woensdag 8 juli 2020

Cake met frambozen, ricotta en amandelspijs


Na de kersencake van vorige week nog een lekkere cake met zomerfruit. Ik heb een paar frambozenstruiken in de bakken naast het balkon staan. Daar komen wel wat frambozen aan maar jammer genoeg niet zo heel veel. Ik denk dat de struik niet zoveel ruimte heeft om te wortelen. Deze taart dus met frambozen van de markt. 

Cake met frambozen, ricotta en amandelspijs

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - vorm van ± 18 bij 28 centimeter)
  • 150 gram (zachte) boter
  • 130 gram suiker
  • 3 eieren
  • 75 gram amandelspijs, verkruimeld
  • 150 gram bloem
  • 1 theelepel bakpoeder
  • 125 gram frambozen
  • 125 gram ricotta
  • 1/2 theelepel vanille-extract (of zakje vanillesuiker)
Leg een stuk bakpapier op de bodem van de bakvorm.
Klop de boter met de suiker in een paar minuten tot een romig mengsel. Klop de eieren er 1 voor 1 door. Klop de verkruimelde amandelspijs erdoor. Meng er als laatste bloem en bakpoeder door. Verdeel het cakebeslag over de vorm en strijk de bovenkant glad. 
Roer de vanille door de ricotta. Verdeel de ricotta in kleine dotjes over de bovenkant van de cake. Verdeel ook de frambozen over de cake. 
Bak de cake op 170C in 35-40 minuten gaar. 

woensdag 1 juli 2020

Kersen-amandelcake


Het is kersentijd. In onze omgeving zie je best wat kersenkraampjes langs de weg. Een week of zo geleden ging ik voorbereid op pad: met contant geld in mijn portemonnee. Op 2 verschillende plekken kocht ik kersen - 1 keer uit de automatiek en 1 keer van een kraampje. Bij elkaar 3,5 kilo kersen. Een deel namen we mee naar familie, maar het grootste deel aten we zo op. En ik gebruikte een portie in deze cake met kersen en amandelen. 

Kersen-amandelcake

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - rechthoekige vorm ± 20 bij 25 centimeter)
  • 100 gram zachte boter
  • 50 gram zonnebloemolie
  • 150 gram suiker
  • 3 eieren
  • paar druppels amandelessence
  • 25 gram gemalen amandelen
  • 125 gram zelfrijzend bakmeel
  • 250 gram kersen, ontpit
  • 25 gram amandelschaafsel
Leg een stuk bakpapier (of bakfolie) op de bodem van de vorm. 
Klop boter, zonnebloemolie en suiker in ± 5 minuten tot een romig mengsel. Klop er 1 voor 1 de eieren door. Klop de amandelessence erdoor. Meng er tot slot het amandelmeel en het zelfrijzend bakmeel door. Verdeel het cakebeslag over de bakvorm en strijk de bovenkant glad. Verdeel de kersen over de bovenkant van de cake. Bestrooi met het amandelschaafsel. 
Bak de cake in ± 35-40 minuten op 170C gaar. 

dinsdag 23 juni 2020

Gember-pindakoeken


Oeps, te dicht tegen elkaar aangelegd. Dus geen ronde koekjes maar een soort vierkante koeken met afgeronde hoeken. Voor de smaak maakt het gelukkig niet uit. Het recept is voor ongeveer 16 koeken. Dat past dus niet echt op 1 bakplaat. Je kunt eventueel de helft van het deeg maken, maar dan heb je maar een half ei nodig. Dus dan moet je even nadenken waar je dat voor gebruikt; ik heb wel een paar tips: door gehakt, om de bovenkant van bladerdeeg mee te bestrijken, in de vulling van een hartige taart of gewoon in een omeletje. Of je vriest de helft van het deeg in en dan ben je een volgende keer snel klaar. Na het afkoelen kun je de koeken ook nog met chocolade bestrijken. Dan krijg je deze chocoladepinda(gember)koeken, waar dit recept stiekem gewoon een kopie van is. Voor door-de-week vond ik ze zo wel goed genoeg.

Gember-pindakoeken 

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - ± 16 stuks)
  • 130 gram boter, in blokjes
  • 130 gram witte basterdsuiker
  • snuf zout
  • 1 ei, losgeklopt
  • 240 gram zelfrijzend bakmeel
  • 125-150 gram ongezouten pinda's
  • 5 gemberbolletjes, fijngehakt
Doe blokjes boter, basterdsuiker en zout in een kom en kneed met je handen door elkaar. Voeg ei toe en kneed door elkaar.
Zeef het bakmeel boven de kom en kneed dat ook door het deeg. Vorm een korte, dikke rol (± 7 centimeter doorsnee) van het deeg en pak in folie of een zakje of in een kom met deksel en zet een uur in de koelkast.
Bekleed de bakplaat met bakpapier of bakfolie.
Snijd het deeg in ± 16 plakjes. Duw niet te hard bij het snijden, want dan duw je de rol plat en krijg je geen ronde koeken. Vorm de plakjes eventueel weer iets bij.
Doe de pinda's en gember op een plat bord en breek zoveel mogelijk hele pinda's in tweeën. Druk elk koekje voorzichtig in de pinda's en gember en leg de koek daarna op de bakplaat.
Bak de koeken op 170C in ± 17 minuten lichtbruin.
Laat afkoelen op een rooster.

dinsdag 16 juni 2020

Kwarktaart met perzik en blauwe bessen


Natuurlijk heb ik de afgelopen weekenden ook al een paar keer aardbeienkwarktaart gemaakt. Op de manier die ik beschrijf in het gelinkte recept of ook, net zoals deze kwarktaart met perzik en blauwe bessen, met een pakje saroma. Dat werkt toch ook wel erg gemakkelijk. En zo'n pakje is zo zoet dat verder suiker toevoegen echt niet nodig is. Dan wel met een pakje aardbeiensaroma. 
Het is wel jammer dat ze niet meer smaken hebben. Nu alleen nog maar karamel (ben bang dat ik daar misselijk van word), chocolade (dat smaakt niet echt naar chocolade ben ik bang), banaan (houd ik niet echt van) en dus vanille en aardbei. Vroeger bestond er ook sinaasappel, framboos en pistache, maar dat willen wij Nederlanders niet meer. Het schijnt dat er in andere Europese landen nog wel andere smaakjes te vinden zijn. Dat moet ik dan maar onthouden voor als we weer op vakantie kunnen. Edit: ik kijk net op de site van dr. oetker en daar zie ik dat ze nog wel framboos hebben. Maar mijn AH heeft dat dus niet. Dus ga ik maar eens uitzoeken waar dat dan wel te krijgen is. 


