dinsdag 3 maart 2015

Poffert (of trommelkoek)


Toen wij studeerden zaten wij in een eetgroep. Niet iedereen was even goed toebedeeld met culinaire gaven. Zo zat ik ooit bij iemand in de groep die met 1 pak spaghetti, een ui, een blikje tomatenpuree, een prei en 3 champignons en ik mag hopen een beetje gehakt een maaltijd voor 5-6 personen wilde maken. Die at bij de rest vast heel goed.
Maar over het algemeen was het prima te eten. En soms zelfs meer dan prima. Een vriendin van ons maakte soms poffert. Manlief met zijn toetjesliefde was dan helemaal gelukkig.
Poffert, of trommelkoek zoals het ook wel genoemd wordt, is een oud streekgerecht. Wikipedia leert mij dat het uit Groningen komt. Stevige boerenkost, zeker als je de variant met spek neemt. Die is aan mij niet besteed, maar ik houd ook niet van spekpannenkoeken. Ik maakte poffert als toet na erwtensoep. Dan is 1 plak meer dan genoeg.
Het recept komt bij onze vriendin vandaan, en die heeft het van haar moeder. Als achtergrond bij de foto het recept zoals zij dat van haar moeder heeft. Niet een ouderwets handgeschreven recept, maar al netjes in een wordbestandje. Toch vond ik het leuk om het erachter te doen. Krijg je toch een klein beetje een nostalgisch gevoel.


Poffert 

(voor 1 cakevorm)
  • boter en paneermeel voor invetten
  • 2 eieren
  • 500 gram zelfrijzend bakmeel
  • 5 deciliter melk
  • snuf zout
  • 100 gram rozijnen, geweld
  • (1 klein geraspt appeltje)
  • boter en bruine basterdsuiker voor erbij
Vet de cakevorm in met wat gesmolten boter en bestrooi met paneermeel. 
Klop de eieren 1 minuut in een grote kom zodat ze goed los zijn. Meng het zelfrijzend bakmeel, de melk en het zout erdoor. Het is slim om, voordat je de mixer weer aanzet, dat eerst een beetje door elkaar te mengen anders stuift de bloem en/of spettert de melk uit de kom. 
Roer de rozijnen en eventueel de appelrasp door het beslag. Giet het in de cakevorm. Bak de poffert in ± uur op 160C gaar. De poffert moet niet kurkdroog zijn, maar ook net niet klef meer. 
Serveer warm met een klont boter en bruine basterdsuiker. 

zondag 1 maart 2015

Slof met pistachenoten, bloedsinaasappel en meringue


Dit blijft zo lekker. Dit sloffendeeg, een nootjesvulling, een crème van een citrusvrucht en daarop zoet schuim. Deze keer maakte ik de frangipane met pistachenoten en de crème met bloedsinaasappel. Eigenlijk is het jammer dat je het mooie groen en roodoranje door de meringue niet ziet. Des te groter is de verrassing als je dan de taart aansnijdt. Mannetje Q vond 'm niet zo lekker. Wat vervelend nou.
Met een beetje geluk kun je nog net bloedsinaasappels vinden, want dat seizoen loopt op zijn eind.


Slof met frangipane van pistachenoten, bloedsinaasappelcrème en meringue

(vorm van 20 centimeter doorsnee)
  • 180 gram boter (kamertemperatuur)
  • 200 gram witte basterdsuiker
  • 2 gram zout
  • 1 eidooier (bewaar het wit voor de meringue)
  • 250 gram bloem
  • 10 gram bakpoeder
  • 60 gram boter
  • 80 gram pistachenoten (gepeld, ongezouten)
  • 1 ei
  • 20 gram bloem
  • 30 gram suiker
  • 3 bloedsinaasappels
  • 0,5-2 deciliter met melk
  • 15 gram custardpoeder
  • 15 gram suiker
  • 2 eiwitten
  • 35 milliliter water
  • 110 gram suiker
Snij de 180 gram boter in blokjes en doe ze in een kom. Meng met de suiker, het zout en de eidooier. Dit kan met een handmixer met kneedhaken, maar ook met een keukenmachine. Het mag best iets zacht worden. Kneed de 250 gram bloem en bakpoeder er daarna door. Verpak het deeg in plastic folie (of boterhamzakje) en leg een uurtje in de koelkast.

