  • 20 gram custardpoeder
  • 20 gram suiker
  • 8 bitterkoekjes, in kleine stukjes
  • 50 gram rozijnen
  • 2 eetlepels + extra marasquin
  • 2 schijven ananas uit blik, in kleine stukjes
  • 12 bigarreaux, fijngehakt
  • 2 deciliter slagroom
  • 1 zakje slagroomversteviger
  • 3 eetlepels (gezeefde) abrikozenjam
  • 200 gram marsepein
  • eventueel chocoladeglazuur voor verdere versiering
Klem een vel bakpapier tussen de rand en de bodem van de springvorm. Vet de zijkanten in en bestuif met bloem. 
Klop de eieren met de suiker minimaal 10 minuten tot ze flink in omvang zijn toegenomen en je een bleekgeel mengsel hebt. Zeef de bloem, maizena, zout erboven en spatel dit er snel maar voorzichtig doorheen. Het is de bedoeling dat je zoveel mogelijk lucht in het beslag houdt. 
Warm de oven voor op 150C. 
Giet het beslag in de vorm en bak de bodem 13 minuten op 150C. Vervolgens 13 minuten op 165C en daarna 13 minuten op 175C. Laat afkoelen in de vorm. 
Maak terwijl de taart in de oven staat de vla voor de vulling. Doe de rozijnen en 2 lepels marasquin in een kommetje. Warm even op in de magnetron en laat minimaal 15 minuten wellen. Roer het custardpoeder met de suiker en wat van de melk tot een klontvrij papje. Breng de rest van de melk aan de kook. Als de melk kookt, roer dan het papje erdoor en laat nog 1 minuut doorkoken. Roer de rozijnen, bitterkoekjes, bigarreaux en ananas door de vla. Laat afkoelen.
Klop de slagroom stijf met de slagroomversteviger. Spatel de slagroom door de afgekoelde vla.
Snijd de biscuitbodem horizontaal in 3 lagen. Leg de onderste laag op een groot bord en besprenkel met een beetje marasquin. Verdeel de helft van de chipolatapudding over de deegplak. Laat aan de buitenste rand een klein stukje leeg. Bij het er opleggen van de volgende deegplak, duw je de pudding naar de rand toe. Leg de middelste deegplak erop. Besprenkel weer met marasquin en verdeel de andere helft van de chipolatavla erover. Dek af met de laatste deegplak. Bestrijk deze dun met abrikozenjam. 
Rol de marsepein uit tot een dunne cirkel van ± 28 cm doorsnee. Vouw deze om de taart. Versier eventueel nog met chocoladeglazuur. 

vrijdag 20 maart 2015

Gepofte zoete aardappel met zwarte bonen, paprika en bleekselderij


Manlief vond dit, naast dat het lekker was, ook leuk eten. Op de gepofte zoete aardappelhelft komt een topping van onder andere zwarte bonen. Daarnaast nog een schepje soort-van-guacemole en een tomatensalsa. Je zet het op je bordje in elkaar, en het eet net iets anders dan aardappels, groenten en vlees, of dan rijst of pasta met een saus. En dat is blijkbaar leuk. 


Gepofte zoete aardappel met zwarte bonen, paprika en bleekselderij

(6 personen)
  • 3 grote zoete aardappels à 500 gram per stuk, liefst langwerpig
  • beetje zonnebloemolie
  • 1 ui, gesnipperd
  • 1 rode peper, fijngehakt
  • 2 teentjes knoflook
  • 2 theelepels korianderzaad
  • 2 theelepels komijnzaad
  • 1 blik gepelde tomaten
  • zout naar smaak
  • 3-4 stengels bleekselderij, in boogjes
  • 3 rode en/of gele paprika's (± 500 gram), in stukjes
  • 800 gram gare zwarte bonen
  • 2 rijpe avocado's
  • 3 eetlepels Griekse yoghurt
  • beetje limoensap
  • 1 eetlepel heel fijngesnipperde rode ui
  • 2 tomaten, in blokjes
Boen de zoete aardappels schoon. Snijd eventuele lelijke plekjes weg. Snijd ze over de lengte netjes doormidden. Bestrijk elke helft met wat olie en pak strak in in aluminiumfolie. Gaar de zoete aardappel in een oven van 200C. Controleer na 30 minuten of ze al zacht beginnen te worden. Duw hiervoor gewoon op de aardappel. Controleer vervolgens om de 5-10 minuten. 
Maak ondertussen de bonentopping. Verhit hiervoor wat olie in een hapjespan. Fruit ui en rode peper een paar minuten. Crush koriander- en komijnzaad in een vijzel wat fijner (of gebruik gemalen koriander en komijn). Voeg de specerijen en knoflook toe en roer even om. Voeg dan de bleekselderij, paprika en gepelde tomaten toe. Plet de tomaten en laat alles ±  5 minuten pruttelen. De groente mag best knapperig blijven. Proef of er zout bij moet. Voeg de zwarte bonen toe en laat meewarmen. 
Prak de avocado's fijn en meng met de yoghurt en wat zout en een beetje limoensap.
Meng de tomaat met de ui en ook met wat zout en limoensap.
Pak de gare zoete aardappel uit en leg op een bord. Verdeel de zwarte bonen erover en wat schepjes avocadosaus en tomatensalsa. 

