maandag 30 oktober 2017

Rode linzencurry met bloemkool, spinazie en amandel


Dit was lekker. Zeker door de stukjes amandel die op het eind over de curry gestrooid worden. Ook de currysaus zelf was natuurlijk lekker: Tomaten en rode linzen met een boel Indiase specerijen. Ik pureerde alles zodat je een egale saus krijgt. Met daarin dus al een portie peulvruchten zodat je al een eind op weg bent met je eiwitcomponent van je warme maaltijd.
Deze basissaus is ook heel goed in te vriezen. Met een andere vulling heb je weer een heel ander gerecht op tafel staan. Ook als je maar met z'n tweeën bent, zou ik dus de hele hoeveelheid curry maken. Bloemkool, spinazie en amandelen pas je dan aan. De hoeveelheid van het recept was voor ongeveer 6 porties.

Ik kookte de bloemkool apart omdat je dan beter kunt controleren of de bloemkool gaar is. Ook heeft de currysaus de neiging om op de bodem van de pan een tikje aan te branden. Het vuur heel hoog zetten pakt niet zo goed uit. Roer dus geregeld en schraap over de bodem.

Rode linzencurry met bloemkool, spinazie en amandel

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis)
  • 1 ui
  • 2 teentjes knoflook
  • 3-4 centimeter gember
  • 2 kleine, pittige rode pepertjes
  • 2 theelepels zwart mosterdzaad
  • 2 theelepels kurkuma
  • 3 theelepels king masala (opmerkinge evt hindoestaanse curry kerrie)
  • 250 gram rode linzen
  • 1/2 liter water
  • 1 pak gezeefde tomaten (500 milliliter)
  • tamarinde *) (of citroensap)
  • zout
  • 1 bloemkool, in kleine roosjes (± 800 gram)
  • 400-500 gram (gewassen) spinazie
  • 100  gram amandelen, grof gehakt
Hak ui, knoflook, gember en pepertjes al wat fijner en doe ze dan in de kom van een kleine keukenmachine. Voeg mosterdzaad, kurkuma en king masala toe en een lepel olie. Pureer tot een pasta. 
Verhit een scheutje olie in een braadpan en bak hierin de pasta tot deze licht begint te kleuren. Voeg een halve liter water en de linzen toe. Roer alles goed door elkaar en breng aan de kook. Laat de linzen in ± 45 minuten gaar koken. Controleer af en toe of de linzen niet aanbakken en voeg anders nog wat extra water toe. De linzen mogen uit elkaar vallen. Voeg de gezeefde tomaten toe en pureer alles met de staafmixer tot een dikke soep/saus. Proef en voeg naar smaak tamarinde en zout toe. 
Kook ondertussen de bloemkoolroosjes in 5-10 minuten (afhankelijk van hoe groot ze zijn) beetgaar. 
Doe de spinazie in een vergiet en giet de bloemkool af over de spinazie zodat het hete water de spinazie doe slinken. 
Meng de spinazie door de linzencurry. Voeg de bloemkoolroosjes toe. Proef nogmaals. Bestrooi met de gehakte amandelen. 
Serveer met (zilvervlies)rijst. 

*) ik schreef hier hoe je tamarinde verwerkt als je uitgaat van een pasta waar nog zaden en draden inzitten. Deze keer gebruikte ik kant-en-klare, gezeefde tamarindepuree uit een potje.

donderdag 26 oktober 2017

Quinoa, zoete aardappel, rijst, olijven met Iraanse limoen


Quinoa, daar wilde ik weer eens wat lekkers mee koken. Ik vond het geen weer meer voor mijn supersalade, dus bladerde ik door mijn Ottolenghi-boeken. Daar stond een salade in van quinoa, rijst, zoete aardappel die op smaak werd gebracht met tot poeder gemalen gedroogde Iraanse limoentjes. Die laatste had ik ook nog en ook nog een halve zak wilde & witte rijst. Dus met dat recept ging ik aan de slag. Ik voegde wat toe, liet wat weg, en was ook wat flexibel met de hoeveelheden, dus het is wel iets anders geworden. Zeg maar "een beetje van mezelf en een beetje van Ottolenghi".