Kwarktaart met perzik en blauwe bessen

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - springvorm 20 centimeter)
  • 100-150 gram amaretti
  • 50-100 gram simpele biscuitjes (theebiscuit/mariakaakjes)
  • 100 gram boter
  • 100 gram witte chocolade (callets of grofgehakt)
  • 500 gram kwark
  • 200 milliliter slagroom
  • 1 pakje saroma vanille
  • 2 perziken (vers of uit blik*), in stukjes
  • 150 gram blauwe bessen
  • 1/2 zakje taartgelei (wit)
Klem een stuk bakpapier tussen de rand en de bodem van de springvorm. 
Gebruik in totaal 200 gram koekjes. De door mij gebruikte amaretti smaken redelijk sterk zodat 100/100 nog steeds een goede amandelsmaak oplevert. 
Verkruimel de koekjes in een keukenmachine. Smelt de boter op laag vuur maar laat deze niet bruin worden. Roer de kruimels door de gesmolten boter en verdeel over de bodem van de springvorm. Duw plat met de bolle kant van een lepel. Zet even in de koelkast op hard te worden. 
Doe de chocolade in een hittebestendige kom en hang deze boven een laagje bijna kokend water. Laat de chocolade rustig smelten en roer dan door tot een egaal mengsel. Strijk uit over de koekjesbodem. Zet de vorm weer even terug in de koelkast. 
Klop de slagroom stijf. 
Klop de kwark en saroma door elkaar en spatel de slagroom erdoor. Verdeel over de chocolade, strijk de bovenkant glad en zet minstens een uur in de koelkast. 
Verdeel de stukjes perzik en de blauwe bessen over de kwark. Maak de taartgelei volgens de aanwijzing op de verpakking* en verdeel dit over het fruit. Laat nog minstens een half uur afkoelen in de koelkast voordat je de taart aansnijdt. 
*) als je perziken uit blik gebruikt, gebruik dan de siroop om de taartgelei te maken. Anders is water + een scheut tropische limonadesiroop een alternatief. 

woensdag 10 juni 2020

Broodje oesterzwam met truffelmayonaise


In de laatste foodybox die ik kreeg zat een potje truffelmayonaise van Ton. Nu moet ik eerlijk zeggen dat ik niet zo van een truffelsmaakje houd, maar Ton verdient het wel om even aandacht te krijgen. Zijn gewone mayonaise, die ik een paar jaar geleden ook al eens kreeg, is in elk geval erg lekker. 
De truffelmayonaise combineerde ik met oesterzwammen op een broodje. Hadden we zomaar een luxe lunch waar een zeker iemand ook erg blij van werd. 

Broodje oesterzwam met truffelmayonaise

(2 broodjes)
  • 1 ei
  • 2 theelepels sojasaus
  • 3 eetlepels panko (of gewoon paneermeel)
  • 2 theelepels zwart sesamzaad
  • 2 theelepels wit sesamzaad
  • 100 gram grote oesterzwammen
  • 2 eetlepels koolzaadolie
  • 2 (pompoenpit)broodjes
  • truffelmayonaise naar smaak
  • 25 gram rucola of gemengde sla
  • paar plakjes (zoetzure) komkommer
Klop het ei los met de sojasaus in een bakje met een platte(re) bodem. 
Meng panko met sesamzaad in een ander bakje. 
Dip een oesterzwam met de bovenkant in het ei en daarna in het pankomengsel. Leg met de gepaneerde kant naar boven op een bord of bakplaat. 
Verhit de olie in een koekenpan en zorg dat deze gelijkmatig over de bodem van de pan verdeeld is. Leg de oesterzwammen met de gepaneerde kant onder in de pan, duw iets aan en bak op halfhoog vuur tot het het korstje goudbruin is. Als je denkt dat de oesterzwam nog niet gaar is, kun je 'm voorzichtig omdraaien en nog even op de andere kant bakken. 
Snijd ondertussen de broodjes doormidden en besmeer de snijvlakken met een beetje truffelmayonaise. Verdeel de sla en komkommer over de onderkant. Leg de gebakken oesterzwammen op de sla. Lepel er extra mayonaise naar smaak over en dek af met de bovenkant van het broodje. 

woensdag 3 juni 2020

Taart met limoenpudding en witte chocolade



Je mag deze taart ook in een ronde vorm bakken hoor. Maar ik dacht, ik gebruik de rechthoekige vorm weer een keer. Voor de smaak maakt dat natuurlijk niet uit. Dit was er ook weer in de categorie "witte chocolade opmaken". De combi met limoen blijft geslaagd. Kon ik mooi de limoenlikeur gebruiken die ik in de foodybox kreeg. 

Taart met limoenpudding en witte chocolade

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - rechthoekige vorm 35 bij 11 centimeter met losse bodem)

  • 200 gram bloem
  • 100 gram boter, koud en in kleine blokjes
  • 10 gram poedersuiker
  • 1-2 eetlepels ijskoud water
  • 200 milliliter limoensap (± 6 limoenen0
  • 30 gram suiker
  • 50 milliliter melk
  • 10 gram custardpoeder
  • 15 gram maizena
  • 2 eetlepels limoenlikeur
  • 150 gram witte chocolade, callets of grof gehakt
  • 50 milliliter melk
Meng bloem, poedersuiker en boterblokjes met de keukenmachine tot een kruimelig mengsel. Meng er 1 lepel water door en kijk of het deeg samenkomt. Als het erg kruimelig blijft, voeg dan nog een drupje water toe. Rol het deeg uit en bekleed de vorm ermee. Zet de vorm een uur in de koelkast om het deeg te laten rusten. 
Leg een stuk bakpapier (of een siliconen bakvel) op het deeg en vul met een blindbakvulling (bijvoorbeeld overjarige gedroogde peulvruchten - heel vaak opnieuw te gebruiken). Bak de bodem 20 minuten op 170C. Verwijder dan de bonen en het bakpapier. Bak de deegkorst nogmaals 20 minuten tot deze gaar en lichtbruin is. Laat afkoelen. 
Maak ondertussen de limoenpudding. Breng hiervoor het limoensap met de suiker aan de kook. Roer in een kommetje melk, custard en maizena door elkaar. Roer dit papje door het kokende limoensap, zet het vuur laag en laat 2 minuten doorpruttelen. Laat iets afkoelen en roer er dan de limoenlikeur door. Verdeel de pudding over deegkorst. 
Doe de witte chocolade in een hittebestendige kom. Hang deze op een pan met daarin een laagje bijna kokend water. Laat de chocolade rustig smelten en roer dan door tot een glad mengsel. Roer er de melk door. Verdeel de witte chocolade over de limoenpudding en zet nog zeker 2 uur in de koelkast om op te stijven. 
Als dessert lekker met een glaasje limoenlikeur. 

woensdag 27 mei 2020

Aardbeien-vlierbloesem gin-tonic


De vlier bloeit al weer eventjes, maar nu vind je ook nog wel met wat geluk een bloeiende vlier. Anders moet je wachten tot september want ik heb ergens gelezen dat een vlier een tweede bloeiperiode heeft. Maar misschien zijn dan de aardbeien wat lastiger. In elk geval, ik maakte weer een paar flessen vlierbloesemchampagne, waar ik het recept nog voor moet bloggen. Een extra vlierbloesemschermpje meenemen voor deze gin-tonic is dan een kleine moeite. 

Aardbeien-vlierbloesem gin-tonic

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - 1 glas)
  • 50 gram aardbeien
  • 5 gram suiker
  • bloemetjes van 1 scherm vlierbloesem
  • 3-4 centiliter gin
  • tonic naar smaak
  • ijsblokjes
Snijd de aardbeien in kleine stukjes (2-3 mm). Doe ze in een kommetje met de suiker en vlierbloemetjes en schep om. Laat zo een paar uur staan. Doe daarna in een zeefje en druk het vocht eruit. 
Doe de aardbeien-vliersiroop in een glas. Doe ijsblokjes en gin erbij. Roer even door en vul aan met tonic. 

woensdag 20 mei 2020

Cakehartjes met aardbei, rabarber en amandel


Af en toe word ik zo simpel van mezelf. Het idee was om de blokjes rabarber door het deeg te doen en alleen aardbei bovenop. Net als in het recept begon ik met het in stukjes snijden van de rabarber. Terwijl ik verder het beslag maakte heeft het bakje met de rabarberstukjes de hele tijd voor mijn neus gestaan. Maar ik zag het pas echt weer toen het de stukjes aardbei al bovenop de cakejes lagen, dus niet echt handig meer om alles er weer uit te scheppen. Dus vandaar dat op mijn cakehartjes wel op de bovenkant rabarber is te zien. 
Ik maakte deze cakejes als dessert bij het moederdagmenu dat we bij mijn ouders afgaven. Vandaar de hartjes. Maar ook in een ander vormpje is deze combinatie natuurlijk ook erg lekker. Dus ook al is moederdag voorbij, ik blog ze toch. 

