maandag 20 november 2017

Sambalspruitjes en snelle atjar


Toen waren er weer spruitjes. Lekker. Maar om er een hartige taart mee te maken kwam niet zo handig uit. Wat dan wel? Ineens kreeg ik de ingeving om de spruitjes op de manier van sambalboontjes klaar te maken. Met sambal en kokosmelk dus. Dat werkte goed uit. Deze manier van spruitjes klaarmaken gaat zeker in de herhaling. 


Sambalspruitjes

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - 4 personen)
  • 1 eetlepel zonnebloemolie
  • 1 kleine ui, gesnipperd
  • 750 gram spruitjes
  • ± 1 eetlepel sambal oelek
  • 250 milliliter kokosmelk
Verhit de olie in een hapjespan waar je een deksel voor hebt. Fruit de ui een paar minuten. Maak ondertussen de spruitjes schoon. Halveer ze. Doe de sambal bij de ui en bak even mee. Schep de spruitjes erbij en roer goed door elkaar. Giet de kokosmelk erbij, breng aan de kook en laat dan met het deksel op de pan op laag vuur in ± 15 minuten gaar pruttelen. Voeg eventueel een klein beetje water toe als er erg weinig vocht in de pan zit en controleer na 10 minuten hoe ver de spruitjes zijn. Proef en voeg eventueel nog wat zout naar smaak toe.

Serveer met rijst en een omeletje. 

Snelle atjar

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis)
  • 1 deciliter azijn
  • 1 deciliter water
  • 20 gram suiker
  • 1/4 theelepel zout
  • 1/2 theelepel kurkuma
  • 1 theelepel korianderzaad, grof gevijzeld
  • 3 plakjes gember
  • 1 wortel (± 100 gram), in dunne plakjes
  • 1/2 komkommer
  • 1 kleine rode paprika (± 125 gram), in dunne reepjes
Giet een glazen (weck)pot vol met kokend water, giet leeg en laat omgekeerd staan tot de atjar klaar is. 
Breng azijn, water, suiker, zout, kurkuma, korianderzaad en gember aan de kook en roer tot suiker en zout zijn opgelost. Voeg de wortel toe en laat 3 minuten meekoken. 
Bereid ondertussen de komkommer voor: Halveer in de lengte, schraap de zaadjes eruit en snijd in dunne plakjes. Doe de komkommer en paprika bij de wortel in de pan. Schep om en laat 1 minuut mee koken. Doe dan alles in de pot, sluit de pot en laat afkoelen. 
Maak de atjar het liefst 1 dag van tevoren, maar een paar uur kan ook. Vis de groente er met een schone vork of lepel uit en bewaar een eventueel restant in de pot in de koelkast. Dat blijft zeker 2-3 weken goed. 

zaterdag 18 november 2017

Speculaascake met appel

Sinterklaas zal vandaag in Dokkum aankomen. Daarom een extra blog met het recept voor een speculaascake met appel. Voor als je nu al de pepernoten en taaitaai zat bent. 



Speculaascake met appel

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis)

  • 100 gram zachte boter
  • 175 gram suiker
  • 100 gram volle yoghurt
  • 3 eieren
  • 2 theelepels speculaasspecerijen
  • 1/2 theelepel bakpoeder
  • 200 gram zelfrijzend bakmeel
  • 1 appel, de helft in dunne schijfjes, de helft in kleine stukjes
Leg een stukje bakpapier op de bodem van een cakevorm en vet de zijkanten in. 
Zet de oven aan op 175C.
Klop de boter met de suiker romig. Meng de yoghurt erdoor. Klop er 1 voor 1 de eieren door. Meng dan speculaaskruiden, bakpoeder en zelfrijzend bakmeel door het beslag. Schep de appelstukjes erdoor en schep in de cakevorm. Duw de appelschijfjes in de bovenkant van de cake. 
Bak de cake in ± 55 minuten op 175C gaar. Laat een kwartiertje in de vorm afkoelen en daarna op een rooster.

donderdag 16 november 2017

Slof met kersen, amandel en limoen


Nu, in november, een recept met kersen? Ja, ik gebruikte in deze slof kersen uit de diepvries. Die smaken net iets anders dan kersen uit een pot, die je ook kunt gebruiken. Met verse kersen is deze kersenslof natuurlijk het allerlekkerst. Maar die zijn er nu even niet. Nou ja, even. Een hele tijd eigenlijk. Verse Nederlandse kersen zijn maar kort verkrijgbaar, in juni/juli. Deze kersenslof was zo lekker dat ik geen zin had om het recept pas dan te bloggen. In de kersenperiode maak je 'm natuurlijk wel met verse kersen. 

Deze hoeveelheid deeg is voor 2 sloffen. Je kunt het deeg goed invriezen. Dan is het een andere keer nog gemakkelijker. Inspiratie nodig voor een andere slof? Dit zijn er een paar die ik eerder gemaakt heb:

Slof met kersen, amandel en een tikje limoen

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - slof van ± 25 centimer lang)


  • 180 gram boter (kamertemperatuur)
  • 200 gram witte basterdsuiker
  • 2 gram zout 
  • 1 eidooier (wit kun je invriezen, of samen met het halve ei van de frangipane in een omelet verwerken)
  • 250 gram bloem
  • 10 gram bakpoeder
  • 100 gram gemalen amandelen
  • 75 gram boter
  • 75 gram suiker
  • 1/2 losgeklopt ei
  • 25 gram bloem
  • sap van 2-3 limoenen (± 75 milliliter)
  • 15 gram suiker
  • 5 gram custardpoeder
  • 150 gram (diepvries)kersen, ontdooid


  • Snijd de boter in blokjes en doe ze samen met basterdsuiker, eidooier en zout in de kom van de keukenmachine. Meng door elkaar. Voeg bloem en bakpoeder toe en meng tot een deegbal. Je kunt ook een handmixer met kneedhaken gebruiken. Stop het deeg in een boterhamzakje en leg een uurtje in de koelkast. 
    Verdeel het deeg in tweeën. Je hebt 1 deel nodig. Het andere deel kun je invriezen, nog een paar dagen in de koelkast bewaren of je maakt 2 sloffen.
    Klop de amandelen, boter, suiker, ei door elkaar. Meng de bloem erdoor.
    Warm de oven voor op 170C.
    Rol het deeg op een stuk bakpapier uit in de vorm van de bakvorm. Leg dit op de bakplaat. Verdeel het amandelmengsel (=frangipane) over het deeg en laat rondom een centimeter vrij. Zet de vorm om het deeg. Bak de sloffenbodem in 30-35 minuten gaar en goudbruin. Laat afkoelen.
    Maak de limoencrème terwijl de bodem gebakken wordt. Roer hiervoor de suiker en het custardpoeder met een scheutje water tot een papje. Breng het limoensap aan de kook. Roer het custardpapje door het limoensap en laat 1 minuut op laag vuur pruttelen. Laat de pudding afkoelen terwijl je af en toe roert. 

