woensdag 30 november 2016

Stoofpeertjes

Oma maakte echte stoofpeertjes. Mooi donkerrood omdat ze een hele fles wijn in de pan leegschonk. Ik ben meestal zuinig en gebruik een restje, of de vruchtenwijn die ik ervoor in huis heb. Manlief vindt de stoofpeertjes lekker, maar hij moet wel altijd even zeggen dat die van oma lekkerder waren. Laatst heb ik dan ook maar een hele fles wijn bij de peertjes gedaan.




Stoofpeertjes

  • 2 kilo stoofperen
  • 1 fles rode wijn
  • 2 eetlepels bruine basterdsuiker
  • 1 kaneelstokje
  • 5 kruidnagels
  • 5 kardemompeulen, gekneusd
  • 1 steranijs
Schil de stoofpeertjes, snijd ze in vieren en verwijder het klokhuis. Doe ze in een grote pan. Giet de hele fles wijn erbij. Doe er eventueel nog een klein beetje water bij als de bovenste peertjes niet in het vocht liggen. Doe de specerijen en basterdsuiker bij de peertjes. Breng aan de kook en laat dan op het kleinste pitje ± 1,5 uur heel zachtjes stoven tot de peertjes gaar, zacht en donker paarsrood zijn. Schep de gare stoofpeertjes met een schuimspaan uit de pan. Breng het stoofvocht op hoog vuur aan de kook en laat inkoken tot het stroperiger wordt. Giet het ingekookte stoofvocht bij de peertjes. Serveer warm, lauw of koud. Stoofvocht dat overblijft, kun je goed als "aanmaaklimonade" gebruiken. Vul een glas voor 1/3-1/2 met de stoofpeertjessiroop en vul naar smaak verder aan met koolzuurhoudend bronwater. 

maandag 28 november 2016

Pompoen met rode sla en granaatappel bij kikkererwtenpannenkoekjes

Deze herfst is tot nu toe de herfst van de pompoen voor mij. Ik heb er een behoorlijk aantal van in stukjes gehakt. Blijkbaar zijn ze redelijk goedkoop. Want ik kies de groente die ik eet best vaak uit op prijs. En dan eet je de ene herfst vaker spruitjes en de andere herfst weer meer witlof of zuurkool. En nu dus pompoen. 
Deze combinatie met de kikkererwtenpannenkoekjes vond ik erg geslaagd. Je moet bij deze pannenkoekjes van kikkererwtenmeel wel iets smeuïgs of een sausje eten, want ze zijn een tikje droog, maar ze zijn wel een vullend en voedzaam alternatief voor aardappels, tortilla's, rijst en dergelijke. Ik zal ze nog wel vaker maken, eventueel variërend met de specerijen en misschien nog wat fijngehakte kool erdoor. 





Pompoen met rode sla en granaatappel (en kikkererwtenpannenkoekjes)

(5 personen)
  • 1 grote hokkaidopompoen (±1,5 kilo)
  • 4 teentjes knoflook in de schil
  • 1 theelepel kurkuma
  • 1 theelepel zout
  • 1 rode peper, fijngehakt
  • 2 eetlepels olijfolie
  • 1 ui, in kwartringen
  • 1 theelepel korianderzaad (liefst heel)
  • 1 theelepel venkelzaad
  • 1 kropje rode sla (radicchio)
  • 1 granaatappel
  • 2 eetlepels granaatappelmelasse
  • 3 eetlepels olijfolie
  • 1 theelepel honing
  • peper, zout
Was de pompoen en verwijder lelijke plekken van de schil. Verder hoef je de pompoen niet te schillen. Halveer de pompoen en schraap de pitten en draden eruit. Snijd de pompoen in stukken van ± 3 bij 2 centimeter. Meng in een grote kom knoflook, kurkuma, zout, rode peper, olie, ui, korianderzaad en venkelzaad door elkaar en meng er met je handen de pompoen door. Schep alles over in een grote ovenschaal of op een bakplaat. (je kunt natuurlijk ook in de ovenschaal mengen, maar in een diepe kom (of pan) mengt het fijner en in dit geval kun je de kom voor de salade gebruiken.) Zet in de oven en doe de oven aan op 180C. Laat de pompoen in ± 30 minuten gaar worden. 
Was de sla. Verwijder het buitenste blad dat vaak een beetje taai is. Snijd in kwarten, strijd de stronk eruit en snijd dan in repen. Doe de sla in de kom. 
Rol de granaatappel over het aanrecht en duw erop zodat de pitten al los komen te zitten. Halveer de granaatappel en peuter de pitten eruit. Doe ze bij de sla. 
Klop in een kommetje de granaatappelmelasse, olijfolie en honing door elkaar. Breng op smaak met peper en zout. 
Doe de gare pompoen bij de sla in de kom. Meng de dressing erdoor. 

Voor de pannenkoekjes van kikkererwtenmeel maakte ik een beslag van 350 gram kikkererwtenmeel en 350 milliliter water. Erdoor ging 1 ei, 2 lente-uitjes in dunne ringetjes, wat fijngehakte verse munt, 1 theelepel kurkuma, 1 theelepel gemalen komijn, 1 theelepel zout en wat chiliflakes. In een hete pan, met een klein beetje zonnebloemolie, bakte ik een soort 3 in de pan, dus kleine pannenkoekjes. Ik hield ze even warm in de oven tot ze allemaal klaar waren.

Ook nog een yoghurt-knoflooksausje erbij. De knoflook die met de pompoen meegeroosterd is uitknijpen in een grote schep Griekse yoghurt. Beetje zout erbij en losroeren.

zaterdag 26 november 2016

Specerijen voor speculaas - speculaaskruiden


Nog even en dan is het 5 december. In de aanloop naar Sinterklaas kom je om in de recepten voor zelfgemaakte speculaas en dergelijke. Die krijg je niet van mij. Ik heb niet zo veel Sinterklaasbaksels gemaakt dit jaar. Wel haal ik mijn post van vorig jaar, om zelf een specerijenmengsel voor speculaas te maken, weer even onder het stof vandaan. 