donderdag 19 maart 2015

Theekoekjes met vanille en rozengelei


Ik las laatst een interview met de algemeen directeur van Dille & Kamille. Daarin stond dat 1 van de 3 speerpunten van D&K is het levend houden van klassieke muziek. Nu heb ik helemaal niet zo'n klassieke muzieksmaak, maar dat vind ik wel altijd prettig van de D&K. Als je daar rondloopt kom je helemaal tot rust door de muziek die je daar hoort. Verder is het ook gewoon een leuke winkel om in rond te neuzen voor nog meer kookspulletjes. Laatst liep ik er weer even naar binnen en toen zag ik dat er een koekjesbakwedstrijd werd gehouden in het kader van hun 40-jarig bestaan. Mijn inzending bestond uit deze koekjes. Helaas heb ik er geen prijs mee gewonnen. Er was nog iemand die thee in haar koekjes had verwerkt, en die smaak zat er beter in. Om dan 2 theekoekjes een prijs te geven deed geen recht aan de grote variëteit van de inzendingen. Jammer maar de koekjes smaakten er niet minder lekker om.


Theekoekjes met vanille en rozengelei

(voor ± 12 koekjes)
  • 100 gram fijne kristalsuiker
  • 90 gram zachte boter
  • ½ theelepel vanille-rozenthee (dilmah)
  • 1 vanillestokje
  • ½ theelepel bakpoeder
  • snuf zout
  • 200 gram bloem
  • 50 gram (diepvries)frambozen
  • ± 4 eetlepels rozensiroop*)
  • 1 blaadje gelatine
Klop de boter en de suiker een paar minuten tot een romig mengsel.
Vijzel de thee nog wat fijner.
Schraap de zwarte zaadjes uit het vanillestokje.
Meng vanille en thee door het botersuikermengsel.
Zeef bakpoeder, zout en bloem hierboven en meng dat er snel door.
Doe het deeg in een plastic zakje en laat minimaal een uur rusten in de koelkast.
Zet een bakje met wat bloem klaar. Bestuif het aanrecht met een heel klein beetje bloem, en doe ook wat op de deegroller. Rol het deeg uit tot een lap van ± 5 mm dik. Steek met een bloemsteker koekjes uit het deeg, terwijl je af en toe de steker in de bloem dipt. Steek met een kleine ronde steker (of bijvoorbeeld een dopje van een fles) gaatjes uit de helft van de koekjes. Rol de afsnijdsels uit tot een nieuwe lap, steek nog meer koekjes uit, en ga zo door tot het deeg op is. Laat de koekjes nog een half uur koelen in de koelkast voordat je ze bakt.
Verwarm de oven voor op 180C. Bak de koekjes 10-12 minuten tot ze aan de randen lichtbruin worden. Laat de koekjes afkoelen op een rooster.

Week het blaadje gelatine ± 5 minuten in koud water. Verwarm de rozensiroop en los hier de uitgeknepen gelatine goed in op. Pureer de rozensiroop, frambozen en ±5 eetlepels water. Proef en voeg eventueel nog een klein beetje siroop of water toe. Laat afkoelen.

Besmeer elk heel koekje heel dun met wat gelei, leg er een koekje met een gat op, en vul de holte netjes op met nog wat gelei. Eet zo snel mogelijk, want de jam maakt de koekjes wel wat zachter.