Pers 1 bloedsinaasappel uit. Schil de andere 2 zo dik dat je het wit ook meeneemt. Snijd de partjes uit de vliezen. Vang het sap hierbij op. Knijp ook het laatste sap uit de vliezen. Vul het sap met melk aan tot 2 deciliter. Breng het vocht aan de kook. Roer de custard en suiker met een beetje van het vocht tot een papje. Roer dit met een garde door het kokende vocht en laat 1 minuut doorkoken. Laat de vla afkoelen.

Maal de pistachenoten fijn, maar niet zo fijn dat het meel wordt. Klop de 60 gram boter zacht. Meng de pistachenoten, het ei, de 20 gram bloem en de suiker erdoor. Dit is de frangipane.


Verwarm de oven voor op 170C.

Rol het deeg uit tot een ronde lap van 20 cm doorsnee. Leg in de vorm. Verdeel de frangipane over het deeg, maar laat 1,5 cm buitenrand vrij. Bak de taart in 30-40 minuten lichtbruin. Laat afkoelen in de vorm.

Verdeel de bloedsinaasappelvla over de frangipane. Leg hierop de de partjes bloedsinaasappel.


Doe de eiwitten in een brandschone kom en klop ze tot stijve pieken. 
Breng de suiker met het water aan de kook. Schud zodat de suiker oplost. Laat verder koken tot de siroop een temperatuur van 121C heeft. Giet deze siroop in een straaltje bij het eiwit terwijl je verder klopt. Klop tot het eiwit weer afgekoeld is. 

Verdeel de meringue over de zij- en bovenkant van de bloedsinaasappel zodat de hele vulling bedekt is. Brand het eiwitschuim met een gasbrander of zet heel (!) even onder een hete grill. 

vrijdag 27 februari 2015

Rode linzensoep met dumplings met lamsgehakt en groene kool plus sinaasappelolie - mysterybox

Binnen een foodbloggersgroep op facebook kwam weer het idee van een mysterybox. Ik deponeerde rode biet in de box, maar dat kwam er niet uitrollen. Deze keer waren de ingrediënten waar je iets mee moest koken de volgende:
  • rode linzen
  • kokosmelk
  • chocolade of cacao
  • groene kool
  • lamsvlees
  • sinaasappel
Allemaal ingrediënten waar ik wel vaker wat mee kook, waarbij de rode linzen en het lamsvlees niet echt vaak op tafel komen. Met kokos, sinaasappel en chocolade kon je de zoete kant op gaan. Misschien nog de linzen erin verwerken. Voor de hartige kant dacht ik in eerste instantie aan een Indiase curry. Omdat het uiteindelijk toch een lunchgerecht werd, maakte ik soep. Bij de turkse slager had ik lamsgehakt gekocht - dat had hij deze keer liggen. Soms draait hij het ter plekke, maar dan moet je minstens een kilo gehakt willen, en ik wilde nu maar een klein beetje. Met het lamsgehakt en de groene kool maakte ik, samen met een deegje van voorraadkastingrediënten, dumplings. Het deegje komt hier vandaan.

Achteraf gezien had ik de dumpings beter kunnen vervangen door gewone gehaktballetjes met groene kool erdoor. Dat scheelt een hoop werk. Eerlijk gezegd heb ik ook maar 6 dumplings gemaakt, alleen voor onze 2 kommen soep. Met de rest van het deeg en het gehaktmengsel ga ik een soort pizza in de koekenpan maken.