Kun je ook gemengd en al kopen, maar ik vind het leuker om het zelf te maken. Ik zit alleen een beetje met de naam. In het algemeen wordt dit mengsel speculaaskruiden genoemd. Maar het zijn voornamelijk specerijen die erin zitten. Niet dat het verschil hard vastligt, maar bij kruiden denk ik meer aan groen en blaadjes, al dan niet in gedroogde vorm. Bijvoorbeeld munt, tijm, rozemarijn. Bij specerijen gaat het meer om anderen delen van een plant zoals bijvoorbeeld bloemknopjes of bast. Denk aan kruidnagel, kaneel, gember. Koriander is dan weer zo'n gewas dat niet kan kiezen: blad en steeltjes zijn kruid maar zaadjes zijn specerij in mijn beleving. Uiteindelijk maakt het niet zoveel uit, het gaat erom dat het een lekker kruiden... eh specerijenmengsel is. 

Ik heb mijn blogpost over het zelf maken van het specerijenmengsel wel de naam speculaaskruiden meegegeven. Op die manier hoop ik dat er toch een SEO-kruimeltje naar mijn blog verwijst.

Ik heb al deze specerijen standaard in mijn la met kruidenpotjes (what's in a name) zitten. Maar ik kan me voorstellen dat je dat niet hebt, toch zelf je speculaasspecerijen hebt gemaakt en nu een paar dingen over hebt. Daarom een lijstje met recepten waarin je deze specerijen nog meer kunt gebruiken.


Steranijs



Anijszaad



Kardemom



Kruidnagel

  • Niet om te eten, maar om op te hangen en ervoor te zorgen dat je huis lekker ruikt: sinaasappel met kruidnagel.
  • Natuurlijk spekkoek. Daar kun je, naast de kruidnagel, ook je kardemom, anijs en kaneel in kwijt. 
  • Ook niet te vergeten: kruidnagel hoort natuurlijk in hachee.
  • Hartige taart met prei en een lekker specerijenmengsel. 


Korianderzaad

  • 't Klink een beetje vreemd, maar het is echt lekker: bietjes en paprika in een kruidige tomatensaus. 
  • Dit was ook erg lekker: plov, het nationale Oezbeekse gerecht. 
  • In Mexicaanse gerechten: bijvoorbeeld in deze chili op een gepofte zoete aardappel.
  • En zo kan ik nog wel doorgaan. Ik gebruik heel vaak koriander. Vooruit nog één: hoe je zelf garam masala maakt. 

vrijdag 25 november 2016

Speculaascakejes met appel en peer (foodblogswap)


Een aantal weken geleden kon je op de blog van Stéphanie een kijkje in mijn keuken nemen. Deze maand mocht ik van haar blog koken met de foodblogswap en nam ik als het ware een kijkje in haar keuken. Naast aandacht voor de Aziatische keuken - Stéphanie is net terug van een paar maanden Azie - vind je er eigenlijk van alles wat. Ik koos voor iets zoet: een cake met speculaaskruiden en appel. Die speculaaskruiden passen natuurlijk helemaal bij de periode van het jaar, zo dicht op Sinterklaas. Eén van de appels verving ik door een peer en ik maakte kleine cakejes in plaats van een grote.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik een klein beetje twijfels over dit recept had. Cakebeslag wordt normaal gesproken gemaakt met een basis van 1 ei op 50 gram boter, 50 gram suiker en 50 gram cakemeel, waarbij je begint met het romig kloppen van boter en suiker, dan het ei toevoegt en dan het meel. Ik was bang dat het een beetje droog zou blijven. Dat was niet het geval. De appel en peer voegen genoeg smeuïgheid toe. De einduitkomst lijkt ook op cake. Daarom heb ik ze toch maar cakejes genoemd, ondanks het beetje rare recept.

Speculaascakejes met appel en peer (foodblogswap)

(12 stuks)

  • 200 gram bloem
  • 10 gram bakpoeder
  • 75 gram boter, in blokjes
  • 10 gram speculaaskruiden
  • snuf zout
  • 100 gram bruine basterdsuiker
  • 3 eieren
  • 1 appel, in blokjes (± 125 gram)
  • 1 peer, in blokjes (±125 gram)
Doe bloem, bakpoeder en boterblokjes in een kom. Wrijf de bloem en boter met je vingers door elkaar. 
Verwarm de oven voor op 175C. 
Meng speculaaskruiden, zout en suiker door het bloembotermengsel. Meng dan de eieren erdoor. Schep als laatste de blokjes appel en peer door het beslag. 
Verdeel het beslag over 12 kleine cakevormpjes en bak de cakejes ± 25 minuten op 175C gaar. 

woensdag 23 november 2016

Linzen met pompoen en palmkool


Linzen alleen zijn een beetje saai. Niet alleen wat kleur betreft, maar ook wat smaak betreft. Met dit recept geef je door de oranje pompoen en de groene palmkool kleur aan je bruine linzen. Je kunt dit zelfs als een soort van eenpansgerecht eten. De afwas geeft wel 2 pannen jammergenoeg. Maar als bijgerecht of onderdeel van een buffet is dit ook een goed idee. Ik denk erover om dit met kerst te maken. Als je 1-3 dagen ervoor ook pompoen eet, kun je de pompoen ook dan direct mee roosteren of op een andere manier garen. Zoals ik het heb opgeschreven smoor je de pompoen in de koekenpan maar als je gare blokjes pompoen hebt kunnen die ook aan het eind nog even meegewarmd worden. 

Nog even over de palmkool. Dat heeft best een dikke nerf. Voorheen riste ik het blad van de nerf en deed ik de nerf weg. Tot ik bedacht: "Broccolistronk gebruik ik ook gewoon, dus waarom de nerf van de palmkool dan niet?" Dat deed ik dus wel in dit gerecht en dat smaakte prima. Dus voortaan wordt de nerf niet meer weggegooid maar heel fijn gehakt en ook verwerkt. Daarmee is dit recept meteen mijn inzending voor het #foodblogevent van november 2016. Hanneke bedacht "No-waste" als thema voor deze maand. 