*) rozensiroop is limonadesiroop met rozensmaak. Ik kocht het ooit bij de toko. Als je rozenwater gebruikt, heb je aan veel minder genoeg om een rozensmaak te krijgen. Begin met 1 theelepel. Je hebt dan ook wat suiker nodig, of gebruik een beetje frambozenlimonadesiroop.

woensdag 18 maart 2015

Cranberries met ananassiroop en ananassiroop met cranberries

De heren van de thee staan er niet zo heel vaak meer, dus ik ben door mijn gedroogde cranberry's heen. Bij de AH verkopen ze van het eigen merk 2 verschillende verpakkingen. De ene ligt bij de bakspullen en de andere ligt in het schap met de superfoods. Ik ben pragmatisch ingesteld, dus deze keer kocht ik de cranberry's die bij de superfoods liggen. Want die waren in de aanbieding en nu per kilo goedkoper. Normaal zijn ze per kilo iets duurder. Omdat ik toch wel nieuwsgierig was of er verschil was tussen de bakcranberry's en de supercranberry's bestudeerde ik het etiket. Daar viel mij het volgende op:


afbeelding van verpakking cranberry's albert heijn


Dat de cranberry's gezoet worden met ananassap, dat wist ik wel. Maar in de supercranberry's zit volgens de ingrediëntendeclaratie 68% ananassiroop en 30% cranberry's. De gewone cranberry's bestaan voor 60% uit cranberry's en voor 37% uit ananassiroop. De samenstelling (koolhydraten, vezels enzovoort) en het aantal calorieën is op beide verpakking gelijk. Het lijkt mij dat de percentages behorend bij de cranberry's en ananassiroop op een van de verpakkingen zijn omgedraaid. Ik heb de vraag bij de klantenservice van AH openstaan. 

Nu ik toch de verpakkingen bestudeerde viel mij nog wat op. Een portie gewone cranberry's bestaat uit een schaaltje van 125 gram. Dat is een half zakje. Met een zakje superfoods word je geacht 10 keer te doen. Daar is een portie 25 gram. 


Zoals ik al net al zei zijn de supercranberry's normaal gesproken iets duurder. Vraag mij niet waarom. Volgens mij zijn het dezelfde cranberry's. Maar misschien willen mensen die bij de superfoods kijken meer betalen voor hetzelfde product omdat ze denken dat het gezond is. Dat een verse cranberry voor de gezondheid goede stoffen bevat, dan geloof ik wel. Enkel gedroogde cranberry's zullen ook nog goede stoffen bevatten. Maar of deze gezoete gedroogde cranberry's ook zo gezond zijn, dat weet ik niet. Misschien zit er nog vitamine C in, en andere gezonde stofjes, maar door het ananassap worden ze lekker zoet en komt er dus een boel suiker bij. Dat hoeft nog steeds niet erg te zijn, maar je moet het wel weten. Of het ongezond of gezond is, ligt helemaal aan wat je verder nog meer eet door een dag heen. Overigens staat er op de verpakking van AH geen gezondheidsclaim. 


Update 1:
Het antwoord dat ik 25 maart 2015 van de klantenservice van Albert Heijn kreeg was als volgt:
"De cranberries zijn zonder fruitsiroop niet lekker genoeg om dat zo te kunnen eten. 
We hebben ook een variant cranberries in het schap tussen de bakproducten staan, waarvan het percentage anananassap lager is.
Het idee hierachter was dat de cranberries uit het schap met de superfoods puur gegeten wordt en de variant uit het bakschap vermengd wordt in bijvoorbeeld gezoet deeg, waardoor er minder zoetkracht nodig is om het lekker te maken. 


We zijn momenteel wel bezig met het zoeken naar een zoetere variant cranberries, waardoor er minder ananassap nodig zal zijn om de smaak te verbeteren."

De genoemde percentages op de verpakking zijn dus juist. 

Update 2:
Ik doe niet zo veel met mijn statistieken, maar vandaag, 5 januari 2016, viel mij op dat deze post ineens een aantal keer bekeken was. Toen herinnerde ik me de kop die ik voorbij had zien komen over de verkiezing van de AH-cranberry's tot "meest misleidende procuct". Een soort van voorzienende blik van mij dus, over de cranberry's met wel erg veel ananassiroop erbij. En weet je? Ik heb zojuist een zogenaamde bakcranberry gezoet met slechts 37% ananassiroop geproefd en dat is prima te eten. Mijn mond trok echt niet samen omdat deze cranberry zuur zou zijn. 
Blijft nog wel open waarom de opgave van de gemiddelde voedingswaarde op beide verpakkingen gelijk was. Blijkbaar maakt het voor de totale suikers (dat is iets anders dan toegevoegde suiker) niet uit. Een cranberry bevat ook suiker. Een kleine vergelijking met de verpakking van de cranberry's van de Lidl (Alesto) leidt dat die redenering wel klopt. Die cranberry's bestaan uit 60% cranberry's en verder uit suiker en zonnbloemolie. Per 100 gram zitten er 78,5 gram koolhydraten in, waarvan 70,5 gram suikers. 
Wat de AH-cranberry's betreft, had je beter niet mee kunnen gaan in de superfoodtrend, maar gewoon de bakcranberry's kunnen kopen. Die zijn prima uit de hand te eten, en dan had je meer cranberry voor je geld gehad. 