Met de hoeveelheden in dit recept maak je dus meer dumplings dan je nodig hebt voor deze hoeveelheid soep. De rest van de dumplings kun je - ongekookt - invriezen op bakpapier. Als ze goed bevroren zijn, kun je ze bij elkaar in een diepvrieszak of -doos doen. Je kunt natuurlijk ook meer soep maken. Of je maakt minder deeg en vulling. Waarschijnlijk moet je het deeg dan wel met de hand maken omdat het te weinig voor een machine is.

Wat ik wel een beetje jammer vond, is dat de rode linzen bij het koken niet mooi rood blijven, maar bruin worden. Dankzij de mysterybox hadden wij een lekkere lunch.

Rode linzensoep met dumplings met lamsgehakt en groene kool en sinaasappelolie

  • 300 gram bloem
  • 1,8 deciliter koud water
  • snuf zout
  • 200 gram lamsgehakt
  • 4 groene koolbladeren, heel fijn gesnipperd
  • 1/2 theelepel kurkuma
  • 1/2 theelepel kaneel
  • zout
  • 2,5 + 0,5 deciliter kokosmelk
  • 1 + 1 eetlepel zonnebloemolie
  • 1 teentje knoflook, fijngehakt
  • 1,5 theelepel gemberpoeder
  • 1 theelepel garam masala
  • 1/4 theelepel chiliflakes
  • 100 gram rode linzen
  • 1/2 sinaasappel
  • 1 eetlepel neutrale olie
  • 1/2 theelepel korianderzaad
Meng bloem, water en zout tot een deegje en kneed een paar minuten door. Ik liet mijn broodbakmachine het kneedwerk doen. Het deeg moet niet plakken, uit te rollen zijn, en een tikje elastisch. Verpak het deeg in plastic folie en laat een half uurtje op kamertemperatuur rusten. 
Meng het gehakt, de groene kool, de kurkuma, de kaneel, de halve deciliter kokosmelk en zout naar smaak tot een smeuïge vulling. Zet even opzij. 
Verhit in een pan 1 eetlepel olie. Fruit hierin de knoflook heel even aan. Voeg dan gember, garam masala, chiliflakes en linzen toe. Schep een minuutje om. Voeg dan 2,5 deciliter kokosmelk en 2,5 deciliter water toe. Breng aan de kook en laat 15-20 minuten koken. Pureer de soep en voeg naar smaak zout toe. 
Snijd de partjes uit de halve sinaasappel en pureer deze met het opgevangen sap, de neutrale olie en het korianderzaad. 
Pak kleine balletjes deeg (± 15 gram) en rol deze - op een ingevette ondergrond - uit tot dunne cirkels van ± 10 centimeter doorsnee. Leg hierop een lepeltje gehaktvulling. Vouw de zijkanten naar boven toe tegen elkaar aan en knijp vast. Maak zoveel dumplings als je nodig hebt - zie ook de opmerkingen hierboven. 
Verhit de andere lepel olie in een koekenpan. Bak de dumplings hierin even aan zodat de onderkant een bruin korstje krijgt. Voeg dan een scheut water toe en leg een deksel op de pan. Kook/stoom de dumlings in ± 10 minuten gaar. 
Schep de soep in kommen, verdeel de dumplings erover en besprenkel met de sinaasappelolie.

Andere foodbloggers maakten:

donderdag 26 februari 2015

Vadouvansoep met romanesco

Een paar maanden geleden maakte ik een champignonragout met vadouvan. Die maaltijd, en nog een hartige taart met prei en vadouvan, vonden genoeg afhalers lekker genoeg om ervoor te zorgen dat ik nog een keer een workshop bij de Librije mocht volgen. We maakten gelukkig andere lekkere gerechten, wel deels met dezelfde technieken. De eerste keer deed ik het dessert, dus koos ik deze keer voor het hoofdgerecht. Eend met shichimi togarashi, romanesco, gegrilde paddenstoeltjes in zoetzuur, zoete aardappelpuree.