Cakehartjes met aardbei, rabarber en amandel 

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - 4 cakejes)
  • 50 gram rabarber
  • 40 gram suiker
  • 50 gram zachte boter
  • 1 ei
  • 50 gram amandelspijs, verbrokkeld
  • 70 gram zelfrijzend bakmeel
  • 1 eetlepel melk 
  • paar aardbeien
Vet de vormpjes in en leg een op maat geknipt stukje bakpapier op de bodem. 
Snijd de rabarber in kleine blokjes en meng ze in een kommetje met een lepel van de suiker. 
Klop de boter met de rest van de suiker romig. Klop het ei erdoor. Klop het amandelspijs erdoor. Meng het zelfrijzend bakmeel door het beslag en daarna de melk. Meng er als laatste de stukjes rabarber door. 
Verdeel het cakebeslag over de vormpjes en strijk glad. Snijd de aardbeien in plakjes en verdeel over de bovenkant.
Bak de cakehartjes op 175C in 25-30 minuten gaar. 
Laat afkoelen in de vormpjes. 

woensdag 13 mei 2020

Cake met rabarber en gember

Dit was een lekkere cake voor "gewoon" bij de koffie door de week. 


Cake met rabarber en gember

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - 1 cakevorm)
  • 2 eieren
  • 125 milliliter zonnebloemolie
  • zaadjes uit 8 kardemompeulen, tot poeder gevijzeld
  • 125 gram suiker
  • 125 gram bloem
  • 1 theelepel bakpoeder
  • 3 gemberbolletjes, fijngehakt
  • 100-150 gram rabarber, in kleine stukjes
Leg een stuk bakpapier op de bodem van de cakevorm en vet de zijkanten eventueel in. 
Klop de eieren los. Voeg in een straaltje de zonnebloemolie toe terwijl je blijft kloppen. Klop de suiker er kardemom erdoor. Klop er tot slot bakpoeder en bloem door. Meng gember en rabarber door het beslag. Verdeel het cakebeslag over de cakevorm en bak de cake in 45-50 minuten op 170C gaar en goudbruin. 

woensdag 6 mei 2020

Rozenharissa


Laatst aten wij deze tagliatelle weer een keer. Nu is de rozenharissa op. Omdat ik die, zoals ik al schreef, niet zo erg naar rozen vond smaken, ben ik zelf aan het experimenteren geslagen. De uitkomst is zeker verschillend van het potje van Belazu, maar ook lekker. De tagliatelle op die manier kan ik nu weer maken, of ik gebruik de rozenharissa in een ander Ottolenghi-gerecht. Hij is nogal fan van dit product. Het resultaat zal anders zijn dan met het echte spul, maar ik ben niet zo'n culinaire purist. 


Rozenharissa

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis)
  • 200 gram rode peper, zonder zaadjes gehalveerd
  • 75 gram ui, in dunne partjes
  • 4 teentjes knoflook, gepeld
  • 1 rode (of oranje) paprika, in grove stukken
  • 2 eetlepels koolzaadolie
  • 1 theelepel karwijzaad
  • 1 theelepel korianderzaad
  • 1 theelepel komijnzaad
  • 2 theelepels gedroogde rozenblaadjes
  • 1/2 theelepel zout
  • ± 1/2 theelepel rozenwater
Doe rode peper, ui, knoflook en paprika in een ovenschaal en besprenkel met 1/3 van de olie. Rooster de groente ± 25 minuten op 200 C tot de randjes beginnen te blakeren. 
Rooster karwij-, koriander- en komijnzaad in een droge koekenpan tot het lekker ruikt. Maal, samen met de rozenblaadjes, fijn in een specerijenmolentje. 
Doe alles (pepers, specerijen, zout, rest olie en alvast een drupje rozenwater) in een kleine keukenmachine (of gebruik een hoge kom en de staafmixer) en maal alles fijn. Proef en voeg naar smaak nog extra rozenwater toe. Pas op dat je niet teveel doet, want dan krijg je een zeepsmaakje. 
Bewaar in een schoon potje in de koelkast, met een laagje olie erop. Of vries in kleine porties in. Hoe groot een portie moet zijn, is erg afhankelijk van hoe pittig de harissa is geworden. Mijn pepers bleken niet zo scherp te zijn, en ik denk dat ik dit allemaal in 1 keer ga gebruiken. Als de harissa wel pittig is, in een ijsblokjesvorm misschien een handig formaat om te gebruiken bij het invriezen. 

woensdag 29 april 2020

Aspergerisotto


Vlak voor Pasen werd ik verwend met culipost via KOHW van het Nederlands aspergecentrum: 1,3 kilo verse witte asperges. Daar werd ik erg gelukkig van. Ik ben opgegroeid met asperges. Niet dat we zo vaak aten, maar elk seizoen wel een aantal keer. En elk jaar kwamen ze wel terug op ons bord. Manlief leerde ze pas mij thuis eten. Mijn schoonmoeder houdt niet zo van koken, dus ik denk dat ze het te veel werk vond. Daar zit denk ik ook een imagoprobleem van de asperge. Mensen denken dat het veel werk is. Ja, je moet ze schillen, maar tegenwoordig kun je volgens mij ook prima al geschilde asperges kopen. Dat doe ik zelf niet. Ik vind schillen niet erg dus heb geen zin om daar extra voor te betalen en ongeschild blijven ze denk ik toch iets verser. Als je ze wel geschild koopt, ben je zo klaar. Je kookt asperges en eieren (kan ook bij elkaar in 1 pan), bakt wat krieltjes, rolt plakken ham op en smelt wat boter en klaar. Probeer het gewoon een keer. 

Hier thuis behoren asperges gegeten te worden van het servies van opa en oma. Een paar jaar terug schreef ik hier al een stukje over. En zeker de eerste keer houd ik klassiek: met ham, ei, boter en aardappels. Dus zo aten wij ook de eerste asperges van 2020. 




Het aspergekookvocht heeft veel smaak. Zoals ik in mijn recept al schrijf kun je de schillen en afsnijdsels eerst koken (of eventueel meekoken) om nog meer smaak aan het aspergekookvocht te geven. Eigenlijk is het dus zonde om daar geen gebruik van te maken. Ik ben soms lui en weet dat ik toch geen soepje ga maken, dus doe het toch weg. Heel soms vries ik het in met het risico dat ik het na een paar maanden toch weer weg doe. In plaats van een soepje kun je natuurlijk ook een lekkere risotto maken. Als je dag 1 dan een paar asperges extra meekookt, dan ben je op dag 2 helemaal snel klaar. Als je bij de asperges witte wijn hebt geserveerd, houd dan ook een scheut achter voor de risotto. 