Linzen met pompoen en palmkool


  • 250 gram donkergroene (of bruine) linzen, gedroogd (of gebruik 450 gram gare linzen uit blik of pot of zak)
  • 1 laurierblaadje
  • sap van 1/2 citroen
  • 2 eetlepels hazelnootolie
  • peper, zout
  • 1 + 1 eetlepel olijfolie
  • 1 groene peper, fijngehakt
  • ± 10 blaadjes salie, in reepjes
  • 500 gram (fles)pompoen (schoongemaakt gewicht)
  • 150-200 gram palmkool, in reepjes, harde nerven heel klein gehakt
Laat de linzen een half uur weken. Doe ze dan in een pan met zoveel water dat ze 2 centimeter onderstaan en doe het laurierblaadje erbij. Breng aan de kook, zet het vuur laag en laat in ± 25 minuten gaar koken. Proef na 20 minuten al. Giet af en roer het citroensap en de hazelnootolie erdoor en breng op smaak met peper en zout. 
Verhit ondertussen 1 eetlepel olijfolie in een koekenpan en fruit de peper en salie even aan. Voeg de pompoenblokjes toe en bak 2-3 minuten op hoog vuur. Voeg dan een paar lepels water toe, bestrooi met peper en zout en laat met een deksel op de pan ± 15 minuten smoren tot de pompoen beetgaar is. 
Schep de pompoen bij de linzen. 
Verhit de andere lepel olijfolie in de koekenpan en bak de palmkool al omscheppend tot deze begint te slinken. Voeg een klein beetje water toe en wat peper en zout en laat, met een deksel op de pan, nog een paar minuten stoven tot de palmkool beetgaar is. 
Als je de harde nerven ook eet (net als broccolistronk kun je die dus ook eten), doe dan bij de pompoen in de pan en laat ze gelijktijdig gaar worden. 
Schep het grootste deel van de palmkool door de linzen en pompoen. Schep alles op een mooie schaal en verdeel de rest van de palmkool erover. 

(inspiratie uit BBCGoodFood magazine oktober 2016)

maandag 21 november 2016

Aachener Printen

Meer dan 10 jaar geleden werkte manlief voor een bedrijf in Heerlen. Er waren verschillende dwarsverbanden met Duitsland en dat leidde tot iets anders dan anders als kerstpresentje: een blik Aachener Printen. Een kruidig koekje dat wel wat weg heeft van taaitaai maar lekkerder is. Manlief is er behoorlijk weg van.
Toen we een paar jaar geleden op de kerstmarkt in Düsseldorf waren, kochten we ze daar ook. Dat is natuurlijk best een eindje van Aken vandaan, maar de commercie heeft ook bij de Aachener Printen toegeslagen. Die vonden we trouwens niet zo lekker als die we eerder hadden geproefd.


Dat jaar zag ik bij Marion van MarionsKitchenStories een recept voor Aachener Printen voorbij komen. Er bleek een zeldzaam ingrediënt in voor te komen: Pottasche, oftewel kaliumcarbonaat voor de scheikundigen onder ons. Dat is een ander rijsmiddel dan het bakpoeder dat in Nederland veel gebruikt wordt of de baking soda uit de Britse en Amerikaanse keuken en dus niet 1-2-3 te vinden.
Die pottasche is dus lastig. Ik stuurde mijn Duitse buurvrouw al op een missie, een Duitse vriendin in Düsseldorf en de schone zus die een aantal jaar in Heerlen woonde ook. Maar voor hen was het ook lastig. Tot 1 van de 3 mij een paar zakjes gaf en de ander het toen ineens ook vond. Nu heb ik dus genoeg pottasche om de rest van mijn leven rond kerst Aachener Printen te maken.

Het recept dat ik gebruikt heb komt van de site van Nobis Backwaren & Printen. Zij zeggen er alleen niet bij hoeveel specerijen ze gebruiken, dat is natuurlijk bedrijfsgeheim. Het recept dat Marion blogde is nagenoeg gelijk. Het geeft een iets andere verhouding voor stroop:suiker:bloem en ze gebruikt alleen anijs, kaneel, koriander en een snufje kruidnagel als specerijen. Ik houd van kruidige koekjes dus maakte ik een mengsel van de specerijen die Nobis noemt. Eerst dus het recept voor het specerijenmengsel voor Aachener Printen en daarna voor de koekjes zelf.

Wat mij opviel bij het vergelijken van een aantal recepten die ik op internet vond, is dat ze bijna allemaal 5 gram pottasche gebruiken terwijl de ene werkt met 300 gram bloem en de ander een recept van 600 bloem heeft. Dat lijkt niet logisch. Ik heb de 5 gram uit het Nobis-recept maar aangehouden. 

Enige waar ik tegenaan liep is dat in alle recepten wordt gezegd dat je de pottasche moet oplossen in wat vocht. Maar bij mij loste het niet op. Het werd ook geen papje maar 1 klont dus het was nogal lastig door het deeg te mengen. Misschien een volgende keer door een deel van de warme stroop mengen. Kijken hoe dat gaat. 

Van deze hoeveelheid deeg bakte ik 2 bakplaten vol Aachener Printen. De eerste lading had net iets te lang in de oven gezeten. Die waren keihard. Nog wel eetbaar, maar voor GZQ die al zijn hoekkiezen aan het wisselen is niet echt. De tweede lading heb ik dus op een iets lagere temperatuur en iets korter gebakken. Zo heb ik het ook opgeschreven. 

Aanvulling: ik had zoveel specerijenmengsel gemaakt en ze waren zo snel op dat ik nog maar een lading gebakken heb. Deze keer gingen ze 12 minuten in, en ik vond ze nog aan de harde kant. Dus misschien moeten ze nog wat korter. Voor nu heb ik een stuk appel in de koektrommel gedaan. Dat zou voor een wat vochtiger omgeving moeten zorgen waardoor de printen wat zachter worden. 


Specerijenmengsel voor Aachener Printen

  • 25 gram anijszaad
  • 15 gram korianderzaad
  • 15 gram kaneel
  • 8 kruidnagels
  • zaadjes uit 10 kardemompeulen
  • 1/8 muskaatnoot
  • 3 pimentbessen
Maal in een kleine keukenmachine of koffiebonenmolen alle specerijen met elkaar fijn tot poeder. Bewaar in een afgesloten bakje met een label erop wat het is. 