    Verdeel de limoencrème over de slof. Verdeel hierover de kersen.
    De kleurige meringuetoefjes maakte ik voor een andere taart waarbij ik heel wat overhield. Dus die versieren nu een heleboel taarten. 

    maandag 13 november 2017

    Geroosterde bospeen met harissa, muntyoghurt en pistachenootjes

    in zijn geheel geroosterde bospeen

    Ergens is iets misgegaan. Als gevolg van het reizen van manlief is hij steeds pittiger eten lekker gaan vinden. Dat betekent dat hij thuis af en toe klaagt over het gebrek aan pit in bepaalde gerechten. Ik vind een beetje pit wel lekker, maar er zijn ook genoeg gerechten te verzinnen waar gewoon geen pit in hoort. Dan wil hij nog wel eens naar een potje uit de koelkast grijpen. Ik heb verschillende pittige smaakmakers op voorraad. 

    Een paar pepersauzen die ik geregeld gebruik heb ik op een rijtje gezet:

    Sambal (oelek)

    Dit is een pittige smaakmaker uit de Indonesische keuken die in de basis bestaat uit fijngestampte Spaanse pepers. Er bestaan veel verschillende varianten. Vers of gebakken, met gedroogde garnalen erdoor, met tomaat erdoor, milde en pittige varianten. 

    Harissa

    Deze pittige saus komt uit de Noord-Afrikaanse keuken. In Tunesië en Marokko wordt er veel gebruik van gemaakt. Naast pepers en tomaat gaan er ook specerijen als komijn en koriander door. Ook bestaat er harissa met rozenblaadjes. 

    Sriracha

    Dit is een Aziatische dunnere chilisaus met naast de pepers ook azijn, suiker, knoflook en zout. Populair geworden door het broodje buikspek van Momofuku. 

    Gochujang

    Deze chilipasta komt uit Korea. Spaanse pepers worden met sojabonen en rijst gefermenteerd tot een pittige pasta. 

    Gebruik jij een andere pittige smaakmaker die ik ook zou moeten gebruiken? Laat dat weten via het commentaar. 

    Ondanks dat deze pittige smaakmakers elk hun eigen oorsprong hebben, ben ik niet zo trouw. Ik gooi rustig sambal door een Marokkaanse tajine, en sriracha door een Mexicaanse chili. Alleen de gochujang doe ik niet zo snel ergens anders door omdat het gefermenteerde toch net een andere touch geeft dan alleen maar pit. In die zin ben ik dus best een luie kok. 

    Daarentegen was ik bij dit recept met geroosterde wortels niet lui: ik maakte de harissa zelf. In een foodybox zat een pakketje van Westlandpeppers om zelf chilisaus te maken. Die chilisaus vond ik een beetje saai, dus ik gebruikte de peper (en nog eentje extra) en paprikaatjes met nog wat extra ingrediënten. Wie weet ben ik bij de volgende lading geroosterde worteltjes wel lui: in diezelfde foodybox zat ook een potje harissa. 


    harissa



    Geroosterde bospeen met harissa, muntyoghurt en pistachenootjes

    (recept van bijnanetzolekkeralsthuis)

    • 2 bossen peen 
    • 3 eetlepels (koolzaad)olie
    • 1 theelepel gemalen komijn
    • 1 (of 2) rode Spaanse pepers
    • 6 rode snackpaprikaatjes (of 1 grote rode)
    • 2 teentjes knoflook (ongepeld)
    • 150 gram Griekse yoghurt
    • blaadjes munt van 4-5 takjes
    • 20 gram ongedopte pistachenootjes
    • 1 theelepel komijnzaad
    • 1 theelepel korianderzaad
    • 1 theelepel karwijzaad
    • 2-3 eetlepels (kool)zaadolie
    Haal het loof van de bospeen, boen de worteltjes schoon onder de kraan en dep ze droog met een theedoek. Meng de gemalen komijn met 2 eetlepels olie en schep de bospeen hier mee om. Schep alles op een bakplaat. 
    Zet de grill aan. Mijn oven kan op een circulatiegrillstand (gril en oven tegelijk en ik zette 'm op 180C). 
    Wrijf met de laatste lepel olie de peper en paprika in en leg deze, samen met de knoflook, op de bospeen. Zet de bakplaat met de groente ± 10 minuten onder de grill. Schep alles om en leg de peper en paprika weer bovenop zodat de andere kant ook kan blakeren. Gril nog 10 minuten. Haal de paprika en peper en knoflook uit de oven. Afhankelijk van hoe dik de bospeen was, en hoe zacht deze nu is, rooster je de peen nog een tijdje op 180C (zonder grill). Zet anders de oven uit en laat de bakplaat met worteltjes in de oven staan. 
    Maak ondertussen de muntyoghurt door de blaadjes munt fijn te hakken en deze door de yoghurt te roeren. 
    Rooster ook de pistachenootjes even in een droge koekenpan en hak ze daarna grof. 
    Rooster ondertussen het komijn-, koriander- en karwijzaad in een droge koekenpan en vijzel middelgrof. Het is de bedoeling dat het deels poeder is, maar dat je ook nog halve zaadjes ziet. 
    Peuter het zwarte vel van de paprika en pepers. Pers de knoflook uit het velletje. Als je de harissa minder pittig wilt, verwijder je ook de zaadjes uit de peper. In de snackpaprika's zitten nauwelijks zaadjes. Als je een grote paprika hebt gebruikt, moet je wel even de zaadjes daaruit halen. Pureer in een kleine keukenmachine peper en paprika met de knoflook, de zaadjes en 2-3 lepels olie tot een pittige puree. Voeg naar smaak wat zout toe. 
    Smeer wat yoghurt uit over een platte schaal en druppel er wat harissa op. Schep hierop de geroosterde bospeen. Verdeel de rest van de yoghurt en harissa er in dotjes over. Bestrooi met de pistachenootjes.

    donderdag 9 november 2017

    Hartige wortelcake met feta en komijn


    Elke zaterdag verschijnen er op de website van The Guardian een paar recepten van Ottolenghi. Ik kijk niet elke week, maar wel geregeld. Een tijdje terug zag ik het recept voor een hartige cake met biet. Die maakte ik en was erg lekker. Voortbordurend op het concept "hartige cake" maakte ik deze hartige wortelcake met feta en komijn. Ook geslaagd. 

    En wanneer eet je dit nu? Ottolenghi bestempelt het meer als een brood (loaf). Niet zozeer om sandwiches van te maken, maar wel als sneetje besmeerd met boter. Wij aten het bij de avondmaaltijd met een dikke soep en wat rauwkost. Wat over was, de volgende dag bij de lunch in de plaats van een gewone boterham.