Aspergerisotto

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - 2 personen)

  • 25 gram boter
  • 2 sjalotten, fijngesnipperd
  • 1 teentje knoflook, fijngehakt
  • 200 gram risottorijst
  • scheut witte wijn (of vermout)
  • 0,5-0,75 liter aspergekookvocht, opgewarmd
  • ± 4 gare asperges, in stukjes van 3-4 centimeter, verwarmd
  • zwarte peper uit de molen
  • 75 gram parmezaanse kaas, fijngeraspt
  • eventueel paar blaadjes basilicum
Laat een (gietijzeren) braadpan warm worden. 
Zet de pan met opgewarmd aspergekookvocht op laag vuur op een ander pitje. 
Smelt de boter op laag vuur en fruit de sjalot een paar minuten. Voeg knoflook toe en fruit een minuutje mee. Voeg de rijst toe en roer zodat elke korrel met een filmpje vet bedekt is. Blus af met de wijn. Voeg een juslepel aspergekookvocht toe, roer en laat nagenoeg verdampen. Voeg zo gedurende 15-20 minuten telkens asperge"bouillon" toe en blijf roeren. Proef of een korrel rijst gaar is, laat anders nog verder garen. Mocht je bouillon toch op raken voordat de rijst gaar is, gebruik dan water of maak met behulp van een blokje of poeder een beetje groentebouillon. Breng de risotto op smaak met peper en een klein beetje zout. De risotto moet nog wel smeuïg zijn en nog een tikje "soepig". Je wilt geen klomp rijst op je bord. Roer de kaas erdoor en proef nogmaals. Schep in voorverwarmde diepe kommen en leg de stukjes asperges bovenop. Bestrooi eventueel met wat basilicum voor de kleur. 

woensdag 22 april 2020

Dadel-pastinaakcake met speculaaskruiden en appel


Ik blijf bakken, maar wel met wat beperkingen. Ik heb nog genoeg bloem. Weliswaar zijn de pakken goedkoopste bloem van 1 kilo al een maand of 2 niet meer verkrijgbaar, met een pak speltbloem of volkorenmeel lukken ook veel dingen. En zo langzamerhand begint er toch weer wat beschikbaar te komen in de supermarkt. Ik vraag me trouwens wel af wat al die mensen met al die bloem gaan doen. Gaan ze echt zelf brood bakken, als je dat eigenlijk nooit doet? Pannenkoeken bakken is dan wat gemakkelijker. Misschien wel een openbaring voor sommige mensen dat je dat ook met gewone bloem kan doen in plaats van een pak pannenkoekenmix. Ik maak zelf voor pannenkoeken meestal een mengsel van gewone bloem, volkorenmeel, wat havermout en soms nog wat boekweitmeel en een snuf zout.
Een andere beperking is dat ik niet al te vaak boodschappen wil doen. Niet zozeer omdat ik echt bang ben om daardoor ziek te worden, maar het is niet zo relaxed om boodschappen te doen. Gelukkig heb ik best een voorraadkast met van alles en nog wat dus duik ik daar maar in. In de vriezer lag nog geraspte pastinaak van een keer een hartige cake. Maar zoet bakken met pastinaak kan ook herinnerde ik me uit mijn Ballymaloetijd. Met dat recept als inspiratie bakte ik deze cake met dadel en pastinaak. Als je geen pastinaak hebt, kun je dat natuurlijk heel goed vervangen door wortel. 

Dadel-pastinaakcake met speculaaskruiden en appel

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - kleine tulbandvorm of gewone cakevorm)
  • 100 gram zachte boter + voor invetten
  • 50 gram zonnebloemolie
  • 100 gram (riet)suiker
  • 3 eieren
  • 1 theelepel speculaaskruiden
  • 50 gram volkorenmeel
  • 100 gram bloem
  • 2 theelepels bakpoeder
  • 1 klein appeltje, geraspt (± 100 gram)
  • 100 gram ontpitte dadel, in kleine stukjes
  • 150 gram geraspte pastinaak
Vet de vorm in met wat gesmolten boter en bestuif met bloem. Zeker als je een tulbandvorm gebruikt, is invetten belangrijk. 
Klop boter, zonnebloemolie en suiker door elkaar tot een luchtig mengsel. Klop er 1 voor 1 de eieren door. Meng speculaaskruiden, volkorenmeel, bloem en bakpoeder door het beslag. Meng er tot slot appel, dadel en pastinaak door. Verdeel het beslag over de tulbandvorm. Bak de cake op 170C in ± 50 minuten gaar. Laat de tulband een kwartiertje afkoelen in de vorm en stort dan op een rooster om verder af te koelen. 

woensdag 15 april 2020

Gember-limoencake met witte chocolade


Ooit kocht ik 2,5 kilo witte chocolade callets. Dat was toch iets te optimistisch ingeschat. Een zak met die hoeveelheid pure chocolade, die bak ik er wel binnen de houdbaarheidsdatum door heen. Maar met witte chocolade is dat toch een ander verhaal. Nu ga je niet dood van chocolade die over de datum is, dus ik maak het - met wat meer vaart - wel op. Wel merk ik dat de chocolade minder makkelijk smelt en ook niet zo mooi vloeiend wordt. Om dat een tikje te verhelpen probeerde ik of het zou werken als ik een theelepeltje kokosolie zou toevoegen en ja dat werkte. Alleen de toevoeging van de limoncello deed dat dan weer teniet. Dus nog steeds een beetje korrelig uitziend glazuur. De taart smaakte overigens wel gewoon lekker. 


Gember-limoencake met witte chocolade

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - springvorm 20 centimeter doorsneee)
  • 150 gram boter, op kamertemperatuur
  • 150 gram suiker
  • 3 eieren
  • 3 bolletjes gember, fijngehakt
  • 1 limoen, schoongeboend, geraspt en uitgeperst
  • 150 gram bloem
  • 2 theelepels bakpoeder
  • 125 gram witte chocolade, in callets of in kleine stukjes
  • eventueel een scheut limoncello
Klem een stuk bakpapier tussen de rand en bodem van de springvorm. Vet de zijkanten in. 
Klop de boter met de suiker in een paar minuten tot een romig geheel. Klop er 1 voor 1 de eieren door. Klop gember, limoenrasp en -sap door het beslag. Meng er dan bloem en bakpoeder door. Verdeel het beslag over de vorm. Bak de gember-limoencake in ± 35 op 175C gaar.  Laat afkoelen. 
Doe de chocolade in een hittebestendige kom en hang deze boven een pan met een laagje bijna kokend water. Laat de chocolade rustig smelten; schud de kom af en toe heen en weer. Roer glad en meng er snel de limoncello door als je die gebruikt. Smeer de chocolade over de bovenkant van de cake. 

woensdag 8 april 2020

Kweepeer uit de oven + salade met gepocheerde kweepeer, geitenkaas en kiemen


Van een tante kreeg ik weer kweeperen uit Frankrijk. Omdat ik nog een flinke voorraad membrillo heb moest ik er wat anders mee maken. Maar wat? Ik bladerde wat kookboeken door en toen stuitte ik op een recept van Ottolenghi waarin kweepeer wordt gepocheerd in een kruidige siroop in de oven en vervolgens in een salade met blauwe kaas verwerkt wordt. Het in de oven klaarmaken heb ik als basis genomen. Ik zette de schaal onderin toen ik wat anders klaarmaakte en liet 'm per ongeluk de hele nacht in de afkoelende oven staan. De siroop was perfect kleverig geworden.

Van een deel van de gepocheerde kweeperen maakte ik ijs. Dat was een beetje plakkerig in de mond wat structuur betreft. De smaak was ok, maar het eindresultaat vind ik niet blogwaardig.

Het andere deel vroor ik in en gebruikte ik later in een salade. Ik besef dat het op dit moment lastig is om aan kweeperen te komen. We zitten inmiddels al weer in de aspergetijd. Dus onthoud dit recept maar voor komend najaar.