Quinoa, zoete aardappel, rijst, olijven met Iraanse limoen. 

  • 2 gedroogde Iraanse limoentjes
  • 2 zoete aardappels (± 750 gram)
  • 1 Spaanse peper, fijngehakt
  • 1 + 1 + 3 eetlepels neutrale olie (bijvoorbeeld koolzaad)
  • 300 gram rode en witte quinoa
  • 300 gram wilde&witte rijst
  • 1 courgette (± 350 gram)
  • 100 gram zwart olijven, ontpit en gehalveerd
  • blaadjes van 3-4 takjes salie, fijngehakt
  • 3 teentjes knoflook, in plakjes
  • blaadjes van 4-6 takjes munt, fijngehakt
  • 2 lente-uitjes, groen en wit in dunne ringen
Maal de limoen fijn in een specerijenmolen. Ik heb hiervoor een koffiebonenmolen gekocht die ik alleen voor droge specerijen gebruik. Dat werkt goed. Zeef het limoenpoeder als er nog wat grotere stukjes in zitten. Zet even apart. 
Schil de zoete aardappel en snijd ze in stukjes van zo'n 2 centimeter. Meng met 1 eetlepel olie en de Spaanse peper en rooster in de oven op 180 C in ± 30 minuten gaar. Bestrooi met een deel van het limoenpoeder en schep goed om. Proef een stukje en voeg eventueel nog wat meer toe. Het limoenpoeder smaakt vrij sterk, maar er gaat straks nog wel een flinke hoeveelheid rijst en quinoa bij, dus je moet ook niet te zuinig doen. 
Kook de quinoa volgens de aanwijzing op de verpakking. 
Kook de wilde&witte rijst volgens de aanwijzing op de verpakking.
Snijd courgette in de lengte in 6 lange repen. Verhit een grillpan. Bestrijk de courgette met wat olie en gril de courgette 2-3 minuten op elk snijvlak. Snijd daarna in kleinere stukken. 
Verwarm de 3 eetlepels zachtjes in een klein pannetje. Voeg de knoflookplakjes toe en warm verder door tot de knoflook begint te kleuren. Zet het vuur uit en voeg de salie en munt toe. 
Meng de quinoa en de rijst in een grote schaal en schep de knoflookolie erdoor. Meng de courgette, zoete aardappel en olijven erdoor. Bestrooi met de ringetjes lente-ui.  

maandag 23 oktober 2017

Risotto met cantharellen en spek


Ik vond het wel weer eens tijd worden voor risotto. Op de markt zag ik mooie (en niet al te dure) cantharellen. Gecombineerd met een heel klein beetje spek leverde dat een kom smaakvolle risotto op. 


Risotto met cantharellen en spek

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - 2 personen)
  • 1 paddenstoelenbouillonblokje
  • paar takjes tijm
  • 1 eetlepel boter
  • 1 kleine rode ui, gesnipperd (± 75 gram)
  • 1 teentje knoflook, fijngehakt
  • 1 eetlepel (koolzaad)olie
  • 160 gram rijst voor risotto 
  • 1 deciliter witte vermout
  • 3 plakjes ontbijtspek
  • 200 gram cantharellen
  • 30 gram parmezaanse kaas, fijngeraspt
Breng 0,75 liter water aan de kook met het bouillonblokje en de takjes tijm. Laat dit op laag vuur pruttelen bij het maken van de risotto zodat je steeds hete bouillon bij de hand hebt. 
Verhit in een (gietijzeren) braadpan de boter en fruit op laag vuur de ui een paar minuten tot deze glazig begint te worden. Voeg de knoflook toe en fruit 2 minuten mee. Voeg de olie en rijst toe en roer dit goed door elkaar zodat elke rijstkorrel met een filmpje olie bedekt is. Blus af met de vermout.
Voeg dan gedurende 15-20 minuten beetje bij beetje de bouillon toe en roer geregeld tot de rijst gaar is. 
Bak ondertussen in een koekenpan het ontbijtspek - zonder extra vet - uit tot het knapperig is. Breek in stukjes en leg even opzij. Veeg de cantharellen schoon en scheur ze wat kleiner. Bak ze in het spekvet 3-4 minuten. 
Meng de parmezaanse kaas, het verkruimelde spek en 3/4 van de cantharellen door de rijst. Voeg nog een beetje bouillon toe als dat nodig is. De risotto moet wel een beetje smeuïg (een tikje soepig zelfs) zijn. Schep in warme kommen en verdeel de achtergehouden cantharellen over de risotto. 