maandag 16 maart 2015

Spelt met cavolo nero, pompoen en geitenkaas


Cavolo nero of palmkool. Daarvoor zou ik mijn volkstuin nog wel terug willen hebben. Van de winter heb ik het een paar keer op de markt gekocht, maar die kraam heeft het nu niet meer. Of het seizoen is voorbij, of er was geen vraag naar. Ik plukte zelf altijd de bladeren van de steel, zodat er aan de bovenkant nieuwe bladeren groeiden. Op die manier kun je lang dooroogsten. De palmkool die ik op de markt kocht werd in zijn geheel geoogst. Beetje jammer, maar misschien wel minder tijdsintensief. De palmkool die ik in dit recept gebruikte was al voorgesneden en was vorige week bij de AH in de aanbieding. Vandaar dat ik het ontdekte. Misschien dat ze het de hele winter wel gehad hebben, maar ik kijk eigenlijk nooit bij de voorgesneden groente. Ik kon ook niet zo snel terugvinden waar de palmkool vandaan kwam. Uit Nederland of ergens anders vandaan.


Spelt met cavolo nero, pompoen en geitenkaas

  • 300 gram speltkorrels
  • 1 + 1 eetlepel olijfolie
  • 400 gram cavola nero (schoon gewicht)
  • nootmuskaat
  • 500 gram pompoenblokjes
  • 1 teentje knoflook
  • 2 cm gember, geraspt
  • sap van halve limoen of citroen
  • 2 theelepels honing
  • 1 theelepel sambal (of 1/2 fijngesneden rode peper)
  • zout
  • 200 gram zachte geitenkaas
Week de spelt een aantal uur. Kook de spelt in gezouten water (of met een bouillonblokje erin) daarna in ± 45 minuten gaar. Giet af. Of volg de aanwijzing op de verpakking.
Verhit een wok en doe er 1 lepel olie in. Voeg de palmkool toe en bak een paar minuten op hoog vuur terwijl je de palmkool blijft omscheppen. De kool zal iets slinken. Voeg dan een half kopje water toe en wat zout en laat het water verdampen terwijl je de kool omschept. Proef of je de kool gaar genoeg vindt, herhaal anders het water toevoegen en laten verdampen. Rasp wat nootmuskaat boven de kool en zet even opzij.
Verhit een lepel olie in een koekenpan (met deksel) en fruit hierin de knoflook en gember even aan. Voeg de pompoen toe en bak 2-3 minuten. Voeg dan de honing, limoensap en sambal en een scheutje water toe. Schep om en doe een deksel op de pan. Laat de pompoen in ± 20 minuten gaar smoren. Breng op smaak met wat zout.
Meng de cavolo nero en de pompoen door de spelt. Bestrooi met de verkruimelde geitenkaas. 

zaterdag 14 maart 2015

Kakimangochutney

Zoals ik al schreef bij de kakitaart zouden er ook wat van de behoorlijk rijpe kaki's in een chutney belanden. Dus bij deze. Verder lag er ook nog een mango die juist erg hard was en bleef en waarin ik niet zo veel vertrouwen meer had. Dus die ging er ook maar door. Het resultaat is een lekkere chutney van kaki en mango. 


