woensdag 16 juni 2021

Ananaschutney


Wanneer we Indiaas eten komt er ook vaak een potje chutney op tafel. Meestal is dat zelfgemaakte mangochutney. Mangochutney associeer ik met Indiaas eten, en bij gehaktbrood "hoort" pruimen- of perenchutney. Toen ik laatst deze chutney met ananas maakte vroeg ik me af waar we die bij zouden gaan eten. Ik denk dat ie goed combineert met kip, maar uiteindelijk aten we 'm toch bij een bordje Indiaas. Dat was in elk geval lekker. 

Ananaschutney

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - 3-4 potjes)

  • 600 gram ananas
  • 350 gram ui
  • 25 gram gember
  • 1-2 rode pepers (of 1-2 theelepels sambal)
  • 6 pimentbessen
  • 6 kruidnagels
  • 3 theelepels korianderzaad
  • 1/2 theelepel zwarte peperkorrels
  • 2 deciliter azijn
  • 125 gram suiker
Was lege (jam)potjes en deksel af in een heel heet sodasopje. Spoel na met kokend water en laat omgekeerd uitlekken op een schone theedoek.
Snij (of hak) de ananas in kleine stukjes. Snipper de ui fijn. Rasp de gember. Hak de peper, als je die gebruikt, heel fijn. 
Maal piment, kruidnagel, koriander en zwarte peper in een specerijenmolen tot poeder. 
Doe alle ingrediënten in een pan. Breng aan de kook en laat 30 minuten zacht pruttelen. Afhankelijk van hoe sappig de ananas was gebruik je (een deel van de kooktijd) een deksel. De chutney moet niet heel nat blijven maar hij moet ook niet nu al droogkoken en aanzetten. Zet na de 30 minuten de staafmixer even kort in de ananaschutney en pureer grof. Het moet geen saus worden. Laat eventueel nog iets inkoken. 
Giet de hete chutney in de schone potten. Draai de deksels erop. 
Laat het liefst een weekje staan voordat je de chutney eet. Ongeopend zijn de potten zeker 6 maanden houdbaar, maar de meeste chutney die ik zelf maak is na 2-3 jaar ook nog prima eetbaar. Er verdwijnt wel eens een potje naar de achterkant van de plank. Eenmaal geopend wel in de koelkast bewaren en binnen 2-4 weken opmaken. 

woensdag 26 mei 2021

Witlof tarte tatin met geitenkaas en zeekraal


Deze hartige tarte tartin met witlof heeft alles: zoet (karamel, bitter (tenminste als je een beetje goede witlof hebt), zout (zeekraal), friszuur (geitenkaas) en knapperig (bladerdeeg). Er zat weer witlof in de TooGoodToGo-box (de zeekraal zat daar overigens ook in) en ik wilde geen witlof met ham en kaas maken en ook geen witlofsalade. Dus toen werd het dit. 

Tarte tatin met witlof, geitenkaas en zeekraal

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - 2 personen)

  • 500 gram witlof
  • 25 gram suiker
  • 1 theelepel verse tijmblaadjes
  • peper, zout
  • 4 plakjes bladerdeeg (ontdooid)
  • 50 gram zachte geitenkaas 
  • 50 gram zeekraal
Snijd een heel dun plakje van het kontje van de witlof. Kook de stronkjes ± 5 minuten in zoveel licht gezouten water dat ze net onderstaan. Giet af en laat heel goed uitlekken. 
Leg een stuk bakpapier op de bodem van een quichevorm/ovenschaal. Gebruik geen vorm met een losse rand want daar lekt alle karamel tussendoor. 
Strooi de suiker in een gelijkmatig laagje in een pannetje met dikke bodem. Bedruppel met een theelepel water en laat even staan zodat het water zich over de suiker verdeelt. Breng op halfhoog vuur aan de kook en laat de suiker rustig karamelliseren. Roer niet. Giet de hete karamel over het bakpapier. 
Snijd de uitgelekte witlof elk in 4-5 stukjes. Verdeel deze in een cirkel over de karamel. Bestrooi met de tijm, wat zout en peper. 
Verwarm de oven op 200C. 
Leg de plakjes bladerdeeg op elkaar en rol iets uit. Smeer/prak de geitenkaas in een cirkel uit over het bladerdeeg. Houd een rand van zo'n 4 centimeter vrij. Vouw het bladerdeeg met de geitenkaaskant naar beneden over de witlof. 
Bak de tarte tatin op 200C in ± 30 minuten goudbruin. Keer voorzichtig (zorg dat de loeihete karamel niet ergens tussenuit lekt) om en plak eventueel achtergebleven stukjes witlof weer terug op zijn plek. Bestrooi met de zeekraal. 