Aachener Printen

  • 400 gram keukenstroop (suikerstroop)
  • 20 milliliter water
  • 125 gram fijne kandijsuiker
  • 85 gram kristalsuiker
  • 500 gram bloem
  • 25 gram gesnipperde gekonfijte sinaasappelschil
  • 20 gram specerijen voor Aachener Printen (zie hierboven)
  • 1 eetlepel rum
  • 5 gram pottasche
Doe de water met de stroop in een pannetje en verwarm zachtjes tot de stroop wat dunner is. Op die manier mengt de stroop makkelijker met de bloem. 
Omdat het een vrij stevig deeg is, en ik mijn handmixer met kneedhaken niet zo vertrouw, heb ik het deeg in de keukenmachine gemaakt. Daarbij gebruikte ik niet het kneedding dat ik voor bijvoorbeeld appeltaartdeeg gebruik, maar het hakmes. Dat zet meer kracht heb ik het idee. 
Dat mes is ook handig voor de kandijsuiker. Ik weet niet hoe fijn de Aachense fijne kandijsuiker is, maar ik vond de fijne kandijsuiker van Van Gilse nog best grof voor een deeg als dit. Door het mes te gebruiken wordt deze kandijsuiker ook nog wat fijner. 
Mijn sinaasappelschil bestond uit vierkante stukjes van z'n 3 millimeter. Die heb ik eerst met de hand ook een stuk fijner gehakt. 
Doe de beide suikersoorten, de bloem en de fijngehakte sinaasappelschil in de kom van de keukenmachine en maal even door elkaar. Meng ook de specerijen erdoor. 
Los de pottasche op in de rum (bij mij lukte dat oplossen dus niet echt) en verdeel dit over de bloem en meng even. Giet de warme stroop erbij en meng tot een stevig deeg. Doe het deeg in een bak of plastic zak en leg in de koelkast. Laat minimaal een nacht, maar 2 dagen kan ook, rusten zodat de smaak van de specerijen goed in het deeg trekt.
Haal het deeg ± een half uur voordat je het verder wilt verwerken uit de koelkast. 
Bekleed een bakplaat met bakpapier. 
Verwarm de oven voor op 160C. 
Rol het deeg uit tot 5 millimeter dikte en snijd er rechthoekjes van ± 3 bij 4 centimeter uit. Leg de Aachener Printen op de bakplaat. 
Bak de koekjes in ±12-15 minuten gaar. Ze voelen dan misschien nog wat zacht en kleverig aan de onderkant, maar bij het afkoelen worden ze een stuk harder. Laat ze afkoelen op een rooster. 

Eventueel kun je in het nog ongebakken deeg amandelen drukken of de koekjes na het bakken bestrijken met gesmolten chocolade of suikerglazuur. 

zaterdag 19 november 2016

Ovenschotel broccoli, kipcervelaat, paprika, aardappelpuree en kaas


Zo, de eerste herfstorm is ook weer een feit. Terwijl de regen tegen de ruiten sloeg aten wij deze ovenschotel. Ondanks de grote aanwezigheid van de niet-groente aller niet-groentes (= broccoli volgens manlief) waren de borden binnen no-time leeg. De randjes van de kaas werden uit de schaal geschraapt door GZQ. Ik vond zelf de groene peper door de puree een slimme zet. 

De foto is genomen voordat de puree en kaas erop zat. Want dan zie je wat er in zit. Nadat de puree erop zit, lijkt elke ovenschotel op de andere. En ik hoopte nog net genoeg daglicht te hebben voor de foto. 


Ovenschotel broccoli, kipcervelaat, paprika, aardappelpuree en kaas

(4 personen)

  • 1 kilo aardappels
  • 1 teentje knoflook, gepeld
  • scheut (warme) melk
  • 1/2-1 groene peper, fijngehakt
  • blaadjes van een paar takjes oregano
  • 700 gram broccoli
  • 1 rode paprika
  • 1 (kip)cervelaatworstje (165 gram)*)
  • scheut (warme) melk
  • 100 gram geraspte kaas
Schil de aardappels en snijd in plakjes. Doe in een pan met zoveel water dat de aardappel net onderstaat. Voeg wat zout en het teentje knoflook toe en breng aan de kook. Laat 10 minuten koken tot de aardappel gaar is. Giet af en stamp (inclusief knoflook) fijn. Roer de warme melk erdoor en maak er puree van. Roer de peper en oregano door de puree.
Verdeel de broccoli in roosjes. Snijd de stronk in kleine stukjes. Doe de stronkstukjes in een een pan met ruim water en wat zout en breng aan de kook. Laat 3 minuten koken en voeg dan de roosjes broccoli toe. Laat nog 3 minuten koken en giet dan af. Schep over in een grote ovenschaal. 
Was de paprika, halveer en verwijder de zaadlijsten. Snijd elke helft in tweeën en dan in dunne reepjes. Verdeel over de broccoli.
Snijd de kipcervelaat in kleine blokjes en verdeel over de paprika. 
Verdeel de puree over de broccoli en strijk glad. Bestrooi met de geraspte kaas. 
Bak de ovenschotel nog ± 20 minuten in een oven van 200C om door en door heet te laten worden en de kaas te laten smelten en een korstje te krijgen. 

*) In de #foodybox herfst die ik toegestuurd kreeg, zat kipcervelaat van Stegeman. Die gebruikte ik in deze ovenschotel. Maar je kunt ook gewone cervelaat of salami of chorizo gebruiken. Ik gebruik dit soort droge worstjes vaak meer als smaakmaker dan als vleesonderdeel. Daarom kies ik eerder voor salami of chorizo, omdat die wat pittiger zijn. Wanneer je de worst in heel kleine blokjes snijdt, kom je met 100 gram in een gerecht voor 4 personen een heel eind. Dat het dan ook relatief vette producten zijn, vind ik niet erg. Meestal bak ik ze uit en in het vet dat vrijkomt, bak ik weer de uien aan. Zoveel vet gebruik ik nooit, en met een normale hoeveelheid vet is niets mis. Als je de cervelaat in plakjes bij de borrel gaat eten, ja, dan is het misschien wel prettig dat kipcervelaat minder vet bevat dan traditionele cervelaat die van varkensvlees wordt gemaakt. 

donderdag 17 november 2016

Cheesecake met hazelnoot, bruine suiker en bramen


Geïnspireerd door een recept in de septembereditie van BBCGoodFood bakte ik deze cheesecake met hazelnoot, muscovado suiker en bramen. In dat recept werd de cheesecake in de slowcooker bereid. Die heb ik niet. Als alternatief werd wel de au-bain-marie-in-de-oven-methode gegeven maar dat vond ik teveel gedoe. Ik gebruikte gewoon hazelnoten, bramen en bruine basterdsuiker in het cheesecakerecept dat ik de laatste tijd succesvol gebruik. Wel weer een beetje omgerekend naar een iets grotere vorm.
Muscovado suiker is (deels) ongeraffineerde suiker met een hoog melassepercentage, vandaar de donkerbruine kleur. In Britse en Amerikaanse recepten kom je het wel vaker tegen. Ik vervang het meestal door donkerbruine basterdsuiker. Als je er meer over wilt weten, lees dan de wikipedia over muscovado suiker. Een snelle glimp op de zoekresultaten zegt mij dat de ene muscovado suiker de andere niet is. Het is in geen geval een beschermde productnaam. Vroeger was het eerder een armeluissuiker (want niet geraffineerd) terwijl nu de muscovado als "gezonde" (en dus dure) suikervariant wordt neergezet. 