    Hartige wortelcake met feta en komijn

    (recept van bijnanetzolekkeralsthuis)
    • 50 gram havermout
    • 30 gram pompoenpitten
    • 30 gram zonnebloempitten
    • 1,5 theelepel komijnzaad, grof gekneusd
    • 2 eieren
    • 70 gram zonnebloemolie
    • 80 gram crème fraîche
    • ± 1 theelepel harissa
    • 100 gram bloem
    • 100 gram volkorenmeel
    • 1/4 theelepel baking soda
    • 2 theelepels bakpoeder
    • 1,5 theelepel kurkuma
    • 1/2 theelepel zwarte peper, gemalen
    • 1/2 theelepel zout
    • 200 gram geraspte wortel
    • 150 gram feta, in stukjes
    Warm de oven voor op 170C. 
    Meng in een bakje havermout, pompoenpitten, zonnebloempitten en komijnzaad.
    Klop in een kom de eieren los met de zonnebloemolie, crème fraîche en harissa. 
    Meng in een grote kom bloem, volkorenmeel, baking soda, bakpoeder, kurkuma, zwarte peper en zout. Schep hierop - op 1 eetlepel na - het havermout-pittenmengsel. Giet het eimengsel erop en meng met een stevige spatel door elkaar. Het is eerder deegachtig dan beslagachtig. Meng er de wortel en feta door. 
    Verdeel het deeg over de cakevorm. Strooi de achtergehouden pitten erover. Bak de cake 45 minuten in een oven. Dek dan de bovenkant af met aluminiumfolie en bak nog 30-40 minuten. Controleer of de cake gaar is door een cocktailprikker in de cake te steken. Als er geen deeg meer aan kleeft, is de cake gaar. 
    Laat de hartige wortelcake 10 minuten in de vorm afkoelen en daarna verder op een rooster tot lauw voordat je 'm aansnijdt. 

    maandag 6 november 2017

    Griesmeelpudding met rijstkokosmelk


    Kun je griesmeelpudding maken zonder gewone melk? Ja, dat kan prima. Dit recept gaat uit van kokosrijstmelk. Het vleugje kokos in deze melk geeft ook een lekkere smaak aan de griesmeelpudding.

    Bij het koken van de griesmeelpudding merkte ik dat de pudding dunner bleef dan normaal. Ik roerde er dus wat meer griesmeel door om een steviger pudding te krijgen. Ik vroeg me echter af waarom dat nodig was.

    Nu ben ik niet zo scheikundig aangelegd, dus pakte ik eerst maar Over eten&koken van Harold McGee uit de kast erbij. In de stukken die gaan over binden kon ik niet vinden waar ik naar op zoek was. Ik bedacht dat het misschien kon liggen aan het percentage vet of eiwit in de koemelk respectievelijk dit plantaardig alternatief. Volgens de voedingswaardetabel zit er in halfvolle melk 3,4% eiwit en 1,5% vet. In deze rijstkokosmelk zit 0,2% gram eiwit en 1,2 vet. Omdat mijn broer ooit afgestudeerd is in scheikunde in iets dat met eiwitten te maken heeft (alleen nu een hele andere kant op is gegaan) heb ik hem ook nog om raad gevraagd. Hij kon zich wel voorstellen dat (melk)eiwitten van invloed zijn op het bindvermogen maar kon ook geen precies antwoord geven. Wel kwam hij aanzetten met een hele verhandeling over de werking van zetmeel en zetmeelderiviaten (in samenwerking met Avebe). Dus meer over het griesmeel zeg maar. Zo iets is echt specialistische kennis, maar ik vind het wel fascinerend dat Avebe 600 verschillende zetmeelproducten heeft (niet alleen voor voeding overigens). Dat heb ik heel globaal doorgelezen en zag ik iets over dat de zuurgraad van invloed is op de amylosebinding (hoe zuurder, hoe minder binding). Dus ik op zoek naar de PH-waarde van melk (iets lager dan 7) en de rijstdrank (tussen 7 en 8).  Melk is dus iets zuurder maar niet echt zuur. Dus daar zit het 'm ook niet in. Conclusie van mijn zoektocht is dat ik geen theoretisch antwoord heb, maar dat proefondervindelijk is vastgesteld dat ik bij het gebruik van een rijstkokosdrank meer griesmeel moet gebruiken dan bij het gebruik van koemelk om dezelfde stevigheid in de griesmeelpudding te krijgen. 

    Naast kokosrijstmelk heb je nog veel meer keuze in melkachtige dranken op basis van noten en/of granen. Als je een andere variant gebruikt om pudding te maken, moet je misschien een beetje variëren in de hoeveelheid griesmeel en suiker. De standaardverhouding volgens het pak griesmeel voor een liter melk is: 100 gram griesmeel, 75 gram suiker en een zakje (=8 gram) vanillesuiker.

    Ik had dit pak plantaardige melk gekregen in een foodybox, net als wel eens andere varianten. Het trekt mij niet om dit gewoon als melk te drinken, dus meestal maakt manlief er dan maar zijn havermoutpap mee. Dat werkt in het algemeen prima. Deze keer besloot ik er dus griesmeelpudding mee te maken omdat we vrienden te eten kregen waarvan de een een lactose-intolerantie heeft. Alleen bleek ze te gruwen van griesmeelpudding. Dat kan. Ze heeft wel heel dapper een hapje geprobeerd, maar daar is het bij gebleven.

    Erbij een snelle rode vruchtensaus van wat gepureerde bosvruchten uit de diepvries met wat suiker erdoor en en scheutje sinaasappellikeur.

    Griesmeelpudding met rijstkokosmelk

    (recept van bijnanetzolekkeralsthuis - puddingvorm halve liter)
    • 65 gram griesmeel
    • 30 gram suiker
    • snuf zout
    • 1 theelepel vanille-extract
    • 1/2 liter rijstkokosmelk
    Spoel de puddingvorm om met koud water. 
    Roer griesmeel, suiker en zout door elkaar in een kommetje.
    Breng de rijstkokosmelk aan de kook. Zet het vuur laag als de melk kookt. Giet er dan in een dun straaltje het griesmeel-suikermengsel bij terwijl je met je andere hand roert. Blijf roeren tot het mengsel dikker wordt en gaat ploppen. Zet het vuur uit en meng de vanille erdoor. Giet het mengsel in de puddingvorm. Als je geen vel op de pudding wilt, duw je er een stukje plastic folie op of bestrooi je de bovenkant met suiker. Laat eerst buiten de koelkast afkoelen en bewaar later in de koelkast. 
    Duw de randen van de pudding los. Zet een bord op de bovenkant van de vorm en draai puddingvorm en bord samen om. Als je geluk hebt, komt de pudding los van de vorm en komt de griesmeelpudding mooi op het bord terecht. Met wat minder geluk, gebeurt het niet zo mooi en krijg je iets zoals te zien is op de foto. Voor de smaak maakt het gelukkig niet uit. 

    donderdag 2 november 2017

    Pruimenchutney met tijm en venkelzaad

    pruimenchutney appel ui

    Lekkere pruimen zijn soms best lastig te vinden. Vaak zijn ze wel goed, maar net iets te melig. Of ze missen net dat tikje zuur. Nu zijn er veel soorten pruimen te koop, dus je zou toch zeggen dat er iets van mijn smaak tussen moet zitten. 
    Van de vakantie in Frankrijk kochten we een paar keer reine claudes, de groene pruimen. Die vind ik meestal lekker. Die zie je hier ook wel, maar zijn toch vaak wat duurder dan de paarse, Hollandse pruimen. En zou moet het ook. 
    Op pruimgebied is er ook iets relatief nieuws: de pluot. Ik zag ze vorig jaar al bij de AH, en dit jaar ook op de markt. Het is een soort kruising tussen pruim (plum) en abrikoos (apricot). Volgens de marktkoopman waren het echte smaakpruimen. Dat viel een beetje tegen, ik vond het exemplaar dat ik meekreeg waterig. 

    In een chutney is een tikje melig of te rijp of te flauw fruit net wat vergevingsgezinder dan als je het zo uit de hand eet. Dus voor alle pruimen die toch een beetje tegen vielen een recept voor pruimenchutney. 