woensdag 19 mei 2021

Hazelnootkoffiecake met chocolade


Bij alle 3 de stukken die GZQ van deze taart at merkte hij op dat het een erg lekkere taart was. Ja, dan kan ik niet anders dan het recept ervan bloggen. 

Ik maakte de taart met zonnebloemolie in plaats van boter. De hazelnoten maken de taart snel droog, en door de olie blijft de taart toch smeuïg. 

Hazelnootkoffiecake met chocolade

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - springvorm 20 centimeter)
  • 3 eieren
  • 120 gram suiker
  • 125 milliliter zonnebloemolie
  • 2 theelepels oploskoffie (espresso)
  • 75 gram hazelnootmeel (je kunt ook zelf hazelnoten fijnmalen)
  • 100 gram bloem
  • 1 theelepel bakpoeder
  • 90 gram pure chocolade (grof gehakt of callets)
  • 75 + 25 milliliter slagroom
  • 1 eetlepel hazelnoot- of koffielikeur (of gebruik 90 milliliter slagroom)
  • 50 gr witte chocolade (grof gehakt of callets)
  • 1/2 theelepel oploskoffie
  • chocolaatjes 
Klem een stuk bakpapier tussen de bodem en rand van de springvorm. 
Klop de eieren met de suiker een paar minuten tot het een crème is. Klop scheutje voor scheutje de olie erdoor. Meng tot slot de oploskoffie, hazelnootmeel, bloem en bakpoeder door het beslag. Verdeel het beslag over de springvorm en bak de taartbodem op 170C in ± 35 minuten gaar. Laat afkoelen. 
Doe de pure en witte chocolade in 2 aparte hittebestendige kommen. Doe de halve theelepel oploskoffie bij de witte chocolade in de kom. Breng de room net aan de kook en giet 75 milliliter van de hete room over de pure chocolade en de rest over de witte chocolade. Laat de chocolade smelten en roer dan rustig door elkaar. Meng eventueel de likeur door de pure chocolade. Laat de ganache afkoelen. Hij moet nog wel smeerbaar blijven. 
Snijd de taartbodem horizontaal doormidden. Verdeel de pure ganache over de onderste cakelaag en dek af met de bovenste cakelaag. Besmeer de bovenkant van de taart met de witte ganache. Decoreer eventueel met de chocolaatjes. 

woensdag 12 mei 2021

Rabarbercrumble met een tropisch tintje


Bij het ophalen van weer een TooGoodToGo-box kreeg ik de vraag of ik 'm met of zonder rabarber wilde. Nou doe maar met, antwoordde ik. Rabarber eet ik (tegenwoordig) wel. Ik maakte er snel een crumble mee, samen met fruitmoes die in een #foodybox zat. Ik moet eerlijk zijn dat ik niet echt een fan van dit soort portieverpakkingen ben. Met de inhoud, het fruit, is niets mis. En ik snap dat het in sommige situaties handig kan zijn om een bakje fruitmoes mee te nemen voor onderweg, maar ik probeer dit soort portieverpakkingen te vermijden. Toen GZQ nog een heel klein mannetje Q was namen we onderweg tijdens een lange wandeling met hem in de rugdrager een bordje, een lepeltje, een vork en een banaan mee. Dat werkt ook prima. 