donderdag 19 oktober 2017

Taart met vanillemascarpone, hazelnoot en peer

biscuitbodem met mascarpone vanille room en peer waaiers

Speciaal voor een jarige zus vandaag een recept voor taart. 

Het idee is je van die mooie peerwaaiers bovenop je taart hebt liggen. Dus peerhelften die nog met de bovenkant aan elkaar zitten en waarvan de plakjes mooi uitwaaieren. Dat soort gepriegel is niet aan mij besteed. Dus deze taart ziet er wat minder strak uit dan zou kunnen. Maar hij was wel erg lekker, en dat vind ik eerlijk gezegd belangrijker. 

Taart met vanillemascarpone, hazelnoot en peer

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - springvorm van 22 centimeter doorsnee)
  • 4 peren
  • 4 deciliter water
  • 150 gram suiker
  • 1 kaneelstokje
  • 1 eetlepel citroensap
  • 3 eieren
  • 90 gram fijne kristalsuiker
  • snuf zout
  • 15 gram maizena
  • 75 gram zelfrijzend bakmeel
  • 50 gram fijngemalen hazelnoten
  • 50 gram gesmolten boter
  • 1+1 eetlepel perenlikeur (of hazelnootlikeur)
  • 250 gram mascarpone
  • 3 theelepel vanilleextract
  • 75 gram Griekse yoghurt
  • 30 gram suiker
  • 1 blaadje gelatine
Breng het water met de suiker, het kaneelstokje en het citroensap aan de kook. Schil ondertussen de peren en snijd ze doormidden. Haal met een scherpe theelepel (of een meloenbolletjessteker) het klokhuis eruit. Zet het vuur onder de suikersiroop laag en leg de peren in de siroop. Laat de peren op laag vuur ± 30 minuten pocheren tot ze zacht zijn. Afhankelijk van hoe rijp de peren waren kan dit wat korter of wat langer duren. Schep de peren uit de siroop en leg ze op een rooster om goed uit te lekken. Je hebt straks nog een beetje siroop nodig, maar de rest van de siroop kun je heel goed invriezen om later nog een keer te gebruiken bij het pocheren van peren of appels. Ik vind het jammer om dat weg te doen, en mijn vriezer is groot genoeg. 
Klem een vel bakpapier tussen de bodem en de rand van de springvorm. Vet de zijkanten in en bestuif met bloem. 
Klop de eieren met de suiker in ± 10 minuten tot een luchtig, bleekgeel mengsel. 
Verwarm de oven voor op 150C.
Zeef zout, maizena en bloem boven het eimengsel, bestrooi met de gemalen hazelnoten en spatel dit er voorzichtig door om zoveel mogelijk lucht in het mengsel te houden. Giet de gesmolten boter er langs de rand bij en spatel ook dit er voorzichtig door. Schep het beslag in de springvorm en bak de taartbodem volgens het volgende schema: 13 minuten op 150C, 13 minuten op 165C en 13 minuten op 175C. Laat de taartbodem eerst een half uur in de vorm afkoelen en daarna verder op een rooster. 
Maak ondertussen de vulling. Meng hiervoor de mascarpone met de Griekse yoghurt, de suiker en het vanille-extract. Zet zolang in de koelkast. 
Snijd de afgekoelde taartbodem in 2 lagen. Leg de onderste helft op een mooie schaal en besprenkel met wat perenlikeur. Schep de vulling er in het midden op en verdeel vandaar verder over de bodem. Smeer net niet tot de rand. Leg de bovenste taarthelft op de vulling. 
Week het blaadje ± 5 minuten in koud water. 
Verwarm 3 eetlepels van het pocheervocht en 1 eetlepel likeur en los hierin de gelatine op. Laat afkoelen tot het lobbig begint te worden. 
Snijd ondertussen de peerhelften als een waaier in. Verdeel de peer over de bovenkant van de taart. Bestrijk de peren met het gelatinemengsel. 