Dat blikje vadouvan staat dus nog in mijn specerijenlade. Toen ik vanmiddag een snel soepje moest maken èn nog romanesco in de koelkast had liggen die min of meer over was in mijn weekplanning, besloot ik die 2 te combineren. Toch weer net iets anders dan een simpel kerriebloemkoolsoepje.

Vadouvansoep met romanesco

  • 20 gram boter
  • 20 gram bloem
  • 1-2 theelepels vadouvan
  • 1 groentebouillonblokje
  • 300 gram kleine romanescoroosjes
  • paar lepels Griekse yoghurt
Breng 0,75 liter water aan de kook. Doe de romanesco in een pan, giet er kokend water bij, breng weer aan de kook en kook 3 minuten. Giet af boven een kom en vang het hete water op. 
Smelt de boter zachtjes in een pan. Roer de bloem erdoor en laat op laag vuur een paar minuten garen. Roer de vadouvan erdoor. Giet dan scheutje voor scheutje het kokende water erbij en roer de klontjes eruit. Voeg het bouillonblokje toe en laat 5 minuten koken. Proef en breng eventueel verder op smaak. Eventueel kun je de staafmixer er nog inzetten als niet alle klontjes eruit zijn. 
Voeg de romanesco toe en warm weer even mee. 
Schep de soep in een kom en lepel er wat Griekse yoghurt in. 

dinsdag 24 februari 2015

Kaas-uibrood

Versgebakken brood is bijna altijd lekker. Gewoon simpel brood is al prima maar soms is het lekker om het brood wat extra te geven. Ui en kaas bijvoorbeeld. Wij aten dit uienkaasbrood als avondmaaltijd met spruitjes met walnoten en een schep appelcitroenchutney.

Kaas-uibrood

  • 435 ml handwarm water
  • 100 gram volkorenmeel
  • 560 gram bloem
  • 12 gram zout
  • 15 gram droge gist
  • 5 gram suiker
  • 25 ml olijfolie
  • 1 eetlepel lijnzaad
  • 1 eetlepel maanzaad
  • 6 uien
  • 1 klontje boter
  • 200 gram cheddar, geraspt
Doe water tot en met maanzaad in de kom van de broodbakmachine. Kneed - op het alleen deegprogramma - in ongeveer 10 minuten tot een mooi deeg.
Vet een kom in met wat olie en leg de bal deeg daarin. Dek af met plastic folie of een iets vochtige theedoek en laat 1-1,5 uur rijzen tot het deeg zicht verdubbeld heeft.
Maak ondertussen de uien klaar. Pel ze, halveer ze en snijd in halve ringen. Verhit een klontje boter in een koekenpan met deksel en bak de uien 5-10 minuten op hoog vuur tot ze een beetje bruin worden. Schep geregeld om. Doe dan een deksel op de pan en zet het vuur laag en laat de uien in ± 15 minuten verder gaar en zacht worden. Bestrooi met een klein beetje peper en zout.
Keer om op een werkblad en duw de lucht er voorzichtig uit. Verdeel het deeg in tweeën en maak op 2 bakplaten een dunne lap  van ongeveer 20 bij 30 cm. Dek weer af, en laat nog een uurtje rijzen.
Warm de oven voor op 210C. Duw met je vingers wat kuiltjes in het deeg, verdeel de uien en geraspte kaas erover en bak de broden in 35-40 minuten gaar.

zaterdag 21 februari 2015

Chocoladetaart met amarenekersen en amandelen

afbeelding-amarenen-chocolade-taartJammie, dit was een erg lekker taartje. Perfecte structuur, pure chocolade en dan die lekkere amarenekersen. Mannetje Q klaagde een beetje dat er te weinig stukjes kers in zijn stukjes taart zaten. Ik werd op het idee gebracht voor deze combinatie door een leuk stukje van Paul van het ministerie van eten en drinken. Hij vraagt zich af hoe zijn Ellen nu in de gaten had dat hij die kersen die daar op dat schoteltje lagen wou opsnoepen. Sorry Paul, vrouwen hebben gewoon een zesde zintuig voor snaaiende mannen. Zo is dat nu eenmaal.