Cheesecake met hazelnoot, bruine suiker en bramen

(springvorm 20 centimeter doorsnee)

  • 100 gram boter
  • 100 gram mariabiscuitjes
  • 50 + 50 gram gemalen hazelnoten
  • 2 eetlepels melk
  • 100 gram donkerbruine basterdsuiker
  • 300 gram (uitgelekte) kwark
  • 300 gram roomkaas
  • 2 eieren
  • 15 gram bloem
  • 250 gram bramen (mag diepvries)
  • eventueel 1 eetlepel suiker
  • 1 blaadje gelatine
Klem een vel bakpapier tussen de rand en de bodem van de springvorm. 
Smelt de boter zachtjes in een pannetje maar laat de boter niet bruin worden. Maal de biscuitjes tot kruimels in een kleine keukenmachine (of gebruik een stevig plastic zakje en de deegroller). Meng de kruimels en 50 gram gemalen hazelnoten door de gesmolten boter. Verdeel dit over de bodem van de springvorm en druk goed aan. 
Roer de melk en de bruine basterdsuiker door elkaar in een steelpannetje. Verwarm op laag vuur zodat de suiker oplost. Roer af en toe. Op het eind mag het nog even doorkoken, maar pas wel op dat het niet te erg karamelliseert. Roer de andere 50 gram gemalen hazelnoot hierdoor. 
In kwark zit altijd nog vrij veel vocht, dus laat ik deze eerst een paar uur uitlekken in de koelkast. Gewoon een bak kwark in een zeef storten en boven een kom hangen. Weeg na het uitlekken hier 300 gram van af. 
Roer de roomkaas, kwark, eieren en bloem door elkaar. Meng er het halfafgekoelde bruine suikermengsel door. Verdeel de roomkaasvulling over de bodem. Bak de cheesecake 10 minuten op 180C. Verlaag dan de temperatuur naar 110C en bak de cheesecake nog 50 minuten. Laat 'm daarna nog een uur in de uitgeschakelde, afkoelende oven staan. Daarna kan de taart een uur of 2 verder afkoelen buiten de oven.
Week het blaadje gelatine ± 5 minuten in koud water. Snijd de helft van de bramen doormidden en verdeel over de bovenkant van de cheesecake. Pureer de rest van de bramen en proef of je er een beetje suiker door wilt. Breng de bramenpuree tegen de kook aan. Los van het vuur de uitgeknepen gelatine in de bramenpuree op. Laat afkoelen maar verdeel over de bovenkant van de cheesecake voordat het lobbig is geworden. 
Laat het bramenlaagje nog 2-3 uur opstijven in de koelkast voordat je de cheesecake aansnijdt. 

dinsdag 15 november 2016

Auberginerolletjes met feta op kokoslinzen

Ottolenghi en aubergine is een schitterende combinatie. Hij heeft er al zoveel lekkere recepten voor gegeven. De basis voor deze auberginerolletjes komt van de site van de Guardian. Om aan te sluiten bij de Indiase smaakmakers wordt in het oorspronkelijke recept paneer als kaas gebruikt. Ik verving dat door een mengsel van feta en ricotta. Nou ja, eigenlijk nep-feta zoals ik dat ook wel noem: witte kaas uit een blik van de Turkse supermarkt vandaan. Ineens viel me op dat blik "peynir" staat. Dat lijkt behoorlijk op paneer. Die 2 woorden hebben vast dezelfde etymologie.



Omdat ik een hele zak spinazie had gekocht, verwerkte ik die ook maar in het gerecht. Eigenlijk worden alleen de plakjes aubergine belegd met een spinazieblad. En verder paste ik de hoeveelheden wat aan aan de hoeveelheid mensen waarvoor ik dit gerecht maakte. Deze hoeveelheid was, met 1 klein lavash brood van de Turkse bakker erbij, genoeg voor 7 porties


Auberginerolletjes met feta op kokoslinzen

(5-7 personen)
  • 5-6 aubergines (1,4 kilo)
  • 4 + 2 eetlepels zonnebloemolie
  • peper, zout
  • 2 uien, fijngesnipperd
  • 5 centimeter gember, fijngehakt
  • 2-3 rode spaanse pepers, fijngehakt
  • 30 kerrieblaadjes (diepvries of vers)
  • 2 theelepels zwart mosterdzaad
  • 2 theelepels gemalen komijnzaad
  • 2 theelepels gemalen korianderzaad
  • 1 theelepel kurkuma
  • 1 theelepel garam masala
  • 1 theelepel kerriepoeder
  • 2 blikjes tomatenpuree
  • 1 limoen - 3 repen schil en daarna uitgeperst
  • 300 gram rode linzen
  • 400 milliliter kokosmelk
  • 600 milliliter water
  • 1/2 theelepel zout
  • 200 gram feta (of witte kaas)
  • 250 gram ricotta
  • 450 gram (gewassen) spinazie
  • 1/2 bosje koriander, fijngehakt
Was de aubergines, snijd het kroontje eraf en snijd ze in de lengte in plakken van ± 7 millimeter dik. Zorg dat je in elk geval 28 mooie plakken hebt. Leg anti-aanbakfolie op een bakplaat (of meer als je die hebt en ze in je oven passen) en leg hierop de plakken aubergine. Bestrijk met wat olie en bestrooi met peper en zout. Draai ze om en bestrijk ook de andere kant met olie en bestrooi deze ook met peper en zout. Bak de aubergineplakken ± 20 minuten op 210C tot ze gaar zijn en bruin beginnen te worden. Leg ze zolang op een bord of schaal en bak zo nodig de volgende lading. 
Maak ondertussen de kokoslinzen klaar. Verhit hiervoor 2 eetlepels olie in een pan en fruit de uien op laag vuur ± 10 minuten tot ze glazig zijn. Voeg de peper en gember toe en bak even op hoog vuur. Doe dan de kerrieblaadjes, specerijen, limoenschil en tomatenpuree erbij. Bak even aan en voeg dan de linzen, kokosmelk, water en zout toe. Breng aan de kook terwijl je af en toe roert. Laat de linzen, met een deksel op de pan, 15 minuten pruttelen tot ze bijna gaar zijn en de saus dik is geworden. 
Verdeel de kokoslinzen over 2 ovenschalen. 
Prak de feta fijn en roer de feta en ricotta door elkaar. 
Leg de plakken aubergine naast elkaar op de bakplaat (of ander werkvlak, maar de bakplaat is toch al vies). Leg hierop een paar blaadjes spinazie en een schepje kaas. Rol de aubergine op en laat de rolletjes nog even op de bakplaat liggen. 
Snijd de overgebleven aubergine in stukjes en verdeel over de linzen. 
Hak de rest van de spinazie fijn. Verhit de pan van de linzen nog even en laat de spinazie daar in slinken. Bestrooi met wat zout en eventueel nog wat garam masala. Verdeel de spinazie over de linzen. Leg de auberginerolletjes in de kokoslinzen en duw ze iets naar beneden. Bak de aubergine nog ± 20 minuten in een oven van 190C tot ze heet zijn. 
Besprenkel met limoensap en bestrooi met verse koriander. 

zondag 13 november 2016

Christmaspudding

Zondag 22 november 2015 was het Stir-up Sunday. Toen roerde ik het beslag voor deze Christmaspudding.