maandag 16 oktober 2017

Fazant met parelgort, gevulde uien en palmkool

Bijna elke keer als ik naar de stad fiets zie ik langs de dijk fazanten lopen. Toen GZQ nog mannetje Q was zei ik dan dat ik rozijnen aan paardenhaar ging knopen en die aan de fazanten ging voeren. Fazanten vinden rozijnen zo lekker dat ze ze naar binnen schrokken. De haar zorgt voor een kriebel in de keel die zo afleidt dat je de fazant moeiteloos kunt vangen. En vervolgens kunt slachten en opeten. Althans, zo denkt Roald Dahl erover. 

De fazant die wij aten kocht ik maar gewoon bij de Sligro, want het leek me zo'n gepriegel om een rozijn aan een paardenhaar te knopen. De fazant was doodgeschoten, want we kwamen een kogeltje tegen. Het recept komt min of meer uit de BBC GoodFood van oktober 2015.

opgebonden hele rauwe fazant
beetje lastig te zien, maar dit was de rauwe, opgebonden fazant


Het is slim om een dag eerder een ovengerecht te eten zodat je dan tegelijk de uien kunt poffen. Het is een beetje jammer van de energie om de oven alleen voor die 2 uien ruim een uur aan te hebben staan. 


Fazant met parelgort en gevulde uien

(2 personen)
  • 1 hele fazant
  • 2 hele uien, 5-6 centimeter doorsnee
  • 50 gram half om half gehakt
  • 2 jeneverbessen, fijngemalen
  • 1 klein teentje knoflook, uit de pers
  • 1 eetlepel broodkruim (of paneermeel)
  • peper, zout
  • 2 eetlepels olijfolie
  • 1 ui, gesnipperd
  • 1 pastinaak, in kleine blokjes (± 200 gram)
  • 100 gram parelgort
  • 2 deciliter cider (niet te zoet)
  • 1/2 kippenbouillonblokje
  • 3 takjes tijm
  • 100 gram palmkool
  • 1/2 theelepel citroenrasp
  • snuf nootmuskaat
  • 15 gram hazelnoten
  • 2 blaadjes salie, in dunne reepjes
  • 1 appel, in blokjes
Van de fazant gebruik je niet de lever, maag en hart, mochten die er nog bij zitten. 
Snijd de poten van de fazant. Ontbeen de pootjes. Maal het vlees fijn samen met het gehakt, de jeneverbes, het broodkruim, de knoflook en wat peper en zout. Dit is de vulling voor de uien. 
Pel de uien, maar laat ze verder heel. Pak elke ui apart in in een stuk aluminiumfolie en pof ze in ± 1 uur gaar in een oven van 150C. Laat afkoelen. 
Hol de uien met een theelepel voorzichtig uit. Zorg dat de buitenste laag heel blijft. Vul de uien met het gehaktmengsel.
Verhit 1 eetlepel olie een braadpan en braad de fazant rondom bruin. Haal uit de pan en zet even apart. 
Verwarm de oven voor op 180C. 
Doe de andere lepel olie in de pan en fruit de uisnippers een paar minuten. Voeg de pastinaak en parelgort toe en schep even om. Giet de cider erbij en laat een beetje verdampen. Voeg 600 milliliter heet water, het bouillonblokje en de takjes tijm toe. Laat op laag vuur 15 minuten pruttelen met een deksel op de pan. 
Leg de fazant in de pan en zet de gevulde uien ernaast. Bestrooi met wat peper en zout en zet de pan, met een deksel erop, 25 minuten in de oven om de fazant gaar te laten worden. 
Ris de palmkool van de nerf en snijd in dunne reepjes. Blancheer de palmkool 3 minuten en spoel dan koud. Pureer de palmkool met citroenrasp, nootmuskaat en hazelnoten. Breng op smaak met peper en zout. 
Leg de fazant op een bord en dek losjes af met folie en laat rusten. 
Zet de pan weer terug op het gas en laat op hoog vuur het vocht inkoken. Het hoeft niet droog te worden, maar moet ook geen soep zijn. Meng de appel en en salie erdoor en breng op smaak met peper en zout. 
Snijd de borst van het karkas. Schep de parelgort op warme borden, leg de fazant er half op, een gevulde ui ernaast en een schepje palmkoolpuree erbij. 