Chocoladetaart met amarenekersen en amandelen

(springvorm 20 cm doorsnee)
  • 100 gram pure chocolade, in stukjes
  • 100 gram boter, in blokjes
  • 3 eieren
  • 150 gram suiker
  • 50 gram cacao
  • 150 gram zelfrijzend bakmeel
  • 1 theelepel bakpoeder
  • 50 gram amandelen, gehakt
  • 16 amarenekersen, in stukjes
  • 3 eetlepels siroop van de kersen
Klem een vel bakpapier tussen de rand en bodem van de springvorm. Vet de zijkanten in en bestuif met bloem. 
Doe de boter en chocolade in een hittebestendige kom en hang deze boven een laagje bijna kokend water en laat smelten. 
Verwarm de oven voor op 175C.
Klop de eieren met de suiker 5 minuten tot een luchtig mengsel. Zeef de cacao, zelfrijzend bakmeel en het bakpoeder erboven en meng erdoor. Meng het boterchocolademengsel erdoor. Meng als laatste de amandelen en kersen met siroop door het beslag. 
Verdeel het beslag over de vorm en strijk de bovenkant glad. Bak de taart in ± 45 gaar. Hij mag, net als een brownie, nog een tikje smeuïg blijven. 

donderdag 19 februari 2015

Spruitjes met pomelo en steranijs

De laatste keer thuisafgehaald bij mij thuis was weer een Ottolenghi-feestje. Deze keer - meer of minder - uit Plenty More. Bij de mungbonen met wortel, de pompoen met chiliyoghurt en deze spruitjes heb ik wel bijna het recept gevolgd. De knolselderij was vagelijk gebaseerd op een recept en de rijstsalade met gerookte bietjes dankt zijn bestaan meer aan de foto bij het recept dan het recept zelf. 

Ik kook meestal teveel. Het lekkere van zoveel gerechten is dat alles door elkaar ook heerlijk de volgende dag als lunch smaakt.

Ik zelf proefde bij deze spruitjes de steranijs niet echt terug. Als ik het nog een keer zou maken, zou ik de steranijs grof hakken en misschien wat meer gebruiken. 


Spruitjes met pomelo en steranijs

  • 50 gram suiker
  • 1 kaneelstokje
  • 3 steranijs
  • 1 eetlepel citroensap
  • 1/2 pomelo
  • 500 gram spruitjes
  • 150 gram sjalotjes
  • 3 eetlepels olijfolie
  • verse koriander
Breng suiker, kaneelstokje, steranijs en 50 ml water aan de kook. Laat de suiker oplossen en zet dan het vuur uit. Roer het citroensap erdoor en laat afkoelen. 
Maak de pomelo schoon. Verwijder witte vliezen en breek het vruchtvlees uit de vrucht. Breek elk partje in stukjes en doe ze in een kom. Doe de afgekoelde siroop erbij en laat minimaal een uur marineren. Langer kan prima. 
Maak de spruitjes schoon en snijd ze in 2-3 plakjes. Pel de sjalotjes en snijd ze ook in 2-3 plakjes. Breng water aan de kook met wat zout. Kook de spruitjes hierin 2 minuten en spoel ze dan af met koud water en laat ze uitlekken. Meng de spruitjes, sjalotjes en de olijfolie in een ovenschaal. Rooster de spruitjes in een oven van 200C ± 30 minuten tot ze een beetje beginnen te verkleuren. 
Giet de pomelo af en vis de steranijs en het kaneelstokje eruit. Meng de spruitjes met de pomelo en meng er een klein beetje van de siroop erdoor. Breng verder op smaak met peper en zout. Bestrooi met koriander.