In 2016 valt Stir-up Sunday op 20 november. Over een week dus. Maar ook als je dat niet redt, en wat later de Christmuspudding maakt, is dat okée. Als de pudding maar een paar dagen op smaak komt, heb je ook een lekkere Christmaspudding. Je hoeft 'm natuurlijk ook niet met Kerst te eten. Dat deden wij ook niet. Er was toen al genoeg te eten, en een pudding als deze vult natuurlijk wel. Uiteindelijk aten wij de Christmaspudding eind januari. Ik bewaarde 'm al die tijd in de garage. Het zal daar iets van 10-15 C zijn geweest.

Een paar tips bij het maken van de Christmaspudding:

Mixed spice
Een kruidig mengsel van diverse specerijen. In Nederland is dat moeilijk te vinden. Eventueel kun je speculaaskruiden gebruiken, maar daar zit wel peper in en de verhoudingen zijn anders. Ik maakte het zelf, waarbij ik recept van BBCGoodFood min of meer volgde:

  • 1 eetlepel piment
  • 1 eetlepel kaneel
  • 1 eetlepel nootmuskaat
  • 2 theelepels foelie
  • 1 theelepel kruidnagel
  • 1 theelepel korianderzaad
  • 1 theelepel gemberpoeder

Gebruik specerijen in gemalen vorm en meng ze, of gebruik hele specerijen en maal ze fijn met een koffiemolen. Wat je over hebt, kun je gebruiken in bijvoorbeeld kruidkoek.

Wit broodkruim
Ik kocht hiervoor speciaal wit casinobrood. De korstjes eraf snijden en dan fijnmalen in een keukenmachine. GZQ was er blij mee want de rest van het brood werden tosti's.

Boter
De boter is bevroren omdat je de boter dan beter kunt raspen. Oorspronkelijk wordt er geen boter maar suet, dat is runderniervet, gebruikt in een Christmaspudding. Dat smelt langzamer, vandaar de lange(re) stoomtijden die je soms in recepten voorbij ziet komen. Ik heb de mijne 4 uur gestoomd om de pudding klaar te maken. Voor het opwarmen was een half uur voldoende.

Christmaspudding

(puddingvorm/hittebestendige kom van 1,5 liter)
  • 150 gram rozijnen
  • 150 gram gedroogde cranberries
  • 100 gram gekonfijte sinaasappelschil
  • 1 kleine appel, geraspt (100 gram)
  • 1 wortel, fijngeraspt (100 gram)
  • 100 gram amandelen, grof gehakt
  • 150 gram bruine basterdsuiker
  • sap van 1 sinaasappel
  • 1,5 deciliter brandy (vieux)
  • 2 eieren, losgeklopt
  • 2 theelepels mixed spice
  • 150 gram zelfrijzend bakmeel
  • 175 gram vers wit broodkruim
  • 150 gram boter, bevroren
Begin de avond van tevoren, zaterdagavond dus. Doe rozijnen, cranberries, sinaasappelschil, appel, wortel, amandelen, suiker, sinaasappelsap en brandy in een kom. Roer alles door elkaar en dek af. Laat een nacht intrekken. 
Meng de volgende dag de mixed spice door de eieren.
Doe het fruit met vocht in een grote kom. Strooi de bloem en het broodkruim erover. Rasp de bevroren boter boven de kom. Giet de eieren over de bovenkant en roer alles met een pollepel goed door elkaar. 
Vet de vorm in met boter. 
Knip een stuk bakpapier en een stuk aluminiumfolie van elk 30 centimeter. Leg dat op elkaar en beboter het bakpapier. Maak in het midden (over de korte kant) een zigzagvouw. In het midden komt dan eigenlijk een stuk papier en folie driedubbel te zitten. 
Vul de vorm met het mengsel. Leg het stuk papier-folie met de beboterde kant onder over de bovenkant en bind het vast met een stuk keukentouw. 
Zet de vorm in een grote pan en vul deze met tot halverwege de vorm met kokend water. Doe een goed sluitend deksel op de pan en stoom/kook de pudding 4 uur. Controleer af en toe de waterhoeveelheid en vul aan als dat nodig is. 
Laat de Christmaspudding in de vorm afkoelen. Laat het deksel van papier/folie er gewoon opzitten. Zet 'm daarna op koele plek (schuur of garage is prima) totdat het kerst is. 
Om de pudding te eten warm je 'm weer op door de pudding op dezelfde manier ± 3/4 uur te stomen. Geef er brandy syrup room (slagroom lobbig kloppen met wat golden syrup en een lepel brandy) bij. 

(bron: uit 2 BBC-GoodFood-recepten (november issues 2014 en 2015) heb ik mijn eigen versie gedestilleerd)

donderdag 10 november 2016

Chocolate chip cookies met zwart sesamzaad

In mijn enthousiasme koop ik af en toe te grote verpakkingen specerijen en dergelijke bij de toko. Koriander en komijn gaan er op zich wel aardig snel door heen, maar sesamzaad toch wat minder snel. Deze koekjes zijn een lekkere oplossing voor mijn overschot aan zwart sesamzaad.
In het oorspronkelijke recept staat dat je van 100 gram sesamzaad, 100 gram olie en 30 gram maple syrup zwarte tahin moet maken, terwijl je in het koekjesdeeg maar 80 gram tahin verwerkt. Omdat ik geen zin had om tahin over te houden maakte ik maar de helft van de tahin. Beetje eigenwijs dus. En ik had per ongeluk al olie en sesamzaad door elkaar gedaan voordat ik het sesamzaad ging vermalen. Dus mijn tahin eindigde niet als zo'n gladde pasta als het eigenlijk had moeten worden. Gelukkig was dat in het eindresultaat niet merkbaar. De koekjes gingen erin als.... zoete koek.