Gebruik het karkas van de fazant bij het maken van je volgende kippenbouillon. 

bron: BBC GoodFood oktober 2015

donderdag 12 oktober 2017

Doperwten en koolraap op z'n Indiaas

blokjes koolraap en doperwten met Indiase specerijen

Bij de Indiase butterchicken die ik bijna een half jaar geleden blogde, wilde ik ook een groentegerecht serveren. Alleen vlees is niet zo aan mij besteed. Een beetje inspiratieloos was ik, tot ik ineens bedacht dat je best vaak doperwten bij Indiaas eten krijgt. Authentiek of niet, dat vond ik wel een goed idee. Maar alleen doperwten zijn ook zo fantasieloos. Ik maakte er, samen met blokjes goudgele koolraap. een soort curry van.

De reden dat ik dit koolrecept nu pas blog? Omdat ik zoveel blogs in concept had staan dat het eerst april zou worden voordat dit recept aan de beurt zou zijn. In april is koolraap echter lastig of misschien wel helemaal niet te vinden. Vanaf oktober begint er weer koolraap te komen.

De chaat masala is een specerijenmengsel dat manlief uit India meenam. In Amsterdam en Rotterdam kun je het vast bij Indiaas georiënteerde winkels vinden, maar daarbuiten is dat waarschijnlijk wat moeilijk. Gebruik anders het veel beter verkrijgbare garam masala. Of maak zelf een specerijenmengsel. In de chaat masala zit: zout, munt, komijn, gedroogde mango, granaatappel, zwarte peper, gember, chili, nootmuskaat, asafoetida, zevenblad en appelzuur.


Doperwten en koolraap op z'n Indiaas

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis)
  • 1 eetlepel zonnebloemolie (of ghee)
  • 1 teentje knoflook, fijngehakt
  • 2 theelepels fijngehakte gember
  • 1/2 theelepel kurkuma
  • 1/2 theelepel zwarte peper
  • 1 theelepel chaat masala (of garam masala)
  • 500 gram koolraap (± een halve)
  • 1 deciliter kokosmelk
  • zout
  • 1 zak diepvriesdoperwten (450 gram)
Schil de koolraap en snijd in kleine blokjes, iets groter dan het formaat van doperwten. Maak ze maximaal 1 kubieke centimeter.
Verhit de olie of ghee in een hapjespan waar je een deksel bij hebt. Fruit knoflook en gember even aan. Voeg dan kurkuma, peper en chaat masala toe. Schep de blokjes koolraap erdoor. Doe er 1 deciliter water en een beetje zout bij. Doe de deksel op de pan, breng aan de kook, zet het vuur laag en laat de blokjes koolraap ± 15 minuten pruttelen. Controleer of ze nagenoeg gaar zijn, laat ze anders nog iets langer pruttelen. Als de koolraap bijna gaar is, voeg dan de kokosmelk en doperwten toe. Breng weer aan de kook en laat de doperwten in ± 5 minuten gaar worden. Proef of je er nog wat zout of peper bij wilt.

maandag 9 oktober 2017

Flodni - Hongaarse laagjestaart met appel, maanzaad, walnoot

flodni hongaars laagjesdessert appel walnoot maanzaad

Flodni. Ja, je leest het goed. Zo heet deze Hongaarse laagjestaart. Ik had ook nog nooit van flodni gehoord tot ik het septembernummer van de Foodies in handen kreeg. Het recept intrigeerde me. Omdat het recept een flinke hoeveelheid flodni oplevert, en ik vermoed dat het niet heel lang lekker blijft, besloot ik het als toetje voor een thuisafgehaald-bij-mij-thuis te maken. Om in Hongaarse sfeer te blijven, maakte ik als hoofdgerecht goulash.