Kweepeer uit de oven

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis)
  • 750-1000 gram kweeperen
  • 200 gram suiker
  • 5 deciliter water
  • 2 stukjes mandarijnschil
  • 10 kardemompeulen, gekneusd
  • 1 theelepel lemon pepper *)
  • 2 laurierblaadjes
Schil de kweeperen en snijd (hak) ze met een groot mes doormidden. Verwijder met een scherpe meloenbolletjeslepel het klokhuis. Snijd (hak) in schijfjes. Kweepeer is erg hard, dus gebruik een goed, groot mes en een snijplank. Probeer het niet op de manier van een gewone peer die je in je hand houdt en er partjes van snijdt. Doe de kweepeer in een ovenschaal.
Verwarm de suiker met het water, mandarijnschil, kardemom, lemon pepper en laurier en roer zodat de suiker oplost. Giet de siroop over de kweepeer en zet de schaal ± 1,5 uur in een oven van 140C. Controleer op 2/3 van de oventijd hoe zacht de kweepeer is. 

*) of anders 1 theelepel zwarte peperkorrels, grof gevijzeld en een stukje mandarijnschil extra


Salade met gepocheerde kweepeer, geitenkaas en kiemen

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis)
  • 1/2 gepocheerde kweepeer, in plakjes (zie boven)
  • 2 eetlepels vocht
  • peper, zout
  • 1 eetlepel koolzaadolie
  • 1 bakje pittige kiemen (AH, 60 gram)
  • 100 gram zachte geitenkaas, in plakjes
Klop het pocheervocht, peper en zout naar smaak en de koolzaadolie tot een dressing. Meng door de kiemen. Verdeel de kiemen over 2 borden. Verdeel de kweepeer en geitenkaas over de kiemen. Geef er lekker brood bij. 

woensdag 1 april 2020

Pompoen met miso en gochujang, freekeh, feta en pitten


Het was even wat stiller. Nee, we zijn niet ziek geweest. Maar we eten op het moment wat meer standaarddingen die ik al lang een keer geblogd heb. Dit aten wij afgelopen zondag. Niet zo standaard maar wel erg lekker. Manlief vond het erg geslaagd en van hem moest ik het zeker bloggen. Voor mij was dit voorraadkoken en restjes opmaken. De pompoen lag er al zeker 2 weken en ik had nog een restje witte kaas dat echt op moest. Dat werd dus de basis. Ik kan me voorstellen dat niet iedereen standaard freekeh in huis heeft. Ik ook niet standaard, maar nu toevallig wel. Maar in plaats van freekeh kun je ook quinoa, (parel)couscous, boekweit, speltkorrels, wilde&witte rijst, gewone rijst gebruiken. Of linzen gemengd met een graan. Pasta zou ook kunnen, maar dat lijkt mij zelf minder lekker. De gochujang en miso, dat is misschien wat lastig. Op het moment ga je niet zo snel voor 1 boodschap naar de winkel. Het geeft pittigheid en een zoute smaak. Maar ook een hartige diepgang doordat beide gefermenteerd zijn. Pit krijg je wel met sambal of harissa, en het hartige, zoute met wat sojasaus. Het wordt dan wel wat anders, maar ik denk dat je dan nog steeds een lekker bord eten op tafel kan zetten. 

Freekeh met pompoen, feta, pitten, miso, gochujang

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - 2 personen)

  • 1 kabochapompoen (± 800 gram)
  • 1 theelepel gochujang (Koreaanse chilipasta)
  • 1 eetlepel miso
  • 1 eetlepel zonnebloemolie
  • 150 gram freekeh
  • 1 rode ui
  • 2 theelepels sherryazijn (frambozenazijn of balsamico is ook goed)
  • 1 (bloed)sinaasappel
  • peper, zout
  • 150 gram feta (of "witte kaas")
  • 1 eetlepel zonnebloempitten
  • 1 eetlepel pompoenpitten
Was de pompoen en snijd doormidden. Verwijder de pitten. Snijd de pompoen in parten en halveer Snijd lelijke stukken schil van de pompoen. Doe de stukken pompoen in een grote ovenschaal. Meng gochujang, miso en olie in een kommetje. Bestrijk de pompoen hiermee. Rooster de pompoen op 200C in 20-30 minuten gaar. 
Kook ondertussen de freekeh volgens de aanwijzing op het pak gaar. Ik kookte de freekeh in een dubbel volume aan water in ± 15 minuten gaar. 
Snijd de ui in hele dunne kwartringen. Doe in een kommetje met de azijn en een lepel water en verhit 30 seconden op vol vermogen in de magnetron. 
Schil de sinaasappel dik zodat het wit meekomt en snijd de partjes tussen de vliezen uit. Vang sap op en knijp de vliezen uit. Meng het sap met het vocht van de ui en wat peper en zout. Meng dit door de gare (en afgegoten) freekeh. 
Verdeel de freekeh over de pompoen. Schep de ui, feta en sinaasappel erover. 
Rooster de zonnebloem- en pompoenpitten even in een droge koekenpan tot ze lichtbruin zijn. Bestrooi de pompoen en freekeh met de pitten. 

woensdag 18 maart 2020

Hartige cakejes met zoete aardappel, spinazie, kaas en pompoenpitten


In een Delicious die ik laatst van de bieb leende stonden een aantal recepten uit het boek Little Green Kitchen. Een daarvan was een recept voor hartige muffins met onder andere spinazie door het beslag zodat ze mooi groen werden. Ik paste het recept enigszins aan en mijn cakejes werden wat minder groen, maar ze waren wel lekker. De pompoenpitten bovenop zijn wel mooi groen.

Hartige cakejes met zoete aardappel, spinazie, kaas en pompoenpitten

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - 12 cakejes)
  • 115 gram volkorenmeel
  • 110 gram boekweitmeel
  • 25 gram havermout
  • 1 theelepel gemberpoeder
  • 1/4 theelepel cayennepeper
  • 1/4 theelepel zout
  • 2 theelepels bakpoeder
  • 60 gram diepvriesspinazie, ontdooid (4 blokjes)
  • 2 eieren
  • 200 milliliter yoghurt
  • 100 milliliter zonnebloemolie
  • 175 gram geraspte zoete aardappel
  • 60 gram oude kaas, geraspt (ik sneed 2 plakken in kleine stukjes)
  • 25 gram pompoenpitten
Vet een muffinvorm met 12 holtes in, of zet 12 (siliconen) cupcakevormpjes klaar. 
Meng in een kom volkorenmeel, boekweitmeel, havermout, gemberpoeder, cayennepeper, zout en bakpoeder door elkaar. 
Klop in een andere kom (of gebruik een hoge kom en gebruik de staafmixer) spinazie, eieren, yoghurt en olie door elkaar. 
Zet de oven aan op 175C. 
Meng met een spatel de natte ingrediënten door de droge ingrediënten. 
Meng zoete aardappelrasp en kaas door het beslag. 
Verdeel het deeg over de vormpjes. Verdeel de pompoenpitten over de bovenkant van de hartige cakejes. Bak de cakejes in ± 30 minuten gaar en goudbruin. 