    Pruimenchutney

    (recept van bijnanetzolekkeralsthuis - 3/4 potjes)
    • 900 gram pruimen (± 1 kilo vuil gewicht)
    • 1 ui, gesnipperd (± 100 gram)
    • 1 appel, geraspt (± 150 gram)
    • 2 deciliter azijn
    • 125 gram suiker
    • 2 theelepels venkelzaad, licht gekneusd
    • 2 theelepels verse tijmblaadjes
    • 1/2 theelepel zout
    • 1 groene peper, fijngehakt
    Was de pruimen. Halveer ze en wip de pit eruit. Snijd de pruimen in kleine stukjes.
    Doe stukjes pruim, uisnippers, appelrasp, azijn, suiker, venkelzaad, tijm, zout en gehakte groene peper in een pan. Breng alles aan de kook. Laat de chutney op laag vuur, terwijl je geregeld roert, 25 minuten pruttelen. Zet dan het vuur hoger en kook op hoog vuur in tot een goede dikte. 
    Schep een beetje op het koude schoteltje om te kijken of de dikte goed is. 
    Schep de chutney in schone potjes, draai de deksels erop en zet de potjes op z'n kop om af te koelen. 
    Ongeopend zeker een paar maanden houdbaar. Geopende potjes blijven in de koelkast ook zeker 2-3 weken goed. Wel telkens een schone lepel gebruiken. 

    maandag 30 oktober 2017

    Rode linzencurry met bloemkool, spinazie en amandel


    Dit was lekker. Zeker door de stukjes amandel die op het eind over de curry gestrooid worden. Ook de currysaus zelf was natuurlijk lekker: Tomaten en rode linzen met een boel Indiase specerijen. Ik pureerde alles zodat je een egale saus krijgt. Met daarin dus al een portie peulvruchten zodat je al een eind op weg bent met je eiwitcomponent van je warme maaltijd.
    Deze basissaus is ook heel goed in te vriezen. Met een andere vulling heb je weer een heel ander gerecht op tafel staan. Ook als je maar met z'n tweeën bent, zou ik dus de hele hoeveelheid curry maken. Bloemkool, spinazie en amandelen pas je dan aan. De hoeveelheid van het recept was voor ongeveer 6 porties.

    Ik kookte de bloemkool apart omdat je dan beter kunt controleren of de bloemkool gaar is. Ook heeft de currysaus de neiging om op de bodem van de pan een tikje aan te branden. Het vuur heel hoog zetten pakt niet zo goed uit. Roer dus geregeld en schraap over de bodem.

    Rode linzencurry met bloemkool, spinazie en amandel

    (recept van bijnanetzolekkeralsthuis)
    • 1 ui
    • 2 teentjes knoflook
    • 3-4 centimeter gember
    • 2 kleine, pittige rode pepertjes
    • 2 theelepels zwart mosterdzaad
    • 2 theelepels kurkuma
    • 3 theelepels king masala (opmerkinge evt hindoestaanse curry kerrie)
    • 250 gram rode linzen
    • 1/2 liter water
    • 1 pak gezeefde tomaten (500 milliliter)
    • tamarinde *) (of citroensap)
    • zout
    • 1 bloemkool, in kleine roosjes (± 800 gram)
    • 400-500 gram (gewassen) spinazie
    • 100  gram amandelen, grof gehakt
    Hak ui, knoflook, gember en pepertjes al wat fijner en doe ze dan in de kom van een kleine keukenmachine. Voeg mosterdzaad, kurkuma en king masala toe en een lepel olie. Pureer tot een pasta. 
    Verhit een scheutje olie in een braadpan en bak hierin de pasta tot deze licht begint te kleuren. Voeg een halve liter water en de linzen toe. Roer alles goed door elkaar en breng aan de kook. Laat de linzen in ± 45 minuten gaar koken. Controleer af en toe of de linzen niet aanbakken en voeg anders nog wat extra water toe. De linzen mogen uit elkaar vallen. Voeg de gezeefde tomaten toe en pureer alles met de staafmixer tot een dikke soep/saus. Proef en voeg naar smaak tamarinde en zout toe. 
    Kook ondertussen de bloemkoolroosjes in 5-10 minuten (afhankelijk van hoe groot ze zijn) beetgaar. 
    Doe de spinazie in een vergiet en giet de bloemkool af over de spinazie zodat het hete water de spinazie doe slinken. 
    Meng de spinazie door de linzencurry. Voeg de bloemkoolroosjes toe. Proef nogmaals. Bestrooi met de gehakte amandelen. 
    Serveer met (zilvervlies)rijst. 

    *) ik schreef hier hoe je tamarinde verwerkt als je uitgaat van een pasta waar nog zaden en draden inzitten. Deze keer gebruikte ik kant-en-klare, gezeefde tamarindepuree uit een potje.

    donderdag 26 oktober 2017

    Quinoa, zoete aardappel, rijst, olijven met Iraanse limoen


    Quinoa, daar wilde ik weer eens wat lekkers mee koken. Ik vond het geen weer meer voor mijn supersalade, dus bladerde ik door mijn Ottolenghi-boeken. Daar stond een salade in van quinoa, rijst, zoete aardappel die op smaak werd gebracht met tot poeder gemalen gedroogde Iraanse limoentjes. Die laatste had ik ook nog en ook nog een halve zak wilde & witte rijst. Dus met dat recept ging ik aan de slag. Ik voegde wat toe, liet wat weg, en was ook wat flexibel met de hoeveelheden, dus het is wel iets anders geworden. Zeg maar "een beetje van mezelf en een beetje van Ottolenghi".

    Quinoa, zoete aardappel, rijst, olijven met Iraanse limoen. 

    • 2 gedroogde Iraanse limoentjes
    • 2 zoete aardappels (± 750 gram)
    • 1 Spaanse peper, fijngehakt
    • 1 + 1 + 3 eetlepels neutrale olie (bijvoorbeeld koolzaad)
    • 300 gram rode en witte quinoa
    • 300 gram wilde&witte rijst
    • 1 courgette (± 350 gram)
    • 100 gram zwart olijven, ontpit en gehalveerd
    • blaadjes van 3-4 takjes salie, fijngehakt
    • 3 teentjes knoflook, in plakjes
    • blaadjes van 4-6 takjes munt, fijngehakt
    • 2 lente-uitjes, groen en wit in dunne ringen
    Maal de limoen fijn in een specerijenmolen. Ik heb hiervoor een koffiebonenmolen gekocht die ik alleen voor droge specerijen gebruik. Dat werkt goed. Zeef het limoenpoeder als er nog wat grotere stukjes in zitten. Zet even apart. 
    Schil de zoete aardappel en snijd ze in stukjes van zo'n 2 centimeter. Meng met 1 eetlepel olie en de Spaanse peper en rooster in de oven op 180 C in ± 30 minuten gaar. Bestrooi met een deel van het limoenpoeder en schep goed om. Proef een stukje en voeg eventueel nog wat meer toe. Het limoenpoeder smaakt vrij sterk, maar er gaat straks nog wel een flinke hoeveelheid rijst en quinoa bij, dus je moet ook niet te zuinig doen. 
    Kook de quinoa volgens de aanwijzing op de verpakking. 
    Kook de wilde&witte rijst volgens de aanwijzing op de verpakking.
    Snijd courgette in de lengte in 6 lange repen. Verhit een grillpan. Bestrijk de courgette met wat olie en gril de courgette 2-3 minuten op elk snijvlak. Snijd daarna in kleinere stukken. 
    Verwarm de 3 eetlepels zachtjes in een klein pannetje. Voeg de knoflookplakjes toe en warm verder door tot de knoflook begint te kleuren. Zet het vuur uit en voeg de salie en munt toe. 
    Meng de quinoa en de rijst in een grote schaal en schep de knoflookolie erdoor. Meng de courgette, zoete aardappel en olijven erdoor. Bestrooi met de ringetjes lente-ui.  

    maandag 23 oktober 2017

    Risotto met cantharellen en spek


    Ik vond het wel weer eens tijd worden voor risotto. Op de markt zag ik mooie (en niet al te dure) cantharellen. Gecombineerd met een heel klein beetje spek leverde dat een kom smaakvolle risotto op. 