Ik denk dat dit deeg ook heel goed in te vriezen is in een rolletje om dan snel een paar verse koekjes te bakken, net zoals ik met mijn chocolate chip cookies deeg doe.


Koekjes met chocolade en zwart sesamzaad

(± 24 stuks)

  • 50 gram zwart sesamzaad
  • 50 gram neutrale olie (ik gebruikte zonnebloemolie
  • 1 eetlepel maple syrup
  • 50 gram zachte boter
  • 125 gram lichtbruine basterdsuiker
  • 125 gram kristalsuiker
  • 1 ei, losgeklopt
  • 200 gram zelfrijzend bakmeel
  • 20 gram cacao
  • 100 gram melkchocolade, in stukjes, ± smartiegrootte
Doe het sesamzaad in een kleine keukenmachine en maal fijn. Voeg beetje bij beetje de olie toe en maal verder tot een pasta. Meng tot slot de maple syrup erdoor. Dit is je zwarte tahin (=sesampasta).
Meng beide suikersoorten en de boter tot een romig geheel. Mix er het ei en de tahin door. Zeef bakmeel en cacao boven het deeg en meng dat erdoor. Meng als laatste de stukjes chocolade door het koekjesdeeg. 
Rol het deeg in plastic folie tot een worst van ± 5 centimeter doorsnee. Laat dit opstijven in de koelkast. 
Verwarm de oven voor op 170C.
Bekleed 2 bakplaten met bakpapier. Snijd de koekjesdeegworst in 24 plakjes en leg deze op de bakplaten. Bak de koekjes in ± 10 minuten gaar. Ze voelen dan nog wel zacht, maar worden knapperig bij het afkoelen. Hevel de koekjes met een paletmes van de bakplaat op een taartrooster om af te koelen. 


bron: BBCGoodFood Magazine juli 2016 - enigszins aangepast

maandag 7 november 2016

Vakantie-eten - Bali - dadar gulung - groene pannenkoekjes met kokos en palmsuiker

Waar wij het in Nederland fris houden met yoghurt als toetje, gaan de Balinezen vooral voor zoet. Veel met kokos en palmsuiker. Thuis eet ik bijna nooit een toetje, en op vakantie hebben we dat eigenlijk ook niet gedaan. Wel eens een Italiaans ijsje of een magnum, maar dat is natuurlijk geen Indonesische keuken. 



Deze pannenkoekjes maakte ik tijdens 1 van de kookworkshops. Ik mocht er een paar meenemen en manlief en GZQ waren ook enthousiast. Daarom heb ik ze thuis ook een keer gemaakt. Dus deze keer wel een - zoet - toetje. 

De pannenkoekjes worden groen omdat er als vocht, naast een heel klein beetje kokosmelk, "sap" van suji blad gebruikt wordt. In feite wordt het blad gepureerd met water en dan gezeefd. Dan houd je groen water over. Veel smaak voegt het niet toe. Ik denk dat sujiblad niet te vinden is in Nederland. 

Dit is de sujiplant. Zoeken op internet leidt dat het een plant in de dracaena-familie is. De dracaena angustafolia. Zo snel maar 1 bron, dus pin me er niet op vast. 



Iets makkelijker te vinden is pandanblad. Daar kun je hetzelfde meedoen. Dat geeft wel iets smaak. Ik kleurde het beslag groen met een paar druppels pandanessence dat al 10 jaar of zo in mijn kast staat. Wordt dat ook weer een keer gebruikt. In plaats van het zoals hierboven beschreven sujibladwater gebruikte ik 200 milliliter water en 50 milliliter kokosmelk, groengekleurd met het pandanessence. 



Dadar gulung



  • 4 eieren
  • 250 milliliter sujibladsap
  • 25 milliliter kokosmelk
  • 2 keer een snuf zout
  • 250 gram bloem
  • 15 milliliter kokosolie
  • 50 gram palmsuiker
  • 100 gram vers geraspte kokos
  • eventueel wat extra palmsuikersiroop
Maak een beslag door de eieren met het sujibladsap, de kokosmelk en een snuf zout door elkaar te klutsen. Zeef de bloem boven een kom en giet er, vanuit het midden, beetje bij beetje het vocht bij. Meng met een garde tot je een klontvrij beslag hebt. Giet eventueel nog door een zeef. Roer de kokosolie door het beslag. 
Als je een blok palmsuiker hebt, hak dat dan eerst fijn. Doe voor de vulling de palmsuiker met 2 eetlepels water in een pannetje en breng aan de kook. Laat de suiker oplossen. Roer de kokos en een snuf zout door de suikersiroop. Zet de vulling even apart. 
Verhit een crèpepan (liefst met anti-aanbaklaag) en bestrijk met een heel klein beetje kokosolie. Giet er een lepel beslag in en laat uitlopen tot een dun pannenkoekje. Draai, als de bovenkant droog is, het pannenkoekje om en bak de andere kant. 
Laat het pannenkoekje op een bord glijden en leg een lepel vulling in een strookje op de onderste helft. Klap de onderkant om, vouw de zijkanten naar binnen en rol verder op. Maak zo alle dadar gulung.  Leg 3 pannenkoekjes op een bord en druppel er nog wat palmsuikersiroop omheen. 

Wil je alles over het eten tijdens deze vakantie lezen? Ik heb hier een lijstje gemaakt met alle blogs die ik daarover geschreven heb:

vrijdag 4 november 2016

Kaastwisters - gedraaide broodjes met kaas


Op het moment dat ik dit schrijf is het ongeveer 3 maanden geleden dat ik de #foodybox zomer ontving. Op de foto zie je wat erin zat. De idee is natuurlijk dat ik aan die producten aandacht geef op mijn blog, en het liefst natuurlijk positieve aandacht. Nog liever zulke lovende verhalen dat jullie ze ook allemaal gaan kopen. Doe ik dat? Niet echt. Jullie mogen lekker zelf weten welke producten je koopt en in mijn recepten staat zelden een specifiek merk of product genoemd. Toch krijgen de producten soms wel "kale" aandacht. Ik zie zo'n box als een uitdaging om met nieuwe of andere producten wel iets lekkers te maken. Als er dingen inzitten waarvan ik zeker weet dat ik ze niet ga gebruiken, geef ik ze weg. Maar met de meeste dingen verzin ik wel wat. Niet altijd het bloggen of noemen waard. Daarom nu een kleine evaluatie met wat er van deze #foodybox geworden is. 