woensdag 11 maart 2020

Kersenkwarktaart


Al weer 2,5 jaar geleden verscheen het zoete bakboek van Ottolenghi, Sweet. Hoewel ik best wel een Ottolenghi-fan ben, staat dit boek (nog?) niet op mijn boekenplank. Ik heb het zelfs nog niet eens proberen te lenen van de bieb. Wel heb ik een flink aantal recepten in diverse kookbladen en blogs voorbij zien komen. En foto's van de eindresultaten. De gestreepte taart met zwarte bessen is een echte blikvanger. Dat leek me wel wat voor kerst, ook al had ik wel een beetje mijn twijfels over de meringue-botercrème. Daar ben ik niet zo'n fan van. Ik liet me vooral inspireren door het Ottolenghi-recept, het idee van de opgerolde cakestroken is natuurlijk breed toepasbaar. Zo'n hoge taart is natuurlijk gaaf om te zien, maar niet zo handig om te snijden, dus ik maakte 'm wat lager en breder. Superstrak werd ie niet, dat is niet mijn sterke kant. En om eerlijk te zijn, vond ik 'm wat zwaar op de maag. Mijn botercrème was iets geschift, maar ook al was die dat niet geweest, dan proefde het nog niet als een frisse vulling. De cake was een tikje massief, maar rolde gelukkig nog wel goed op. Dus al met al is het uiterlijk een goed idee maar over een wat minder zware vulling (die natuurlijk wel verticaal blijft staan) moet ik nog maar eens nadenken. Hoe die versie van de Ottolenghi-stripecake eruit zag kan ik niet meer laten zien. De foto kan ik nergens meer terugvinden. Dat is ook de reden dat deze post heel lang in concept heeft gestaan. 
Omdat ik toch een eigen foto van de streepjescake in deze blogpost wilde hebben, bakte ik nog een keer een gestreepte cake. Ik halveerde voor de cake het oorspronkelijke Ottolenghi-recept en dat leverde voor mij genoeg cake op om een kleine stripecake te maken. Voor de vulling maakte ik een frambozenmousse en ik werkte de buitenkant af met roze chocolade. Ook over deze cake ben ik nog niet enthousiast. We hebben 'm wel opgegeten hoor, maar de zoektocht naar een blikvanger, want dat blijven de streepjes natuurlijk wel, die ook erg lekker is, is nog niet klaar. 



Waarom vertel ik dit verhaal? De streeptaart had ik gemaakt met een kersenpuree uit de diepvries van de Sligro. Dat werkte wel heel handig. Met het restant moest ik altijd nog wat doen. En dat werd deze kersenkwarktaart. Die vond ik beter geslaagd dan de gestreepte taart.

Kersenkwarktaart

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - springvorm 22 centimeter doorsnee)
  • 75 gram boter
  • 75 gram suiker
  • 1 ei
  • 75 gram bloem
  • 500 gram (gezoete) kersenpuree
  • 3 theelepels gelatinepoeder
  • 2 deciliter slagroom
  • 500 gram kwark
  • 35-50 gram suiker
Klem een stuk bakpapier tussen de bodem en rand van de springvorm. 
Klop de boter met de suiker romig. Klop het ei erdoor. Meng de bloem erdoor. Verdeel het beslag over de springvorm en strijk glad. Bak de cakebodem in ± 25 minuten op 175°C gaar. Laat afkoelen. 
Doe het gelatinepoeder met 3 lepels kersenpuree in een kommetje en laat een kwartiertje staan. Breng de rest van de kersenpuree tegen de kook aan. Roer telkens wat hete kersenpuree door het gelatinemengsel tot je het idee hebt dat de gelatine goed is opgelost. Dan kun je alles door elkaar mengen. 
Klop de slagroom stijf. 
Roer kwark en suiker door elkaar. Roer de kersenpuree door de de kwark. Proef of het zoet genoeg is, waarbij je bedenkt dat de (ongezoete) slagroom er nog door moet. Meng eventueel een klein beetje extra suiker door de kwark. Spatel de slagroom erdoor. Verdeel de kersenkwark over de taartbodem en laat minimaal 4 uur opstijven in de koelkast. 

woensdag 4 maart 2020

Kue lapis


Vorig jaar bezocht ik de Tong Tong Fair in Den Haag. Met een groepje andere culinair geïnteresseerden kreeg ik een tour langs allerlei stands. Grote vraag was allereerst wie er verse doerian - de stinkvrucht - durfde te proeven. Ik vond de doerian een beetje boterig smaken en aanvoelen. Verder heel veel soorten sambal, tjendol, erg lekkere sate, en kue lapis. Dat had ik nog nooit eerder geproefd. Natuurlijk heb ik het wel bij de toko zien liggen; het valt wel op met dat knalroze en knalgroen. Omdat het er zo leuk uitziet, zette ik op het mijn "ooit-een-keer-zelf-maken-lijstje". Rijstmeel en tapioacameel kocht ik al een keer bij de toko, kokosmelk en suiker heb ik standaard in huis, en ik heb ook nog een bakje kleurstoffen & smaakstoffen staan. Voor een recept googelde ik een aantal recepten bij elkaar en zette deze onder elkaar. Dat is handig bij recepten met maar een paar ingrediënten. Dan kun je makkelijk vergelijken en doe ik wel vaker als ik iets wil maken waar ik een recept voor nodig heb. De verhouding tussen meel:suiker:vocht varieerde nogal. Ik was dus lekker eigenwijs en maakte mijn eigen recept.



Omdat elk laagje 5 minuten moet stomen, is het maken van kue lapis tijdrovend, maar niet heel moeilijk. En 5 minuten is ook weer niet zo kort dat op het moment dat je net iets anders aan het doen bent je alweer geroepen wordt door de kookwekker. Terwijl de kue lapis stoomde werkte ik ondertussen aan de gerechten van de rijsttafel die deze thuisafgehaald-bij-mij-thuis op tafel kwamen. De kue lapis was het toetje. 





Kue lapis

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - voor ± 5 deciliter beslag - 2 kleine puddingvormen halfvol)

  • 80 gram tapiocameel
  • 80 gram rijstemeel
  • 120 gram suiker
  • 4 deciliter kokosmelk
  • snuf zout
  • roze kleurstof + rozenwater (of al gekleurde rozensmaakstof uit de toko)
  • groene kleurstof + pandanessence (of al gekleurde pandansmaakstof)
  • stoompan
Meng tapiocameel, rijstemeel, suiker, zout in een kom en meng er met een garde beetje bij beetje de kokosmelk door. Vergelijk het met pannenkoekenbeslag maken. 
Doe 1/4 van het beslag in een kleine kom en meng er de rozensmaakstof door. Elk merk is anders dus probeer een beetje uit. Begin echt met een klein beetje. 
Doe 1/4 van het beslag in een kleine kom en meng er de pandansmaakstof door. Hier geldt hetzelfde voor: proef. 
Breng een laag water aan de kook in een stoompan. Wikkel een theedoek om het deksel zodat de condens niet op de kue lapis drupt. 
Wrijf de puddingvorm in met een heel klein beetje olie. Giet een laagje wit beslag in de vorm en stoom 5 minuten. Giet er een laagje groen op en stoom 5 minuten. Maak zo telkens een nieuw laagje tot je groene beslag en de helft van je witte beslag op zijn. Haal de vorm uit de stoompan en laat 5 minuten afkoelen. Begin ondertussen aan je roze kue lapis. 
Wiebel na het afkoelen de kue lapis los uit de vorm en keer om op een bord zodat hij verder kan afkoelen. Serveer in dunne plakjes. 

woensdag 26 februari 2020

Hartige cakejes met mais, paprika en feta + tomatenpaprikasoep


De hoeveelheid soep is groot. Dat komt omdat ik lunch moest verzorgen op kantoor. En een kop zelfgemaakte soep wordt dan wel gewaardeerd. En om het makkelijk te maken aten we de avond ervoor dezelfde soep. Omdat ik enkel soep als avondeten een beetje saai vind, maakte ik er hartige cakejes bij. 

Je kunt de soep prima invriezen, maar het recept halveren kan natuurlijk ook. 