    Risotto met cantharellen en spek

    (recept van bijnanetzolekkeralsthuis - 2 personen)
    • 1 paddenstoelenbouillonblokje
    • paar takjes tijm
    • 1 eetlepel boter
    • 1 kleine rode ui, gesnipperd (± 75 gram)
    • 1 teentje knoflook, fijngehakt
    • 1 eetlepel (koolzaad)olie
    • 160 gram rijst voor risotto 
    • 1 deciliter witte vermout
    • 3 plakjes ontbijtspek
    • 200 gram cantharellen
    • 30 gram parmezaanse kaas, fijngeraspt
    Breng 0,75 liter water aan de kook met het bouillonblokje en de takjes tijm. Laat dit op laag vuur pruttelen bij het maken van de risotto zodat je steeds hete bouillon bij de hand hebt. 
    Verhit in een (gietijzeren) braadpan de boter en fruit op laag vuur de ui een paar minuten tot deze glazig begint te worden. Voeg de knoflook toe en fruit 2 minuten mee. Voeg de olie en rijst toe en roer dit goed door elkaar zodat elke rijstkorrel met een filmpje olie bedekt is. Blus af met de vermout.
    Voeg dan gedurende 15-20 minuten beetje bij beetje de bouillon toe en roer geregeld tot de rijst gaar is. 
    Bak ondertussen in een koekenpan het ontbijtspek - zonder extra vet - uit tot het knapperig is. Breek in stukjes en leg even opzij. Veeg de cantharellen schoon en scheur ze wat kleiner. Bak ze in het spekvet 3-4 minuten. 
    Meng de parmezaanse kaas, het verkruimelde spek en 3/4 van de cantharellen door de rijst. Voeg nog een beetje bouillon toe als dat nodig is. De risotto moet wel een beetje smeuïg (een tikje soepig zelfs) zijn. Schep in warme kommen en verdeel de achtergehouden cantharellen over de risotto. 

    donderdag 19 oktober 2017

    Taart met vanillemascarpone, hazelnoot en peer

    biscuitbodem met mascarpone vanille room en peer waaiers

    Speciaal voor een jarige zus vandaag een recept voor taart. 

    Het idee is je van die mooie peerwaaiers bovenop je taart hebt liggen. Dus peerhelften die nog met de bovenkant aan elkaar zitten en waarvan de plakjes mooi uitwaaieren. Dat soort gepriegel is niet aan mij besteed. Dus deze taart ziet er wat minder strak uit dan zou kunnen. Maar hij was wel erg lekker, en dat vind ik eerlijk gezegd belangrijker. 

    Taart met vanillemascarpone, hazelnoot en peer

    (recept van bijnanetzolekkeralsthuis - springvorm van 22 centimeter doorsnee)
    • 4 peren
    • 4 deciliter water
    • 150 gram suiker
    • 1 kaneelstokje
    • 1 eetlepel citroensap
    • 3 eieren
    • 90 gram fijne kristalsuiker
    • snuf zout
    • 15 gram maizena
    • 75 gram zelfrijzend bakmeel
    • 50 gram fijngemalen hazelnoten
    • 50 gram gesmolten boter
    • 1+1 eetlepel perenlikeur (of hazelnootlikeur)
    • 250 gram mascarpone
    • 3 theelepel vanilleextract
    • 75 gram Griekse yoghurt
    • 30 gram suiker
    • 1 blaadje gelatine
    Breng het water met de suiker, het kaneelstokje en het citroensap aan de kook. Schil ondertussen de peren en snijd ze doormidden. Haal met een scherpe theelepel (of een meloenbolletjessteker) het klokhuis eruit. Zet het vuur onder de suikersiroop laag en leg de peren in de siroop. Laat de peren op laag vuur ± 30 minuten pocheren tot ze zacht zijn. Afhankelijk van hoe rijp de peren waren kan dit wat korter of wat langer duren. Schep de peren uit de siroop en leg ze op een rooster om goed uit te lekken. Je hebt straks nog een beetje siroop nodig, maar de rest van de siroop kun je heel goed invriezen om later nog een keer te gebruiken bij het pocheren van peren of appels. Ik vind het jammer om dat weg te doen, en mijn vriezer is groot genoeg. 
    Klem een vel bakpapier tussen de bodem en de rand van de springvorm. Vet de zijkanten in en bestuif met bloem. 
    Klop de eieren met de suiker in ± 10 minuten tot een luchtig, bleekgeel mengsel. 
    Verwarm de oven voor op 150C.
    Zeef zout, maizena en bloem boven het eimengsel, bestrooi met de gemalen hazelnoten en spatel dit er voorzichtig door om zoveel mogelijk lucht in het mengsel te houden. Giet de gesmolten boter er langs de rand bij en spatel ook dit er voorzichtig door. Schep het beslag in de springvorm en bak de taartbodem volgens het volgende schema: 13 minuten op 150C, 13 minuten op 165C en 13 minuten op 175C. Laat de taartbodem eerst een half uur in de vorm afkoelen en daarna verder op een rooster. 
    Maak ondertussen de vulling. Meng hiervoor de mascarpone met de Griekse yoghurt, de suiker en het vanille-extract. Zet zolang in de koelkast. 
    Snijd de afgekoelde taartbodem in 2 lagen. Leg de onderste helft op een mooie schaal en besprenkel met wat perenlikeur. Schep de vulling er in het midden op en verdeel vandaar verder over de bodem. Smeer net niet tot de rand. Leg de bovenste taarthelft op de vulling. 
    Week het blaadje ± 5 minuten in koud water. 
    Verwarm 3 eetlepels van het pocheervocht en 1 eetlepel likeur en los hierin de gelatine op. Laat afkoelen tot het lobbig begint te worden. 
    Snijd ondertussen de peerhelften als een waaier in. Verdeel de peer over de bovenkant van de taart. Bestrijk de peren met het gelatinemengsel. 

    maandag 16 oktober 2017

    Fazant met parelgort, gevulde uien en palmkool

    Bijna elke keer als ik naar de stad fiets zie ik langs de dijk fazanten lopen. Toen GZQ nog mannetje Q was zei ik dan dat ik rozijnen aan paardenhaar ging knopen en die aan de fazanten ging voeren. Fazanten vinden rozijnen zo lekker dat ze ze naar binnen schrokken. De haar zorgt voor een kriebel in de keel die zo afleidt dat je de fazant moeiteloos kunt vangen. En vervolgens kunt slachten en opeten. Althans, zo denkt Roald Dahl erover. 