Om een beetje een gevoel bij het recept te krijgen zocht ik op internet wat meer informatie over flodni. Het heeft een Hongaars-Joodse achtergrond. Omdat het bewerkelijk is, wordt het vooral gemaakt voor de grote feesten. In de flodni gaat onder andere maanzaad. Dat zie je meer terugkomen in gebak uit de Oost-Europese en Jiddische keuken. Ineens bedacht ik mij dat ik daar een authentiek Hongaars keukengadget voor heb:


hongaarse maanzaadmolen

Manlief bracht het zeker meer dan 10 jaar geleden mee uit Hongarije, en zo lang ligt het dus al in de kast. Te wachten tot ik een keer flodni zou maken. Echt snel ging het nog niet. Terwijl ik het maanzaad maalde, keek ik ondertussen maar naar een aflevering van "Koken met Van Boven". 

Bij het artikel stond de opmerking dat, omdat het nogal een bewerkelijk recept is, flodni bijna niet meer thuis wordt gemaakt. In Hongarije heb je nog gespecialiseerde Flodni-bakkers. Die zijn er niet in Nederland. Ik ben dus best trots op mezelf dat ik zelf flodni heb gemaakt. Mocht ik een keer naar Hongarije gaan, dan wil ik wel echte Hongaarse flodni proeven.


Flodni - Hongaarse laagjestaart met appel, maanzaad en walnoot

(16 stukken - ovenschaal ± 23 bij 33 centimeter )
  • 600 gram bloem
  • 75 gram poedersuiker
  • 1/2 theelepel zout
  • 250 gram niet te harde boter
  • 2 eieren (losgeklopt; houd 1 eetlepel apart)
  • 60 gram zure room
  • 75 milliliter appelsap
  • 175 milliliter water
  • 175 milliliter appelsap
  • 150 gram suiker
  • sap van 1 citroen (rasp gebruik je in de maanzaadvulling)
  • 1 kaneelstokje
  • 3 kruidnagels
  • 5 plakjes gember
  • 1,25 kilo appel
  • 150 gram maanzaad
  • rasp van 1 citroen (die van het sap van de appelvulling)
  • rasp en sap van 1 sinaasappel
  • 125 gram suiker
  • 200 milliliter appelkookvocht
  • 240 gram walnoot
  • 100 milliliter appelsap
  • 50 gram suiker
  • 1 eetlepel abrikozenlikeur
  • 50 gram vijgenjam
  • 350 gram frambozenjam
Doe voor het deeg bloem, poedersuiker, zout, boter, ei (houd 1 eetlepel achter voor het afwerken van de taart), zure room en 75 milliliter appelsap in de kom van de keukenmachine. Kneed tot een samenhangend deeg. Verdeel het deeg alvast in 5 gelijke delen, verpak in folie of een lege zak van brood, en leg minimaal 2 uur in de koelkast. 
Breng voor de appelvulling water, 175 milliliter appelsap, suiker, citroensap, kaneelstokje, kruidnagel en gember aan de kook. Laat de suiker oplossen. Schil de appels, snijd in kwarten, verwijder het klokhuis en snijd elk kwart in dunne plakjes. Kook de appelplakjes 2-3 minuten in de suikersiroop. Dit moet in gedeelten gezien de hoeveelheid appelplakjes en vocht. Schep de appelplakjes met een schuimspaan uit de siroop in een kom. Laat afkoelen. 
Maal voor de maanzaadvulling het maanzaad fijn. Ik gebruikte hiervoor dus mijn maanzaadmolentje. Nadia gebruikt een vijzel. Beide is veel werk, dus misschien dat een ander apparaat sneller is. Of een keukenmachine werkt, weet ik niet. Ik las over negatieve ervaringen. Breng 200 milliliter van het appelkookvocht, citroenrasp, schil en rasp van de sinaasappel, en 125 gram suiker aan de kook en roer tot de suiker oplost. Roer het gemalen maanzaad erdoor. Laat afkoelen. 
Maal voor de walnootvulling de walnoten fijn. Breng 100 milliliter appelsap, abrikozenlikeur, 50 gram suiker aan de kook. Roer zodat de suiker oplost. Roer de gemalen walnoten en de vijgenjam erdoor. Laat afkoelen. 
Haal het deeg ± 30 minuten voordat je de flodni gaat vormen uit de koelkast zodat het gemakkelijker uitrolt.
Bekleed de bodem en de zijkanten van de vorm met bakpapier. 
Bestrooi je werkvlak met wat bloem. Rol 1 stuk deeg uit tot het zo groot is als de bodem van de vorm. Leg in de vorm. Verdeel hierover de walnootvulling. 
Verwarm de oven voor op 170C.
Rol het volgende stuk deeg uit en leg op de walnootvulling. Verdeel hierover de maanzaadvulling. Rol het volgende stuk deeg uit en leg op de maanzaadvulling. Strijk hier de frambozenjam over uit. Rol het vierde stuk deeg uit en leg op de frambozenvulling. Verdeel hierover de appelvulling. Rol het laatste stuk deeg uit en dek de appelvulling hier mee af. Bestrijk de bovenste plak deeg met het achtergehouden losgeklopte ei. 
Bak de flodni eerst een uur op 170C. Verhoog de temperatuur dan tot 180C en bak nog 3 kwartier. Laat helemaal afkoelen voordat je de flodni in stukken snijdt. Bak de flodni het liefst de dag voordat je 'm wilt eten. 