Rabarbercrumble met een tropisch tintje

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis)
  • 500 gram rabarber
  • 2 bakjes fruitmoesje appel/mango/perzik/passievrucht (à 100 gram)
  • 15 + 25 gram rietsuiker
  • zaadjes uit 6-8 kardemompeulen, fijngevijzeld
  • 25 gram geraspte kokos
  • 25 gram havervlokken
  • 25 gram boter of plantenmargarine
Was de rabarber, snijd het buitenste stukje eraf en trek dan meteen de buitenste draden mee. Snijd in dunne boogjes. Meng de rabarber met de fruitmoes en 15 gram suiker in een ovenschaal. 
Doe de 25 gram suiker, kardemom, kokos en havervlokken in een kom. Smelt de boter. Meng de gesmolten boter door het haver-kokosmengsel. Verdeel de kruimels over de rabarber. 
Bak de crumble op 200C in ± 30 minuten goudbruin en knapperig. 

woensdag 5 mei 2021

Bananen-gemberwafels met chocoladerumsaus


Voor zijn verjaardag had manlief een wafelijzer gekregen. Dus nu ben ik een beetje aan het uitproberen wat een lekker wafelrecept is. Er is nogal wat mogelijk. Je kunt een min of meer cakebeslag maken en daar een soort wafels van bakken. Je kunt hele zoete wafels maken, of juist hartige. Door gist in het wafelbeslag te gebruiken krijg je luchtige wafels. Daar zijn deze bananenwafels een voorbeeld van. Zelf houd ik niet zo van (warme) banaan (en bananenbrood vind ik ook niet zo lekker), maar ja, in een TooGoodToGo-box zaten een aantal best rijpe bananen. Dus toch maar zo gedaan. De gember doorbreekt het tikje weeïge van de banaan. Je kunt het beslag ook 's avonds maken en in de koelkast langzaam laten rijzen tot de volgende ochtend en dan voor het ontbijt de wafels maken. Ik zou dan alleen de rum in de chocoladesaus weglaten. 
 

Bananen-gemberwafels met chocoladerumsaus

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - 6 wafels)
  • 1 ei
  • 1 banaan (± 125 gram)
  • ± 150 milliliter melk
  • 7 gram droge gist
  • 50 gram volkorenmeel
  • 125 gram bloem
  • snuf zout
  • 50 gram boter, gesmolten
  • 3 gemberbolletjes, heel fijn gehakt
  • 75 milliliter melk
  • 1 theelepel cacao
  • 1 theelepel suiker
  • 1/2 theelepel maizena
  • 50 gram pure chocolade
  • 1-2 eetlepels rum
Splits het ei. Klop het eiwit stijf en zet even apart.
Pureer de banaan met 100 milliliter melk. Samen moet het 225 milliliter worden. 
Verwarm de rest van de melk tot lauw en roer de gist hierdoor. Laat een paar minuten staan. 
Doe meel, bloem en zout in een kom. Klop hier de bananenmelk door. Klop de eidooier erdoor Meng het melk-gistmengsel erdoor. Meng boter en gember door het wafelbeslag. Spatel tot slot het stijfgeklopte eiwit door het wafelbeslag. Laat afgedekt 30-60 minuten rijzen.

Breng de 75 milliliter melk aan de kook. Meng cacao en suiker door elkaar met een beetje van de melk en roer dit door de melk. Net zoals je chocolademelk maakt dus. Meng de maizena met een lepel water en roer door de kokende chocolademelk zodat het iets dikker wordt. Laat van het vuur af de chocolade erin smelten. Roer tot slot de rum erdoor. De saus kan warm of koud bij de wafels worden gegeven. 
Bak wafels volgens de instructies van jouw wafelijzer. Bij mij duurde 1 lading (dus 2 wafels) ± 7 minuten. 

woensdag 28 april 2021

Gnocchi met bloemkool, pesto, mozzarella, tomaat, rucola en olijven


Gewoon een lekker bord avondeten voor door de week. Door de mozzarella plakt alles wel een beetje aan elkaar, maar dat doet natuurlijk niets af aan de smaak. De tomaat en rucola zitten er voor het lekker bij, maar ook voor het oog. Want Q had de bloemkool nog niet echt ontdekt; gnocchi, bloemkool en mozzarella zijn natuurlijk allemaal licht van kleur. Door elkaar geschept lijkt het allemaal op elkaar. 