Kakimangochutney

(4-5 jampotten)
  • 1 mango (300 gram)
    afbeelding-homemade-chutney-kaki-mango
  • 2 uien, gesnipperd (225 gram)
  • 3 theelepels sambal
  • 2 theelepels venkelzaad
  • 2 theelepels korianderzaad
  • 2 theelepels zwart mosterdzaad
  • 1 theelepel zout
  • 4 deciliter azijn
  • 200 gram bruine basterdsuiker
  • 175 gram kristal suiker
  • 900 gram (rijpe) kaki's
Schil de mango en snijd in kleine stukjes. 
Doe de mango, ui, sambal, venkelzaad, korianderzaad, mosterdzaad, zout, azijn en suikers in een grote pan. Roer door elkaar en breng aan de kook. Laat ± 15 minuten pruttelen en roer af en toe.
Snijd ondertussen de kaki in blokjes. Roer die na het kwartiertje door het mengsel in de pan. Laat nog 30-45 minuten pruttelen zonder deksel in de pan zodat de chutney indikt. Roer, zeker op het eind, geregeld om te voorkomen dat de chutney aankoekt. 
Maak ondertussen potten brandschoon. Was ze daarvoor, samen met de deksels, in een heet sodasopje. Spoel ze na met kokend water en zet ze omgekeerd op een schone theedoek. 
Vul de potten met de kakichutney en draai de deksels erop. 
Laat minimaal 2 weken staan om op smaak te komen. Ongeopend is de chutney - mits je schoon hebt gewerkt - zeker een jaar houdbaar. Geopend kun je de potten het best in de koelkast bewaren, en dan houden ze het ook wel een aantal weken vol. 

donderdag 12 maart 2015

Pickle van rode kool en bloemkool

Bij de bloemkooltaart wilde ik iets fris. Omdat de hele bloemkool net iets teveel was en ik ook nog een zesde rode kool in de koelkast had liggen combineerde ik die 2 in een snelle pickle. De bloemkool kleurt wel een tikje roze.


Pickle van rode kool en bloemkool


  • 1 deciliter azijn
  • 1 deciliter water
  • 100 gram suiker
  • 1 theelepel zout
  • 1/4 theelepel chiliflakes
  • 2 cm verse gember, geraspt
  • 200 gram rode kool, in dunne reepjes
  • 150 gram bloemkool, in hele kleine roosjes
Breng azijn, water, suiker, zout en chiliflakes en gember aan de kook. 
Doe de rode kool en bloemkool in een glazen kom en overgiet met het kokende zoetzuur. Laat afkoelen terwijl je af en toe omschept. 
Giet het zoetzuur af en bewaar dat eventueel voor een ander inmaakexperiment. 

dinsdag 10 maart 2015

Bloemkooltaart met rode uiringen


Mensen die Plenty More van Ottolenghi in hun kast hebben staan, zullen deze taart herkennen. In wezen is het best een saai gerecht, een taart van bloemkool, ei en kaas. Maar door de rode uiringen bovenop en de zaadjes aan de zijkant ziet deze bloemkooltaart er in elk geval een stuk minder saai uit.
De eyecatcher heb ik van Ottolenghi overgenomen, maar voor de rest heb ik mijn eigen versie gekookt. Ik was een beetje bang dat de zaadjes aan het bakpapier zouden blijven kleven, maar ze waren netjes in de taart terecht gekomen.
De taart heeft overigens wel een frisse tegenhanger nodig in de vorm van een salade of chutney. Ik maakte een snelle pickle van rode kool en een klein beetje bloemkool. He recept daarvan volgt nog.


Bloemkooltaart 

(2 springvormen, 1 van 20 cm doorsnee, en 1 van 22 cm doorsnee)
  • 1 bloemkool in roosjes van 4-5 cm (± 900 gram)
  • 1 grote rode ui
  • 2,5 eetlepel olijfolie
  • 2 teentjes knoflook, ongepeld
  • 1/2 theelepel herbes de provence
  • 8 eieren
  • 2 deciliter melk
  • 100 gram bloem
  • 1 theelepel bakpoeder
  • 1/4 bosje dille, fijngehakt
  • 1 theelepel kurkuma
  • 1/2 theelepel zwarte peper uit de molen
  • zout
  • 200 gram geraspte belegen (of oude) kaas
  • beetje gesmolten boter
  • 2 eetlepels sesamzaad
  • 1 eetlepel nigellazaad
Doe de bloemkoolroosjes in een pan met zoveel water dat ze net onderstaan. Breng aan de kook en laat 8-10 minuten koken tot de bloemkool iets gaarder is dan beetgaar. Giet af en laat uitlekken in een vergiet. 
Snijd van de rode ui 3 plakken van 0,5 centimeter dik en haal hier de ringen van los. Snijd de rest van de ui in stukjes. Verhit de olie in een pannetje en fruit hierin de uistukjes even aan. Voeg de herbes de provence en knoflook toe. Doe een deksel op het pannetje en laat 10 minuten zacht bakken. 
Klop de eieren los met de melk. Meng de bloem en het bakpoeder erdoor. Zet eventueel de staafmixer er even in om klontjes weg te krijgen. Roer de ui erdoor en de knoflookpulp die je uit het velletje knijpt. Meng de kurkuma, dille, zwarte peper en kaas erdoor. Proef of er zout bij moet. Schep de uitgelekte bloemkool er voorzichtig door. 
Knip van bakpapier een cirkel van ± 26 en van ± 28 cm doorsnee. Duw deze in de springvormen waarbij je bakpapier tegen de zijkanten op sommige plekken samenvouwt. Vet het bakpapier in met de gesmolten boter. Meng sesam- en nigellazaad en strooi dit over de gesmolten boter. 
Verdeel het bloemkoolmengsel over de vormen. Bak de bloemkooltaarten op 200C in 45-50 minuten gaar. Laat iets afkoelen voordat je ze uit de vormen haalt. 