(bron: recept van Nadia Zerouali in Foodies september 2017, maar ik paste best wel het een en ander aan in de ingrediënten en hoeveelheden omdat dat beter aansloot bij wat ik in huis had (niet zo authentiek verving ik de witte wijn door appelsap) en in wat voor vorm ik de flodni maakte)

donderdag 5 oktober 2017

Burrata met geroosterde druiven, walnoot en waterkers

geroosterde druiven waterkers walnoot burrata

In Nopi, het kookboek van Ottolenghi en Scully met daarin recepten van restaurant Nopi, staat een -zeker voor dat boek - simpel recept van burrata (een soort mozzarella met een romige kern) met bloedsinaasappel, korianderzaad en lavendelolie. Dat gerecht heb ik heel wat keren voorbij zien komen op diverse social media. Vlak voor de zomer maakte ik een eigen variant met onder andere witte perzik, want bloedsinaasappel is maar heel kort te verkrijgen. Volgens mij ook met tijm en nog iets anders, maar dat weet ik niet meer. Ik dacht ook dat ik dat wel geblogd had, maar niet dus. Een week of wat geleden maakte ik weer een simpel voorgerecht met burrata. Iets groens, iets fruitigs, en iets knapperigs erbij en dan heb je een erg lekker voorgerecht. 

Burrata met geroosterde druiven, walnoot en waterkers

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis)
  • 300 gram rode, pitloze druiven
  • 1 theelepel neutrale olie
  • 8 walnoten
  • grote hand waterkers
  • 1 eetlepel walnootolie 
  • 1 theelepel notenazijn
  • peper, zout
  • 1 burrata
Haal de druiven van de steeltjes en doe ze in een ovenschaal. Besprenkel met de olie en schud de schaal even heen en weer zodat de druiven door de olie rollen. Rooster de druiven 30 minuten op 180-200C. (Dit kun je ook een dag van tevoren als je toch ook wat anders in de oven hebt staan.)
Kraak de walnoten en peuter ze uit de schil. Breek in kleine stukjes. (Of gebruik walnoten uit een zakje die al gekraakt zijn.)
Verdeel de waterkers in korte stukjes en verwijder te dikke, stugge steeltjes. 
Klop de walnootolie en notenazijn met wat peper en zout tot een dressing. 
Schep de waterkers en walnoten bij de druiven in de schaal en meng de dressing erdoor. Verdeel over 2 borden. Scheur de burrata voorzichtig in 2 delen en leg op elk bord een helft burrata. (Burrata heeft een romige kern van bijna vloeibare room. Als je bang bent dat het verdelen niet netjes gebeurt, kun je ook samen van 1 groot bord eten en de burrata in het midden liggen. )

maandag 2 oktober 2017

Griesmeelcake met amandel, gepocheerde kweepeer en mascarponecrème,

Cake van griesmeel en amandel met gepocheerde kweepeer en mascarpone

Deze is al weer van heel wat maanden geleden. Ik maakte deze amandelcake met kweepeer als toetje bij de eerste "thuisafgehaald-bij-mij-thuis" van dit jaar. Die avond had Marokkaanse invloeden. Ik maakte onder andere bestilla, de pastei met kip en amandel. Verder moghrabieh, ook al is dat meer Libanees. Maar ik vind het van die mooie balletjes.