Gnocchi met bloemkool, pesto, mozzarella, tomaat, rucola en olijven

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - 4 personen)
  • 1 niet te grote bloemkool (800 gram roosjes)
  • 2 eetlepels koolzaadolie
  • 1 rode ui, in kwartringen
  • 1 theelepel sambal
  • 1 pak gnocchi (500 gram)
  • 200 gram tomaatjes
  • 2 bolletjes mozzarella (à 125 gram)
  • 50 gram rucola
  • 1/2 potje zwarte olijven (50 gram), grof gehakt
  • 1 bakje verse pesto (125 gram)

Maak de bloemkool schoon en snijd in roosjes. Misschien is een hele bloemkool teveel, maar dan maak je later van de week nasi of zo met alle restjes groente. Snijd de roosjes kleiner zodat ze zeg 1,5 bij 2,5 centimeter zijn. 
Verhit de olie in een grote hapjespan en fruit de ui ± 5 minuten. Voeg de sambal en bloemkool toe, schep even om, voeg een scheut water toe en wat zout, doe een deksel op de pan en laat 10 minuten garen. 
Breng ondertussen water aan de kook met zout en kook de gnocchi volgens de aanwijzingen op het pak. Snijd de tomaatjes in kwarten en de mozzarella in stukjes. Meng de tomaat, mozzarella, rucola, olijven en pesto door de bloemkool. Schep de gare gnocchi erdoor. 

woensdag 21 april 2021

Asperges in knapperig kataifideeg


Met de asperges van vorige week had ik lekker idee: ik wilde, geïnspireerd door de Tunesische brik met tonijn en ei, een brik met asperge en ei maken. Brik is een gefrituurd pasteitje van brikdeeg. De basisvariant bevat tonijn en een ei(dooier). Het pasteitje wordt zo gefrituurd dat de dooier nog lopend is. In plaats van tonijn wilde ik dan de asperges gebruiken. Alleen dan had ik dus wel brikdeeg nodig. Volgens informatie op internet verkoopt de Sligro dat. Dus fietste ik speciaal naar de Sligro.  Ze verkopen het daar inderdaad, alleen het schap was leeg. Balen. Uiteindelijk is het dus de frittata geworden. 

Maar het idee van asperges met knapperig deeg liet me toch niet los. Ik had nog een paar asperges bewaard en kocht kataifideeg, ook wel künefe genoemd. Dat zijn hele dunne sliertjes deeg. Die meng je met gesmolten boter of olie en wikkel je om iets. Vervolgens bak je het knapperig in de oven. Ik maakte ooit al eens dit toetje er mee. Met de asperges kreeg ik ook een fles witte wijn en 2 pakjes flora plant meegestuurd. De flora plant (gewoon 100% plantenmargarine, maar dat klinkt marketingtechnisch natuurlijk niet zo hip) gebruikte ik om de sliertjes deeg mee in te vetten. Ik zat nu alleen een beetje met het ei. Want in het oorspronkelijke brik-idee zat dat er bij. Maar om dan een ei te serveren bij iets dat als 100% plantaardig in de markt wordt gezet, is ook weer zo suf. Dus ik maakte gewoon 2 borden. Eén met alleen asperges en een bord met een gepocheerd ei. Dat pocheren ging gewoon goed. Alleen bewust iets langer dan eigenlijk zou moeten. Want ook al had ik het idee van de lopende dooier in mijn hoofd, eigenlijk heb ik mijn eitje toch liever wat verder gegaard. 




Asperges in knapperig kataifideeg

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis)
  • 6 asperges (± 300 gram)
  • 75-100 gram kataifideeg
  • 50 gram gesmolten boter/margarine/olie
  • 2 gepocheerde eieren
  • peper, zout
Schil de asperges, snijd het onderste, houtige stukje eraf en kook ze in krap water met iets zout in ± 8-10 minuten net gaar. Laat goed uitlekken. 
Haal de sliertjes deeg van elkaar los. Probeer lange draden te houden. Doe in een grote kom. Besprenkel met het vloeibare vet en wrijf eventueel met je vingertoppen door elkaar. Wikkel elke asperge in 1/6 deel van het deeg. Leg op een stukje bakpapier op een bakplaat en bak op 180C in ± 20 minuten goudbruin en knapperig. Keer eventueel halverwege. 
Pocheer tegen het einde van de baktijd de eieren. 
Leg 3 asperges op een bord en leg het gepocheerde ei erop. Bestrooi met wat peper en zout.