zondag 8 maart 2015

Pompoensoep met aubergine en miso-paddenstoelen

Gisteravond was het weer tijd voor het walking dinner van onze woonwijk. Een gezellige avond met onbekende buurtgenoten aan tafel. Ik koos ervoor om als kok op te treden. Deze Japanse pompoensoep was het voorgerecht, waarvoor 6 gasten aanschoven. Voor het hoofdgerecht - skrei op zoete aardappelpuree met chorizokruim - schoven 6 andere gasten aan. Het dessert - in de vorm van een buffet - was op een centrale plaats zodat alle deelnemers elkaar ook allemaal konden ontmoeten.


Het idee voor deze soep begon met de koningsoesterzwam. Daar heb ik wel eens eerder mee gekookt en dat wilde ik weer doen. Ik vond dat een mooi uitgangspunt, een paar plakken gegrilde koningsoesterzwam. Bijzonder en chique. Inspiratie opgedaan in Smaakvrienden - groente van Angelique Schmeinck en daar de rest omheen bedacht. Tot ik naar de markt ging. De kraam die altijd koningsoesterzwammen heeft, had ze die vrijdag ineens niet meer. Toen moest ik dus ineens improviseren. Het zijn dus uiteindelijk portabello's en beukenzwammen geworden. Ook lekker, maar ik baalde wel een beetje.


Pompoensoep met aubergine en miso-paddenstoelen

  • 1 eetlepel gedroogde tonijnvlokken (bonito)
  • stukje kombu van ± 10 cm
  • 400 gram flespompoen, in blokjes
  • zout
  • beetje rijstazijn
  • 1 theelepel sesamolie
  • 500 gram aubergine
  • 1 eetlepel olie + een beetje
  • 1 theelepel sichimi togarashi (jonnie boer)
  • 2 eetlepels sesamzaad
  • 1 eetlepel lichte sojasaus
  • 1 eetlepel witte misopasta
  • 1 eetlepel mirin
  • 2 theelepels honing
  • 2 grote portabello's
  • 1 bakje beukenzwammen
  • eventueel wat sesamzaad en/of norireepjes om te bestrooien
Breng 1 liter water aan de kook met de bonito en de kombu. Laat 10 minuten zacht pruttelen. Zeef de bouillon en gooi kombu en vlokken weg. Breng opnieuw aan de kook met de blokjes pompoen en kook ± 15 minuten tot de pompoen gaar is. Pureer de soep met de sesamolie, rijstazijn en zout naar smaak. 
Snijd de aubergine in blokjes van 0,5 bij 0,5 bij 0,5 cm. Verhit de olie in een grote koekenpan, voeg de aubergine toe en bak op hoog vuur terwijl je blijft omscheppen. De aubergine zal op een gegeven moment wat vocht loslaten. Na ± 10 minuten in de aubergine redelijk zacht. Schep de sichimi togarashi erdoor en laat nog 5 minuten pruttelen met een deksel op de pan op laag vuur tot de aubergine gaar is. 
Rooster het sesamzaad even in een droge koekenpan. Wrijf tot poeder in de vijzel. Meng het sesamzaad met de sojasaus, misopasta, mirin en honing tot een saus. 
Snijd de portabello's elk in 9 dikke plakken. Bestrijk ze licht met olie. Verhit een grillpan. Gril de plakken portabello een paar minuten aan elke kant. Bestrijk ze na het grillen met de misosaus. 
Bak de bundelzwammen even tot ze net gaar zijn. 
Maak in 6 diepe borden in het midden een torentje van de aubergine. Leg op elk 3 plakken portabello. Verdeel de bundelzwammen erover. Schep de pompoensoep om de aubergine. Bestrooi eventueel met de nori of het sesamzaad. 