Hartige cakejes met mais, paprika en feta
(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - 10-12 cakejes)
  • 125 gram bloem
  • 125 gram maismeel
  • 2 theelepels bakpoeder
  • 1/2 theelepel zout
  • 1 theelepel gemalen komijn
  • 1/4 theelepel chilipoeder
  • 20 gram zonnebloempitten
  • 1 rode puntpaprika (10-12 ringen en rest in stukjes) (± 125 gram in totaal)
  • 50 gram maiskorrels
  • 150 gram feta, in kleine stukjes
  • 2 eieren
  • 100 milliliter zonnebloemolie
  • 100 milliliter yoghurt
Meng bloem, maismeel, bakpoeder, zout, komijn, chilipoeder en zonnebloempitten door elkaar in een kom. 
Klop in een andere kom de eieren met de olie en yoghurt tot een homogeen mengsel. 
Zet de oven aan op 175C. 
Spatel de natte ingrediënten door de droge ingrediënten. 
Meng mais, feta en stukjes paprika door het beslag. 
Verdeel het beslag over de vormpjes en leg een ring paprika op de bovenkant van elk hartige cakeje. 
Bak de hartige cakejes in ± 25 minuten gaar. Lauw tot warm zijn ze het lekkerst. 

Paprika-tomaten-witte bonensoep
(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - ± 7 liter soep)

  • 2 eetlepels koolzaadolie
  • 2 uien, in kwartringen
  • 4 theelepels gemalen komijn
  • 4 theelepels gemalen korianderzaad
  • 4 theelepels paprikapoeder
  • 1/2-1 theelepel cayennepeper
  • 1/2 theelepel gerookt paprikapoeder
  • 2 kilo paprika (rood/geel/oranje), in grove stukken
  • 3 blikken a 400 gram gepelde tomaten (of tomatenblokjes)
  • 1 pak gezeefde tomaten (500 gram)
  • 6 groentebouillonblokjes
  • 1,75 deciliter kokend water
  • 800 gram gare witte bonen
  • eventueel zout, een schepje suiker en nog iets pittigs als srirachasaus

Verhit in een grote soeppan de olie en bak de uien een paar minuten. Zet het vuur niet te hoog want omdat het een gewone pan is brandt het sneller aan dan in een hapjespan. Voeg komijn, koriander, cayennepeper, beide soorten paprikapoeder toe en bak een minuut mee. Voeg dan de paprika toe en schep om. Voeg tomaten, water en bouillonblokjes toe en breng weer aan de kook. Laat 20 minuten zacht koken tot de paprika gaar is. Voeg de witte bonen toe en laat 10 minuten meepruttelen. Pureer de soep grof met de staafmixer. Proef de soep en breng eventueel verder op smaak met zout en/of suiker en/of nog iets pittigs. 

woensdag 19 februari 2020

Chocolade-limoenkoek


Ik maakte weer een keer marmelade van limoenen en citroenen. Dat kan ik natuurlijk op een geroosterde boterham of een beschuitje smeren, maar in iets lekkers voor bij de thee verwerken kan natuurlijk ook. Ik gebruikte het idee van de millionaire square's en maakte ze nog iets chocoladeriger. De combi citrus met chocolade vind ik erg lekker. Natuurlijk kun je ook gekochte marmelade gebruiken. 


Chocolade-limoenkoek

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - vorm ± 18 bij 18 centimeter)
  • 110 gram zelfrijzend bakmeel
  • 20 gram cacao
  • 45 gram witte basterdsuiker
  • 80 gram boter, in kleine blokjes
  • 150 gram limoenmarmelade (of citroen- of sinaasappelmarmelade)
  • 100 gram pure chocolade, grof gehakt
Meng zelfrijzend bakmeel, cacao, basterdsuiker en boter in de keukenmachine (of met de hand) tot een samenhangend deeg. 
Leg een stukje bakpapier op de bodem van de vorm. Duw het deeg over de bodem uit. Prik met een vork een aantal keer in . Bak de bodem ± 20 minuten op 180C tot deze lichtbruin en gaar is. Laat afkoelen.
Verdeel de marmelade over over de bodem.
Doe de chocolade in een hittebestendig kommetje en hang deze boven een pan met een laagje bijna kokend water om de chocolade te laten smelten. Verdeel de gesmolten chocolade over de marmelade.
Snijd in kleine vierkantjes. Waarschijnlijk barst het chocoladelaagje hierbij, maar dat maakt voor de smaak niet uit. 

woensdag 12 februari 2020

Bietensaus met zwarte knoflook


Afgelopen kerst maakte ik een beetje saai eten vond ik zelf. Wel lekker hoor, maar het kerstgezelschap leende zich om diverse redenen niet voor al te creatief koken. Het werd eigenlijk aardappels, groente en vlees. Een stuk runderstaartstuk, slowcooked in de oven en dat was goed gelukt, al zeg ik het zelf. Erbij in de oven geroosterde aardappels, stoofpeertjes, een venkel-rucola-granaatappelpitsalade en spruitjes met champignons. Bij het vlees maakte ik deze saus. Die had ik al een keer eerder gemaakt bij een hasselback-flespompoen en vond ik erg geslaagd. Wij aten 'm dan wel bij een stuk vlees maar doordat er niets van het braadvocht van het vlees in gaat, is hij uitermate geschikt voor een vegetarisch pronkstuk. Bij een hele geroosterde bloemkool, hele knolselderij uit de oven, of bij een gevulde pompoen of iets dergelijks. De zwarte knoflook *1) geeft echt een hartige smaak aan deze dieprode saus. Alleen geen wit tafelkleed op tafel doen ;.)

Overigens vereiste het wel een beetje overredingskracht om de mensen deze saus bij hun vlees te laten proeven. 

Bietensaus met zwarte knoflook

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis)
  • 1 theelepel koolzaadolie
  • 1 kleine rode ui, heel dun geschaafd (±75 gram)
  • 2,5 deciliter bietensap *2)
  • 3 teentjes zwarte knoflook, in plakjes
  • 1 theelepel balsamico-azijn
  • eventueel een snuf zout
Doe de ui met de olie in een klein steelpannetje en zet op laag vuur. Laat 10 minuten zacht zweten zodat het ergste rauwe van de ui af is. Voeg het bietensap toe en breng aan de kook. Laat iets inkoken. Voeg de zwarte knoflook en balsamico-azijn toe en laat nog 1 minuut koken. Pureer met de staafmixer. Het is niet erg als er nog wat grove stukjes knoflook en ui in zitten, tenzij je een gladde saus wilt. Dan moet je 'm goed pureren en eventueel door een zeef wrijven. Proef en voeg eventueel nog een snuf zout toe.

*1) de zwarte knoflook (floky) kreeg ik in de #foodybox
*2) ik kocht een grote fles van Zonnatura - de rest vroor ik in voor een andere keer; je kunt er ook mooi roze brood mee bakken. 

woensdag 5 februari 2020

Paprika's gevuld met (linzen)couscous en feta


Couscous wordt gemaakt van tarwemeel. Gemengd met water wordt er een deeg van gemaakt dat weer tot hele kleine korreltjes wordt verwerkt. Eigenlijk is het een vorm van pasta. Van veel producten die van tarwe gemaakt worden verschijnt een glutenvrije variant. De couscous die ik in deze gevulde paprika's gebruik is gemaakt van meel van rode linzen en verwerk je op dezelfde manier als gewone couscous. Vergeleken met tarwe zit er in rode linzen 2 keer zoveel eiwit (globaal 10 gram versus 20 gram per 100 gram*) zodat je door het gebruik van rode linzencouscous minder vlees of kaas nodig hebt om aan je eiwitbehoefte te komen. Natuurlijk weet ik ook wel dat je ook met een volledig plantaardig dieet aan je eiwitten kan komen, maar voor mij werkt het om een deel van vlees of kaas te vervangen door peulvruchten. Deze linzencouscous, die ik kreeg in de foodybox, was een handig product om uit te proberen. Ik vond de couscous wel iets meer klonteren dan gewone couscous; ik kon het iets minder makkelijk weer tot losse korreltjes roeren. 