    De fazant die wij aten kocht ik maar gewoon bij de Sligro, want het leek me zo'n gepriegel om een rozijn aan een paardenhaar te knopen. De fazant was doodgeschoten, want we kwamen een kogeltje tegen. Het recept komt min of meer uit de BBC GoodFood van oktober 2015.

    opgebonden hele rauwe fazant
    beetje lastig te zien, maar dit was de rauwe, opgebonden fazant


    Het is slim om een dag eerder een ovengerecht te eten zodat je dan tegelijk de uien kunt poffen. Het is een beetje jammer van de energie om de oven alleen voor die 2 uien ruim een uur aan te hebben staan. 


    Fazant met parelgort en gevulde uien

    (2 personen)
    • 1 hele fazant
    • 2 hele uien, 5-6 centimeter doorsnee
    • 50 gram half om half gehakt
    • 2 jeneverbessen, fijngemalen
    • 1 klein teentje knoflook, uit de pers
    • 1 eetlepel broodkruim (of paneermeel)
    • peper, zout
    • 2 eetlepels olijfolie
    • 1 ui, gesnipperd
    • 1 pastinaak, in kleine blokjes (± 200 gram)
    • 100 gram parelgort
    • 2 deciliter cider (niet te zoet)
    • 1/2 kippenbouillonblokje
    • 3 takjes tijm
    • 100 gram palmkool
    • 1/2 theelepel citroenrasp
    • snuf nootmuskaat
    • 15 gram hazelnoten
    • 2 blaadjes salie, in dunne reepjes
    • 1 appel, in blokjes
    Van de fazant gebruik je niet de lever, maag en hart, mochten die er nog bij zitten. 
    Snijd de poten van de fazant. Ontbeen de pootjes. Maal het vlees fijn samen met het gehakt, de jeneverbes, het broodkruim, de knoflook en wat peper en zout. Dit is de vulling voor de uien. 
    Pel de uien, maar laat ze verder heel. Pak elke ui apart in in een stuk aluminiumfolie en pof ze in ± 1 uur gaar in een oven van 150C. Laat afkoelen. 
    Hol de uien met een theelepel voorzichtig uit. Zorg dat de buitenste laag heel blijft. Vul de uien met het gehaktmengsel.
    Verhit 1 eetlepel olie een braadpan en braad de fazant rondom bruin. Haal uit de pan en zet even apart. 
    Verwarm de oven voor op 180C. 
    Doe de andere lepel olie in de pan en fruit de uisnippers een paar minuten. Voeg de pastinaak en parelgort toe en schep even om. Giet de cider erbij en laat een beetje verdampen. Voeg 600 milliliter heet water, het bouillonblokje en de takjes tijm toe. Laat op laag vuur 15 minuten pruttelen met een deksel op de pan. 
    Leg de fazant in de pan en zet de gevulde uien ernaast. Bestrooi met wat peper en zout en zet de pan, met een deksel erop, 25 minuten in de oven om de fazant gaar te laten worden. 
    Ris de palmkool van de nerf en snijd in dunne reepjes. Blancheer de palmkool 3 minuten en spoel dan koud. Pureer de palmkool met citroenrasp, nootmuskaat en hazelnoten. Breng op smaak met peper en zout. 
    Leg de fazant op een bord en dek losjes af met folie en laat rusten. 
    Zet de pan weer terug op het gas en laat op hoog vuur het vocht inkoken. Het hoeft niet droog te worden, maar moet ook geen soep zijn. Meng de appel en en salie erdoor en breng op smaak met peper en zout. 
    Snijd de borst van het karkas. Schep de parelgort op warme borden, leg de fazant er half op, een gevulde ui ernaast en een schepje palmkoolpuree erbij. 

    Gebruik het karkas van de fazant bij het maken van je volgende kippenbouillon. 

    bron: BBC GoodFood oktober 2015

    donderdag 12 oktober 2017

    Doperwten en koolraap op z'n Indiaas

    blokjes koolraap en doperwten met Indiase specerijen

    Bij de Indiase butterchicken die ik bijna een half jaar geleden blogde, wilde ik ook een groentegerecht serveren. Alleen vlees is niet zo aan mij besteed. Een beetje inspiratieloos was ik, tot ik ineens bedacht dat je best vaak doperwten bij Indiaas eten krijgt. Authentiek of niet, dat vond ik wel een goed idee. Maar alleen doperwten zijn ook zo fantasieloos. Ik maakte er, samen met blokjes goudgele koolraap. een soort curry van.

    De reden dat ik dit koolrecept nu pas blog? Omdat ik zoveel blogs in concept had staan dat het eerst april zou worden voordat dit recept aan de beurt zou zijn. In april is koolraap echter lastig of misschien wel helemaal niet te vinden. Vanaf oktober begint er weer koolraap te komen.

    De chaat masala is een specerijenmengsel dat manlief uit India meenam. In Amsterdam en Rotterdam kun je het vast bij Indiaas georiënteerde winkels vinden, maar daarbuiten is dat waarschijnlijk wat moeilijk. Gebruik anders het veel beter verkrijgbare garam masala. Of maak zelf een specerijenmengsel. In de chaat masala zit: zout, munt, komijn, gedroogde mango, granaatappel, zwarte peper, gember, chili, nootmuskaat, asafoetida, zevenblad en appelzuur.


    Doperwten en koolraap op z'n Indiaas

    (recept van bijnanetzolekkeralsthuis)
    • 1 eetlepel zonnebloemolie (of ghee)
    • 1 teentje knoflook, fijngehakt
    • 2 theelepels fijngehakte gember
    • 1/2 theelepel kurkuma
    • 1/2 theelepel zwarte peper
    • 1 theelepel chaat masala (of garam masala)
    • 500 gram koolraap (± een halve)
    • 1 deciliter kokosmelk
    • zout
    • 1 zak diepvriesdoperwten (450 gram)
    Schil de koolraap en snijd in kleine blokjes, iets groter dan het formaat van doperwten. Maak ze maximaal 1 kubieke centimeter.
    Verhit de olie of ghee in een hapjespan waar je een deksel bij hebt. Fruit knoflook en gember even aan. Voeg dan kurkuma, peper en chaat masala toe. Schep de blokjes koolraap erdoor. Doe er 1 deciliter water en een beetje zout bij. Doe de deksel op de pan, breng aan de kook, zet het vuur laag en laat de blokjes koolraap ± 15 minuten pruttelen. Controleer of ze nagenoeg gaar zijn, laat ze anders nog iets langer pruttelen. Als de koolraap bijna gaar is, voeg dan de kokosmelk en doperwten toe. Breng weer aan de kook en laat de doperwten in ± 5 minuten gaar worden. Proef of je er nog wat zout of peper bij wilt.

    maandag 9 oktober 2017

    Flodni - Hongaarse laagjestaart met appel, maanzaad, walnoot

    flodni hongaars laagjesdessert appel walnoot maanzaad

    Flodni. Ja, je leest het goed. Zo heet deze Hongaarse laagjestaart. Ik had ook nog nooit van flodni gehoord tot ik het septembernummer van de Foodies in handen kreeg. Het recept intrigeerde me. Omdat het recept een flinke hoeveelheid flodni oplevert, en ik vermoed dat het niet heel lang lekker blijft, besloot ik het als toetje voor een thuisafgehaald-bij-mij-thuis te maken. Om in Hongaarse sfeer te blijven, maakte ik als hoofdgerecht goulash.