Wintergroentengratin

afbeelding-wintergroente

Koolraap, laat ik daar maar weer een keer iets mee verzinnen. Volgens mij heb ik er tot nu toe nog maar 1 keer eerder mee gekookt, en dat was omdat er een koolraap in het groentepakket zat. Deze keer heb ik 'm wel gewoon gekocht.
Bij dit soort hoeveelheden groente loont het als je een keukenmachine met een goede schaaf hebt. Helaas heb ik die niet en sneed ik de groente handmatig met een mes dan wel mandoline. Dus ik was wel even bezig....


Wintergroentegratin

(2 ovenschalen)
  • 1 eetlepel olijfolie
  • 2 uien, in halve ringen (± 250 gram)
  • 1 koolraap (± 800g gram)
  • 1 knolselderij (± 1 kilo)
  • 1 kilo wortels (liefst verschillende kleuren)
  • 500 gram aardappels, schoongeboend
  • 1 liter melk
  • 5 blaadjes laurier
  • stukje foelie
  • paar peperkorrels
  • 1 groentebouillonblokje
  • 60 gram boter
  • 60 gram bloem
  • blaadjes van een paar takjes salie, fijngehakt
  • 400 gram geraspte belegen (of oude) kaas
Verhit de olie in een koekenpan. Voeg de uien toe en bak een paar minuten op hoog vuur. Laat daarna de uien op laag vuur verder gaar worden en lichtbruin worden.
Breng de melk aan de kook met laurier, foelie, peperkorrels en bouillonblokje.
Schil ondertussen de knolselderij en snijd in 6-8 parten. Snijd elke part overdwars in plakjes van 3-4 mm. Doe de koolraap in de melk en kook op laag vuur 5 minuten. Schep met een schuimspaan uit de melk en verdeel over de ovenschalen. Leg de plakjes een beetje netjes neer.
Verdeel de uien over de koolraap.
Schil ondertussen de knolselderij en snijd in 6-8 parten. Snijd elke part overdwars in plakjes van 3-4 mm. Doe de knolselderij in de melk en kook op laag vuur 4-5 minuten. Schep met een schuimspaan uit de melk en verdeel over de koolraap. Leg de plakjes een beetje netjes neer.
Schil ondertussen de wortels en snijd in schuine plakjes van 3-4 mm. Als je paarse wortels gebruikt, houd die dan apart en kook die in een laagje water. De rest van de wortels kook je 5 minuten in de melk. Schep met een schuimspaan uit de melk en verdeel over de knolselderij.
Schaaf op de mandoline de aardappel in plakjes van 2 mm. Kook ze 3 minuten in de melk. Schep ze met een schuimspaan uit de melk en verdeel ze netjes over de bovenkant van de groente.
Zeef de melk.
Smelt de boter op laag vuur in een grote pan. Voeg de bloem toe en roer tot een bal. Laat de bloem op laag vuur een paar minuten garen. Schenk er beetje bij beetje de warme melk bij en roer de klontjes eruit. Voeg 100 gram kaas toe en de salie. Proef de saus en breng verder op smaak met peper en zout. Giet de saus over de groente in de ovenschalen. Duw een beetje aan zodat de saus tussen de groente naar beneden zakt. Strooi de rest van de kaas over de bovenkant.
Bak de gratin op 180 C nog ± 45 minuten in de oven tot de groente gaar is en de bovenkant een goudbruin kaaskorstje heeft. Dek eventueel af met aluminiumfolie als dat te hard gaat.

Serveer met een groene salade.

donderdag 5 maart 2015

Ragout met champignons, knolselderij en linzen

Misschien vraag je je af wat voor soort gerecht dit is en waar je dit dan bij eet. Wij aten hier een stronkje gekookte witlof, een kleine salade van rauwe witlof, appel en augurk en in de schil gekookte krielaardappels bij. Maar je kunt de ragout ook bij rijst serveren en er dan nog een salade van rauwe venkel bij geven. Als je de knolselderij en champignons iets kleiner snijdt, kun je de ragout ook in een pasteibakje serveren. Je kunt 'm zelfs gewoon op zichzelf eten, maar dat vind ik een beetje saai.