Paprika's gevuld met (linzen)couscous en feta

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - 4 paprika's)
  • 4 grote, rode paprika's (± 225 gram per stuk)
  • 200 gram (linzen)couscous
  • 1/2 theelepel zout
  • 1 eetlepel olijfolie
  • 1 ui, fijngesnipperd
  • 1 theelepel gemalen komijnzaad
  • 1 theelepel gemalen korianderzaad
  • 1 theelepel harissa
  • 1/2 ingelegde citroen, alleen de schil, fijngehakt
  • 1/3 bosje koriander, fijngehakt
  • 1/4 bosje munt, blaadjes fijngehakt
  • 100 gram feta, in kleine blokjes
Was de paprika's. Snijd het kapje er ruim af. Verwijder de zaadlijst en snijd het steeltje uit het kapje. Houd het kapje zo heel mogelijk, want daar wil je gewoon de paprika mee afdekken. Zet de paprika's in een ovenschaal en zet deze in de oven die je op 200C zet. 
Doe de linzencouscous in een kom of pan, bestrooi met het zout en giet er 2 deciliter kokend water over. Laat 5 minuten staan. 
Verhit de olie in een koekenpan en fruit de ui een paar minuten. Bak komijn, koriander en harissa even mee. Blus af met een paar lepels water, zet het vuur uit en meng citroenschil, koriander en munt erdoor. 
Schraap de korrels van de couscous los. Meng het ui-kruidenmengsel erdoor. Haal de paprika's uit de oven en vul ze met een laag couscous, wat feta, weer couscous, rest feta en dek af met nog een beetje couscous. Druk de vulling tussentijds aan. Zet de kapjes op de paprika's, en zet de paprika's nog ± 20 minuten terug in de oven tot ze gaar genoeg zijn. Als je een iets steviger paprika lekkerder vind is korter ook prima, en als je ze superzacht wilt hebben, kunnen ze nog wat langer. Je hebt dan wel een kans dat ze uit elkaar vallen. 

Erbij aten we geroosterde oranje en paarse wortel, ongeveer zoals dit recept, met een sausje van tahin en yoghurt en bestrooid met wat granaatappelpitten.

*) ik heb deze site gebruikt voor de percentages

woensdag 29 januari 2020

Blondies met gember


Snel iets lekkers bakken voor bij de koffie van het weekend. Toen ik er mee bezig was zag GZQ de gember en dat leek hem geen lekker idee. En mij leek het juist zo'n goed idee. Maar ja, flexibele moeder als ik ben liet ik de gember uit het beslag en strooide dat dan maar over de helft van de bovenkant. Dat werkte ook. En het was zeker een geslaagde combinatie. 


Blondies met gember

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - rechthoekige vorm van ± 18 bij 25 centimeter)

  • 75 gram boter
  • 125 gram witte chocolade 
  • 3 eieren
  • 100 gram suiker
  • 100 gram bloem
  • 8 gemberbolletjes (op siroop), fijn gehakt
Leg een stuk bakpapier op de bodem van de vorm. 
Ik gebruik deze chocoladedruppels. Als je een reep gebruikt, hak die dan eerst grof. Doe de boter en de chocolade in een hittebestendige kom. Hang deze op een pan met daarin een laagje bijna kokend water. Laat de boter en chocolade rustig smelten; roer pas tegen het einde. 
Klop de eieren met de suiker 1-2 minuten. Klop de bloem erdoor. Meng het boter-chocolademengsel erdoor. Meng tot slot de fijngehakte gember door het blondiebeslag. Verdeel over de vorm. 
Bak de gemberblondie in 30 minuten op 160C gaar. 

woensdag 22 januari 2020

Sushibowl met misopompoen, sojachampignons, sesamspitskool en zeewiertopping


Bij sushi denk je al snel aan de met rijst en vis gevulde zeewiervellen die opgerold worden. Dat is inderdaad een vorm van sushi maar er bestaan veel meer soorten sushi. Onder andere sushi chirashi wat eigenlijk een kom rijst met groente en/of vis bovenop is. Het woord sushi slaat op de zure rijst. En dat is ook de basis van deze sushibowl. Ik laat alleen de rijst niet afkoelen wat je normaal voor sushi wel doet. Misschien in de zomer, maar in deze tijd van het jaar heb ik echt geen zin in koude rijst. Boven op de met rijstazijn op smaak gebrachte rijst komen verschillende groenten. Het is wel handig om een brede kom te gebruiken, want anders past dat er niet allemaal bovenop. Aan het eind wordt alles bestrooid met een knapperig mengsel van zeewier. Dat zakje kreeg ik in een #foodybox een tijd geleden en dat gaf deze sushibowl wel iets extra's. 


Sushibowl met misopompoen, sojachampignons, sesamspitskool en zeewiertopping

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - 4 personen)

  • 200 gram sushirijst
  • 2,5 eetlepel rijstazijn
  • 1 eetlepel suiker
  • 1 theelepel zout
  • 1 kleine spitskool (of een halve grote) (± 500 gram)
  • 1 + 1 eetlepel koolzaadolie
  • 1 theelepel sesamolie
  • 25 gram sesamzaad (zwart en wit door elkaar)
  • 600 gram flespompoen
  • 1 eetlepel miso
  • 1 theelepel shichimi togarashi
  • 12-16 wat grotere champignons (400 gram)
  • 1 eetlepel sojasaus (kikkoman)
  • eventueel klein blikje edamameboontjes (of een handje uit de diepvries, paar minuten koken)
  • 1 zakje poke, sushi en saladsprinkle
Snijd de spitskool in 4 parten, waarbij je de stronk nog laat zitten zodat de parten zo heel mogelijk blijven. Bestrijk met koolzaadolie. Verhit een koekenpan tot heet en bak de parten spitskool op hoog vuur tot de snijvlakken bruin beginnen te worden. Keer om en laat de andere kant bruin worden. Bestrijk met sesamolie en leg op een bakplaat. Laat de parten spitskool in 20-30 minuten verder gaar worden in een oven van 190C. 
Snijd de flespompoen in plakken van ± 1,5 centimeter. Meng miso, 1 eetlepel koolzaadolie en shichimi togarishi door elkaar en bestrijk de pompoen hiermee. Leg de pompoen op een bakplaat en zet - samen met de spitskool - in de oven van 190C. Controleer na 20 minuten en laat verder garen als nodig is. Bij mij gaat pompoen de ene keer veel sneller dan de andere keer. 
Meng de hele champignons met de sojasaus en doe deze in een kleine ovenschaal en zet deze op de bodem van de oven bij de spitskool en pompoen. Laat deze gaar worden. 
Als een van de groente veel sneller gaat dan de andere, haal deze er dan tussentijds even uit en zet tegen het einde weer in de oven zodat de groente weer warm wordt. 
Terwijl de groente gaart, maak je de suhsirijst klaar. Breng rijstazijn, suiker en zout in een klein pannetje aan de kook en laat zout en suiker oplossen. 
Was de sushirijst een paar keer tot het water helder is. Kook de rijst volgens de aanwijzing op de verpakking gaar. Giet af als er nog water in de pan zit. Roer het rijstazijnmengsel door de warme rijst. 
Verdeel de warme sushirijst over brede kommen. Leg op elk een part spitskool, die je bestrooit met de sesamzaadjes. Verdeel de pompoen en champignons er ook over en eventueel de opgewarmde edamameboontjes. Bestrooi met de knapperige zeewiertopping.