    Om een beetje een gevoel bij het recept te krijgen zocht ik op internet wat meer informatie over flodni. Het heeft een Hongaars-Joodse achtergrond. Omdat het bewerkelijk is, wordt het vooral gemaakt voor de grote feesten. In de flodni gaat onder andere maanzaad. Dat zie je meer terugkomen in gebak uit de Oost-Europese en Jiddische keuken. Ineens bedacht ik mij dat ik daar een authentiek Hongaars keukengadget voor heb:


    hongaarse maanzaadmolen

    Manlief bracht het zeker meer dan 10 jaar geleden mee uit Hongarije, en zo lang ligt het dus al in de kast. Te wachten tot ik een keer flodni zou maken. Echt snel ging het nog niet. Terwijl ik het maanzaad maalde, keek ik ondertussen maar naar een aflevering van "Koken met Van Boven". 

    Bij het artikel stond de opmerking dat, omdat het nogal een bewerkelijk recept is, flodni bijna niet meer thuis wordt gemaakt. In Hongarije heb je nog gespecialiseerde Flodni-bakkers. Die zijn er niet in Nederland. Ik ben dus best trots op mezelf dat ik zelf flodni heb gemaakt. Mocht ik een keer naar Hongarije gaan, dan wil ik wel echte Hongaarse flodni proeven.


    Flodni - Hongaarse laagjestaart met appel, maanzaad en walnoot

    (16 stukken - ovenschaal ± 23 bij 33 centimeter )
    • 600 gram bloem
    • 75 gram poedersuiker
    • 1/2 theelepel zout
    • 250 gram niet te harde boter
    • 2 eieren (losgeklopt; houd 1 eetlepel apart)
    • 60 gram zure room
    • 75 milliliter appelsap
    • 175 milliliter water
    • 175 milliliter appelsap
    • 150 gram suiker
    • sap van 1 citroen (rasp gebruik je in de maanzaadvulling)
    • 1 kaneelstokje
    • 3 kruidnagels
    • 5 plakjes gember
    • 1,25 kilo appel
    • 150 gram maanzaad
    • rasp van 1 citroen (die van het sap van de appelvulling)
    • rasp en sap van 1 sinaasappel
    • 125 gram suiker
    • 200 milliliter appelkookvocht
    • 240 gram walnoot
    • 100 milliliter appelsap
    • 50 gram suiker
    • 1 eetlepel abrikozenlikeur
    • 50 gram vijgenjam
    • 350 gram frambozenjam
    Doe voor het deeg bloem, poedersuiker, zout, boter, ei (houd 1 eetlepel achter voor het afwerken van de taart), zure room en 75 milliliter appelsap in de kom van de keukenmachine. Kneed tot een samenhangend deeg. Verdeel het deeg alvast in 5 gelijke delen, verpak in folie of een lege zak van brood, en leg minimaal 2 uur in de koelkast. 
    Breng voor de appelvulling water, 175 milliliter appelsap, suiker, citroensap, kaneelstokje, kruidnagel en gember aan de kook. Laat de suiker oplossen. Schil de appels, snijd in kwarten, verwijder het klokhuis en snijd elk kwart in dunne plakjes. Kook de appelplakjes 2-3 minuten in de suikersiroop. Dit moet in gedeelten gezien de hoeveelheid appelplakjes en vocht. Schep de appelplakjes met een schuimspaan uit de siroop in een kom. Laat afkoelen. 
    Maal voor de maanzaadvulling het maanzaad fijn. Ik gebruikte hiervoor dus mijn maanzaadmolentje. Nadia gebruikt een vijzel. Beide is veel werk, dus misschien dat een ander apparaat sneller is. Of een keukenmachine werkt, weet ik niet. Ik las over negatieve ervaringen. Breng 200 milliliter van het appelkookvocht, citroenrasp, schil en rasp van de sinaasappel, en 125 gram suiker aan de kook en roer tot de suiker oplost. Roer het gemalen maanzaad erdoor. Laat afkoelen. 
    Maal voor de walnootvulling de walnoten fijn. Breng 100 milliliter appelsap, abrikozenlikeur, 50 gram suiker aan de kook. Roer zodat de suiker oplost. Roer de gemalen walnoten en de vijgenjam erdoor. Laat afkoelen. 
    Haal het deeg ± 30 minuten voordat je de flodni gaat vormen uit de koelkast zodat het gemakkelijker uitrolt.
    Bekleed de bodem en de zijkanten van de vorm met bakpapier. 
    Bestrooi je werkvlak met wat bloem. Rol 1 stuk deeg uit tot het zo groot is als de bodem van de vorm. Leg in de vorm. Verdeel hierover de walnootvulling. 
    Verwarm de oven voor op 170C.
    Rol het volgende stuk deeg uit en leg op de walnootvulling. Verdeel hierover de maanzaadvulling. Rol het volgende stuk deeg uit en leg op de maanzaadvulling. Strijk hier de frambozenjam over uit. Rol het vierde stuk deeg uit en leg op de frambozenvulling. Verdeel hierover de appelvulling. Rol het laatste stuk deeg uit en dek de appelvulling hier mee af. Bestrijk de bovenste plak deeg met het achtergehouden losgeklopte ei. 
    Bak de flodni eerst een uur op 170C. Verhoog de temperatuur dan tot 180C en bak nog 3 kwartier. Laat helemaal afkoelen voordat je de flodni in stukken snijdt. Bak de flodni het liefst de dag voordat je 'm wilt eten. 

    (bron: recept van Nadia Zerouali in Foodies september 2017, maar ik paste best wel het een en ander aan in de ingrediënten en hoeveelheden omdat dat beter aansloot bij wat ik in huis had (niet zo authentiek verving ik de witte wijn door appelsap) en in wat voor vorm ik de flodni maakte)

    donderdag 5 oktober 2017

    Burrata met geroosterde druiven, walnoot en waterkers

    geroosterde druiven waterkers walnoot burrata

    In Nopi, het kookboek van Ottolenghi en Scully met daarin recepten van restaurant Nopi, staat een -zeker voor dat boek - simpel recept van burrata (een soort mozzarella met een romige kern) met bloedsinaasappel, korianderzaad en lavendelolie. Dat gerecht heb ik heel wat keren voorbij zien komen op diverse social media. Vlak voor de zomer maakte ik een eigen variant met onder andere witte perzik, want bloedsinaasappel is maar heel kort te verkrijgen. Volgens mij ook met tijm en nog iets anders, maar dat weet ik niet meer. Ik dacht ook dat ik dat wel geblogd had, maar niet dus. Een week of wat geleden maakte ik weer een simpel voorgerecht met burrata. Iets groens, iets fruitigs, en iets knapperigs erbij en dan heb je een erg lekker voorgerecht. 