Omdat ik nog zoveel andere recepten te bloggen had, is deze wat naar achter geschoven. Tegen de tijd dat dit recept aan de buurt was, zouden er maar heel moeilijk kweeperen te vinden zijn. Dan is het niet zo zinvol om daar een blogpost aan te wijden. Nu zijn we inmiddels in oktober aangekomen en beginnen de kweeperen weer van de boom te komen. 

Het recept is voor een toetje voor 16 mensen omdat er nu eenmaal zoveel mensen aan tafel zaten. Ik denk dat jij meestal met minder mensen aan tafel zit, maar het is ook lekker bij de koffie. 

De zoete siroop die overblijft moet je niet wegdoen. Vul 'm aan met (prik)water voor een exclusieve smaak limonade.


Griesmeelcake met amandel, gepocheerde kweepeer en mascarponecrème

(16 porties - recept van bijnanetzolekkeralsthuis)
  • 750 gram kweeperen
  • 1 liter water
  • 100 gram suiker
  • 2 kaneelstokjes
  • 4 steranijs
  • 10 gekneusde kardemompeulen
  • 150 gram boter
  • 100 gram zonnebloemolie
  • 250 gram suiker
  • 5 eieren
  • 100 gram gemalen amandelen
  • 175 gram griesmeel
  • snuf zout
  • 300 gram Griekse yoghurt
  • 250 gram mascarpone
  • beetje honing naar smaak
  • pitten van 1 granaatappel

Doe het water in een pan. Schil de kweeperen en doe de schillen in het water. Snijd (met een groot mes; hakken werkt beter dan snijden) de kweeperen in kwarten en vervolgens elke kwart in 2-3 parten. Verwijder het klokhuis. Ik gebruikte hiervoor mijn meloenbolletjessteker. Doe de klokhuizen ook in de pan. Breng aan de kook en laat een kwartiertje pruttelen. Schep dan met een schuimspaan de schillen en klokhuizen eruit. Die hebben nu een deel van hun pectine in het water achtergelaten waardoor je siroop dikker wordt. 
Los de suiker in het hete water op en voeg de kaneelstokjes, de steranijs en de kardemom toe. 
Doe de kweepeerparten in de siroop en laat deze pruttelen tot ze zacht zijn, maar nog wel hun vorm hebben. Afhankelijk van het ras duurt dit 15-60 minuten. Controleer geregeld. 
Schep de kweepeer in een kom en laat de siroop inkoken tot je zo'n 3 deciliter over hebt. Giet de siroop ook in de kom en laat afkoelen. 

Leg een stuk bakpapier op de bodem van een rechthoekige vorm van ± 20 bij 30 centimeter. Een lasagneschaal kan ook. 
Klop de boter met de suiker tot een romig geheel. Klop 1 voor 1 de eieren erdoor. Meng voorzichtig de olie door het beslag. Meng als laatste het griesmeel, de amandelen en een snuf zout erdoor. Schep het beslag in de vorm en strijk de bovenkant glad. Bak de amandelcake in ± 40 minuten op 175C gaar. Laat in de vorm afkoelen. 

Roer de Griekse yoghurt los met de mascarpone en voeg een beetje honing naar smaak toe. Heel zoet hoeft het niet te zijn, want de kweepeersiroop is ook zoet. 

Snijd de cake in 16 stukken. Leg elk stuk op een bordje. Besprenkel met wat siroop. Leg er 2-3 parten kweepeer naast. Schep een er lepeltje crème op. Bestrooi met wat granaatappelpitten.