Met de aubergine maakte ik een lekkere couscous. Het deeg en de chorizoreepjes vormden samen een snelle pizza. Met de pastasaus maakte ik later voor GZQ en vrienden nog meer pizza. Spaghetti is gewoon spaghetti, en ligt nog in de voorraadkast. Met de koffie maakte ik zelfs ijskoffie. Over dat concept ben ik zelf nog niet helemaal uit. Ik drink het liefst water of lauwe thee als het warm is en soms koude cola. Maar goed, er zijn foto's van, dus misschien dat er volgend jaar toch een ijskoffierecept verschijnt. De geitenkaas vond zijn weg naar een salade met peer, die blogwaardig is. Tabasco gebruik ik wel. Maar misschien komt er nog een Amerikaans Bloody Mary-verhaal. Tot slot, de plakken kaas. Ik eet misschien 1 of 2 keer in het jaar kaas op brood, dus die lagen nog steeds in de koelkast. Kaas hoeft natuurlijk niet op brood, maar kan ook in brood. Ik bakte er deze kaastwisters mee. 






Gedraaide broodjes met kaas


(5 stuks)
  • 100 gram volkorenmeel
  • 300 gram bloem
  • 20 gram lijnzaad
  • 1 theelepel zout
  • 25 milliliter olijfolie
  • 10 gram gist
  • 265 milliliter lauw water
  • 10 rechthoekige plakken kaas (± 8 bij 12 centimeter)
Doe bloem, lijnzaad, zout, olijfolie, gist en water in de kom van de broodbakmachine. Kneed op de deegstand in ± 10 minuten tot een mooie deegbal. Vet een kom in, leg de deegbal erin en keer 'm even om. Dek af met plastic folie of een vochtige theedoek en laat op een tochtvrije plek ± 1 uur rijzen. 
Duw de lucht voorzichtig uit de deegbal en verdeel het deeg in 10 gelijke stukken. Ik gebruik hiervoor een weegschaal. Maak van elk stukje deeg een bolletje en laat dit (afgedekt) 10 minuten rusten. Rol het dan (op een bebloemd of ingevet werkvlak) uit tot een min of meer rechthoekig lapje dat even groot is als de plak kaas. Rol het vanaf de lange kant strak op en knijp de uiteinden een beetje dicht. Draai 2 strengen om elkaar heen en duw de boven- en onderkanten van de strengen tegen elkaar aan. Leg de kaastwister op een met bakpapier beklede bakplaat. Maak zo 5 gedraaide kaasbroodjes. Dek de broodjes af met een iets vochtige theedoek en laat ze nog ± 45 minuten rijzen. Verwarm tegen het einde van de rijstijd de oven voor op 180C. Bak de kaasbroodjes in ± 25 minuten gaar. Ze zijn gaar als ze hol klinken als je op de onderkant tikt. Bak ze eventueel nog 5 minuten extra op zijn kop. 
Laat ze iets afkoelen voordat je ze eet. Warm zijn ze lekkerder dan koud. 

woensdag 2 november 2016

Kokos-aardbeienjamkoek

Geïnspireerd door wat ik tijdens onze vakantie op Bali heb gezien, besloot ik een keer zelf kokosmelk te maken. In essentie is het heel simpel: vers geraspte kokos mengen met heet water, roeren en dan uitknijpen. Het vocht is kokosmelk. Wat je hoort klotsen in de kokosnoot is kokoswater. Dat kun je ook drinken. Sap uit een jonge kokosnoot schijnt vol goede en gezonde stofjes te zitten, maar ik vind het vies. Ik heb het nu wel opgevangen en door de curry gedaan. Dan proef je het niet als zodanig. 


Niet lekker, wel een mooi uitzicht in Ubud
Simpel dus. Ware het niet dat je de kokosnoot wel open moet breken om bij het witte kokosnootvruchtvlees te komen. Gelukkig zijn er mensen die daar hun leven aan gewijd aan hebben en een heel uitgebreide tutorial op internet hebben gezet. Fijn voor mij. En ja, de tip om de kokosnoot nog even te verwarmen zodat het vruchtvlees van de schil loskomt, werkt inderdaad. 

Op Bali wordt de kokos op een soort spijkerrasp geraspt. Gelukkig heb ik een blender. Samen met warm water (vruchtvlees van 1 kokosnoot met 1/2 liter water) maalde ik de kokos fijn. Daarna goot ik het door een zeef, drukte alles nog eens goed uit, en ja hoor, mijn zelfgemaakte kokosmelk was klaar. Dan heb je alleen nog een heleboel kokosrasp over. Daar maakte ik deze koek van. Dus eigenlijk is dit restverwerking. Je kunt geen gedroogde kokos in dit recept gebruiken. Dat neemt heel veel vocht op. Als je dat wel wilt, zou ik ongeveer 100 gram gedroogde kokos en in totaal 150 milliliter yoghurt gebruiken. Dan kom je een aardig eind in de richting, maar het blijft een beetje uit proberen. Ook voor het kruimellaagje zou ik de helft, dus 40 gram, kokos gebruiken. 

Beetje jammer is dat deze koek niet heel lang lekker blijft, dus misschien is het beter om het halve recept te gebruiken. 




Kokos-aardbeienjamkoek

  • 125 gram suiker
  • 100 gram zachte boter
  • 100 milliliter yoghurt
  • 3 eieren 
  • 200 gram verse kokosrasp 
  • 225 gram zelfrijzend bakmeel
  • 300 gram aardbeienjam
  • 50 gram boter
  • 80 gram verse kokosrasp
  • 50 gram havervlokken
Leg een stuk bakpapier op de bodem van een bakvorm of ovenschaal van ± 18 bij 25 centimeter. 
Klop de suiker met de boter tot een romige massa. Klop de yoghurt erdoor. Klop 1 voor 1 de eieren erdoor. Meng dan de kokos en het zelfrijzend bakmeel erdoor. 
Verwarm de oven voor op 175C. 
Verdeel het beslag over de bakvorm en strijk de bovenkant glad. 
Verdeel de aardbeienjam over de beslaglaag. 
Smelt de 50 gram boter in een pannetje maar laat deze niet bruin worden. Meng de 80 gram kokos en de havervlokken door de gesmolten boter. Verdeel deze kruimels over de aardbeienjam. 
Bak de kokos-aardbeienjamkoek in ± 35 minuten gaar.