Ragout met champignons, knolselderij en linzen

  • 1/2 knolselderij, in blokjes (± 400 gram)
  • 200 gram gedroogde bruine linzen*)
  • 1 eetlepel olie
  • 1 ui, gesnipperd
  • 750 gram champignons, in kwarten
  • 2 teentjes knoflook, fijngehakt
  • 1 paddenstoelbouillonblokje
  • ± 1 deciliter rode wijn
  • 2,5 deciliter crème fraîche
  • 4 eetlepels verse dille, fijngehakt
  • peper
  • ± 2 theelepels versgeraspte mierikswortel 
  • 3 eetlepels zilveruitjes, grof gehakt
Kook de knolselderij in een laagje water 5 minuten. Schep met een schuimspaan op een bord. Doe de linzen in deze pan en voeg zoveel water toe dat ze ruim onder staan. Breng aan de kook en kook de linzen in 15-20 minuten net gaar. Giet ze af als ze klaar zijn. 
Verhit ondertussen in een grote braadpan (of wok) de olie. Fruit de ui een paar minuten. Zet het vuur hoog en voeg de helft van de champignons toe. Schep ze heel geregeld om tot ze iets bruin worden en voeg dan de andere helft toe. Blijf omscheppen tot ze vocht beginnen los te laten. Voeg de knoflook toe. Doe dan de deksel op de pan en laat 5 minuten op laag vuur smoren. Schep de champignons daarna met een schuimspaan uit de pan. Voeg de wijn aan het vocht toe en laat 2 minuten inkoken. Voeg het bouillonblokje toe en ± 1 deciliter water. Breng aan de kook. Klop de crème fraîche erdoor. Breng op smaak met de dille, mierikswortel en peper. Schep de champignons en knolselderij weer in de saus en laat even warm worden. Schep de linzen en zilveruitjes erdoor. Proef en pas eventueel de smaak nog aan. 

*) of gebruik 400 gram gare linzen uit blik bijvoorbeeld

dinsdag 3 maart 2015

Poffert (of trommelkoek)


Toen wij studeerden zaten wij in een eetgroep. Niet iedereen was even goed toebedeeld met culinaire gaven. Zo zat ik ooit bij iemand in de groep die met 1 pak spaghetti, een ui, een blikje tomatenpuree, een prei en 3 champignons en ik mag hopen een beetje gehakt een maaltijd voor 5-6 personen wilde maken. Die at bij de rest vast heel goed.
Maar over het algemeen was het prima te eten. En soms zelfs meer dan prima. Een vriendin van ons maakte soms poffert. Manlief met zijn toetjesliefde was dan helemaal gelukkig.
Poffert, of trommelkoek zoals het ook wel genoemd wordt, is een oud streekgerecht. Wikipedia leert mij dat het uit Groningen komt. Stevige boerenkost, zeker als je de variant met spek neemt. Die is aan mij niet besteed, maar ik houd ook niet van spekpannenkoeken. Ik maakte poffert als toet na erwtensoep. Dan is 1 plak meer dan genoeg.
Het recept komt bij onze vriendin vandaan, en die heeft het van haar moeder. Als achtergrond bij de foto het recept zoals zij dat van haar moeder heeft. Niet een ouderwets handgeschreven recept, maar al netjes in een wordbestandje. Toch vond ik het leuk om het erachter te doen. Krijg je toch een klein beetje een nostalgisch gevoel.


Poffert 

(voor 1 cakevorm)
  • boter en paneermeel voor invetten
  • 2 eieren
  • 500 gram zelfrijzend bakmeel
  • 5 deciliter melk
  • snuf zout
  • 100 gram rozijnen, geweld
  • (1 klein geraspt appeltje)
  • boter en bruine basterdsuiker voor erbij
Vet de cakevorm in met wat gesmolten boter en bestrooi met paneermeel. 
Klop de eieren 1 minuut in een grote kom zodat ze goed los zijn. Meng het zelfrijzend bakmeel, de melk en het zout erdoor. Het is slim om, voordat je de mixer weer aanzet, dat eerst een beetje door elkaar te mengen anders stuift de bloem en/of spettert de melk uit de kom. 
Roer de rozijnen en eventueel de appelrasp door het beslag. Giet het in de cakevorm. Bak de poffert in ± uur op 160C gaar. De poffert moet niet kurkdroog zijn, maar ook net niet klef meer. 
Serveer warm met een klont boter en bruine basterdsuiker.