    Burrata met geroosterde druiven, walnoot en waterkers

    (recept van bijnanetzolekkeralsthuis)
    • 300 gram rode, pitloze druiven
    • 1 theelepel neutrale olie
    • 8 walnoten
    • grote hand waterkers
    • 1 eetlepel walnootolie 
    • 1 theelepel notenazijn
    • peper, zout
    • 1 burrata
    Haal de druiven van de steeltjes en doe ze in een ovenschaal. Besprenkel met de olie en schud de schaal even heen en weer zodat de druiven door de olie rollen. Rooster de druiven 30 minuten op 180-200C. (Dit kun je ook een dag van tevoren als je toch ook wat anders in de oven hebt staan.)
    Kraak de walnoten en peuter ze uit de schil. Breek in kleine stukjes. (Of gebruik walnoten uit een zakje die al gekraakt zijn.)
    Verdeel de waterkers in korte stukjes en verwijder te dikke, stugge steeltjes. 
    Klop de walnootolie en notenazijn met wat peper en zout tot een dressing. 
    Schep de waterkers en walnoten bij de druiven in de schaal en meng de dressing erdoor. Verdeel over 2 borden. Scheur de burrata voorzichtig in 2 delen en leg op elk bord een helft burrata. (Burrata heeft een romige kern van bijna vloeibare room. Als je bang bent dat het verdelen niet netjes gebeurt, kun je ook samen van 1 groot bord eten en de burrata in het midden liggen. )

    maandag 2 oktober 2017

    Griesmeelcake met amandel, gepocheerde kweepeer en mascarponecrème,

    Cake van griesmeel en amandel met gepocheerde kweepeer en mascarpone

    Deze is al weer van heel wat maanden geleden. Ik maakte deze amandelcake met kweepeer als toetje bij de eerste "thuisafgehaald-bij-mij-thuis" van dit jaar. Die avond had Marokkaanse invloeden. Ik maakte onder andere bestilla, de pastei met kip en amandel. Verder moghrabieh, ook al is dat meer Libanees. Maar ik vind het van die mooie balletjes.

    Omdat ik nog zoveel andere recepten te bloggen had, is deze wat naar achter geschoven. Tegen de tijd dat dit recept aan de buurt was, zouden er maar heel moeilijk kweeperen te vinden zijn. Dan is het niet zo zinvol om daar een blogpost aan te wijden. Nu zijn we inmiddels in oktober aangekomen en beginnen de kweeperen weer van de boom te komen. 

    Het recept is voor een toetje voor 16 mensen omdat er nu eenmaal zoveel mensen aan tafel zaten. Ik denk dat jij meestal met minder mensen aan tafel zit, maar het is ook lekker bij de koffie. 

    De zoete siroop die overblijft moet je niet wegdoen. Vul 'm aan met (prik)water voor een exclusieve smaak limonade.


    Griesmeelcake met amandel, gepocheerde kweepeer en mascarponecrème

    (16 porties - recept van bijnanetzolekkeralsthuis)
    • 750 gram kweeperen
    • 1 liter water
    • 100 gram suiker
    • 2 kaneelstokjes
    • 4 steranijs
    • 10 gekneusde kardemompeulen
    • 150 gram boter
    • 100 gram zonnebloemolie
    • 250 gram suiker
    • 5 eieren
    • 100 gram gemalen amandelen
    • 175 gram griesmeel
    • snuf zout
    • 300 gram Griekse yoghurt
    • 250 gram mascarpone
    • beetje honing naar smaak
    • pitten van 1 granaatappel

    Doe het water in een pan. Schil de kweeperen en doe de schillen in het water. Snijd (met een groot mes; hakken werkt beter dan snijden) de kweeperen in kwarten en vervolgens elke kwart in 2-3 parten. Verwijder het klokhuis. Ik gebruikte hiervoor mijn meloenbolletjessteker. Doe de klokhuizen ook in de pan. Breng aan de kook en laat een kwartiertje pruttelen. Schep dan met een schuimspaan de schillen en klokhuizen eruit. Die hebben nu een deel van hun pectine in het water achtergelaten waardoor je siroop dikker wordt. 
    Los de suiker in het hete water op en voeg de kaneelstokjes, de steranijs en de kardemom toe. 
    Doe de kweepeerparten in de siroop en laat deze pruttelen tot ze zacht zijn, maar nog wel hun vorm hebben. Afhankelijk van het ras duurt dit 15-60 minuten. Controleer geregeld. 
    Schep de kweepeer in een kom en laat de siroop inkoken tot je zo'n 3 deciliter over hebt. Giet de siroop ook in de kom en laat afkoelen. 

    Leg een stuk bakpapier op de bodem van een rechthoekige vorm van ± 20 bij 30 centimeter. Een lasagneschaal kan ook. 
    Klop de boter met de suiker tot een romig geheel. Klop 1 voor 1 de eieren erdoor. Meng voorzichtig de olie door het beslag. Meng als laatste het griesmeel, de amandelen en een snuf zout erdoor. Schep het beslag in de vorm en strijk de bovenkant glad. Bak de amandelcake in ± 40 minuten op 175C gaar. Laat in de vorm afkoelen. 

    Roer de Griekse yoghurt los met de mascarpone en voeg een beetje honing naar smaak toe. Heel zoet hoeft het niet te zijn, want de kweepeersiroop is ook zoet. 

    Snijd de cake in 16 stukken. Leg elk stuk op een bordje. Besprenkel met wat siroop. Leg er 2-3 parten kweepeer naast. Schep een er lepeltje crème op. Bestrooi met wat granaatappelpitten. 

    zaterdag 30 september 2017

    Salade van verse mais met spekdressing


    Verse mais blijft lekker. Het smaakt anders dan mais uit blik. Blikmais doe ik vaak door een chili, con of sin carne. Maar verse mais vind ik jammer om daar in te gebruiken omdat je dan niet "het verse" terugproeft. Toch is de eerste associatie die heb met mais "Mexicaans". Om inspiratie op te doen las ik het hoofdstuk over mais in Smaakvrienden-Groente van Angélique Schmeinck. Daar stond als beste vriend onder andere bacon genoemd. Dat bracht me op het idee om verkruimeld ontbijtspek door een dressing te doen en deze door een salade van verse mais te schappen. 

    Salade van verse mais met spekdressing

    (recept van bijnanetzolekkeralsthuis)
    • 4-5 plakjes ontbijtspek
    • drupje olie
    • 3 verse maiskolven
    • 150 gram kleine tomaatjes, gehalveerd
    • 1/2 komkommer, in blokjes
    • 1/2 rode ui, heel fijn gesnipperd
    • 1 eetlepel sherryazijn
    • 1 eetlepel maple syrup
    • 2 eeetlepels crème fraîche
    • 4-5 plakjes ontbijtspek
    • peper, zout
    • 6-10 schijfjes ingemaakte jalapenopeper
    Bak het ontbijtspek in een drupje olie op halfhoog vuur knapperig. Laat afkoelen op een stukje keukenpapier. 
    Kook de verse mais in 8-10 minuten gaar. Laat afkoelen tot je ze kunt hanteren en snijd dan met een scherp mes de korrels van de kolf. Het is leuk als je daarbij wat "plakjes" van maiskorrels bij elkaar krijgt. Doe de mais in een schaal. 
    Meng de rode ui met de sherryazijn en een lepel water en verwarm een halve minuut in de magnetron zodat het rauwe eraf is. Giet af en vang de azijn op. Doe de ui bij de mais in de kom.
    Roer de maple syrup en crème fraîche door de azijn tot een dressing. Verkruimel het spek erboven. Snijd de jalapenopeper fijn en roer ook door de dressing. Proef en voeg eventueel zout en peper toe. 
    Doe de tomaat en komkommer bij de mais in de schaal. Schep de dressing erdoor.