zaterdag 29 mei 2010

Spinazietortilla

Weer een variant op de basistortilla van aardappel en ui. Deze keer met spinazie en tomaat. Mannetje Q vond deze combinatie niet zo geslaagd. Ik wel.


Spinazietortilla 

(1-2 personen)
  • 300 gram aardappels
  • 1 ui, in ringen
  • 3 eetlepels olijfolie
  • 300 gram verse spinazie
  • 1 teentje knoflook
  • zout, peper
  • 3 eieren 
  • 5 el melk
  • 20 gram boter
  • 3 kleine tomaten, in plakken 
Schil de aardappels. Snijd ze in schijfjes en kook deze 4 minuten voor in een laagje water. Giet af en laat ze afkoelen. 
Verhit 1 eetlepel olie in een koekenpan. Laat op laag vuur de uiringen glazig worden. Dit duurt 10-15 minuten. 
Was eventueel de spinazie en slinger droog in een slacentrifuge. 
Haal de uiringen uit de pan en laat hierin, in gedeelten, de spinazie op hoog vuur slinken. Breng op smaak met een beetje peper en zout. Schep uit de pan.
Klop de eieren los met de melk, wat peper en zout en het uitgeperste teentje knoflook.
Laat de rest van olie met de boter heet worden en giet een dun laagje eimengsel in de pan. Zet het vuur laag en verdeel eerst de aardappelplakjes erover, dan de uiringen, dan de spinazie en als laatste de tomaatplakken. Giet het resterend eimengsel erover. Leg een deksel op de pan en laat de tortilla in 15-20 minuten gaar worden. 

vrijdag 28 mei 2010

Gegrilde inktvis met pittige saus

Ik kwam tot de ontdekking dat ik nog niet alle recepten van het Turkse buffet op mijn blog had gezet. Dus hier komt er weer een.

Het recept voor de saus is gebaseerd op de pittige rode-chilipeperpasta uit Turquoise van Greg en Lucy Malouf. Eigenlijk is het een dipsaus, maar ik dacht dat het ook goed zou combineren met gegrilde inktvis. Inktvis smaakt van zichzelf redelijk neutraal. Je moet de inktvis net lang genoeg grillen om precies gaar te worden, anders wordt het rubberachtig.

De volgende keer als ik inktvis klaarmaak, zal ik van het schoonmaken foto´s maken en die ook op mijn blog zetten.


Gegrilde inktvis met pittige saus

  • 1 kilo kleine pijlinktvis, vuil gewicht
  • peper, zout, wat olie
  • 2 rode paprika´s
  • 2 rode chilipepers
  • 1/2 theelepel sumakpoeder
  • 2 eetlepels fijngesneden verse munt
  • 1/4 komkommer, zonder zaad, in blokjes 
  • 2 eetlepels olijfolie
  • 2 eetlepels citroensap
Saus
Verwarm de oven (indien aanwezig met grillelement) voor op 200C. Wrijf de paprika en pepers in met een heel klein beetje olie. Leg ze op een bakplaat 15-30 minuten in de hete oven. Draai ze af en toe. Het is de bedoeling dat de schil zwart blakert. Waarschijnlijk zijn de chilipepers eerder klaar. Leg ze in een kom, dek af met plastic folie en laat 10 minuten staan. Verwijder de velletjes en zaadjes, maar zorg dat je zoveel mogelijk van het vocht (dat geeft extra smaak) bewaart. Doe het vruchtvlees en vocht in de kom van een blender. 
Was je handen goed, zodat alle peperrestjes weg zijn. Als je in je ogen wrijft terwijl er nog wat peperrestjes aan zitten, is dat niet fijn. 
Voeg de rest van de ingrediënten toe aan het paprikapepermengsel en mix alles fijn tot een gladde puree.  Proef of er nog zout of citroensap bij moet. Als de saus heel erg pittig is, kun je ´m ook vlak voor gebruik een beetje verdunnen met wat water. Bewaar de saus tot gebruik afgedekt in de koelkast. De saus kun je tot 2 dagen van tevoren maken. 
Inktvis
Maak de inktvis schoon. Trek/wrijf hiervoor het grijzige vel er van onderen naar de kop toe af. Rek de zak wat open en trek voorzichtig kop, ingewanden en tentakels uit de zak. Snijd de ingewanden van de tentakels af en gooi deze weg. De tentakels kun je wel gebruiken. In de zak zit een soort harde pen, de ruggengraat. Trek deze er voorzichtig uit. 
Snijd de zakjes in de lengte aan één kant open zodat je een soort vierkant krijgt. Kerf dit met een scherp mesje voorzichtig kruislings in. Bestrooi met een klein beetje peper en zout. 
Verhit een grillpan tot gloeiend heet. Bestrijk met een beetje olie en gril de inktvis 1 minuut aan elke kant. Leg op een voorverwarmde schaal en bedruppel met de pittige saus. 

donderdag 27 mei 2010

Pasta met pesto

Het commentaar van manlief: "dit is de lekkerste pasta met pesto die ik ooit heb gegeten". En dat is niet omdat hij dit nog nooit eerder heeft gegeten. Pasta met pesto is geregeld een keuze van hem op zakenreis omdat hij niet altijd zin heeft in vlees of vis en dan is dit een (meestal) een lekkere keuze. Dus in vergelijking met de restaurants heb ik het goed gedaan. Wat ik me dan wel weer afvraag, is of het de andere keren dat ik het gemaakt heb (ok, dat is een paar jaar geleden) dan niet zo lekker was.


In het recept hieronder maak ik het pastadeeg met de hand. Meestal maak ik een grotere hoeveelheid en gebruik de kneedoptie van mijn broodbakmachine. Op het eind kneed ik het dan nog met hand door. Het deel dat ik niet direct nodig heb, vries ik in porties van 100 gram in.


Pasta met pesto

(2 personen)
  • 200 gram pastabloem
  • 2 eieren
  • 20 gram pijnboompitten, geroosterd
  • 1 teentje knoflook
  • 40 gram basilicum
  • 25 gram parmezaanse kaas, fijn geraspt
  • 0,75-1 dl olijfolie extra vergine
Maak een bergje van de pastabloem. Maak hierin een kuiltje en breek de eieren hierin. Roer met een vork beetje bij beetje de bloem door het ei. Als het redelijk gemengd is ga dan verder met je handen. Kneed het deeg 10 minuten. Laat het afgedekt een uur rusten. Verdeel het deeg in drieën. Rol het met de pastamachine uit tot lappen en draai er dan tagliatelle van. Hang tot gebruik aan bijvoorbeeld een droogrekje voor de was. 
Maak, terwijl je het water voor de pasta aan de kook brengt, de pesto. Hak in een kleine keukenmachine de basilicum, pijnboompitten en teentje knoflook fijn. Als je zeker wilt zijn dat de knoflook goed verdeeld wordt, kun je deze alvast uitgeperst toevoegen. Voeg beetje bij beetje de kaas toe. Voeg als laatste de olijfolie toe totdat je een egale, smeuïge saus hebt. 
Kook de pasta in 2 minuten gaar. Giet de pasta af en vang wat kookwater op. Roer dit door de pesto zodat de pesto wat vloeibaarder wordt. Doe de pasta in een warme schaal of terug in de pan en roer de pesto erdoor. 

maandag 24 mei 2010

Pistachetaart

Ooit heb ik als vakantiewerk in een ijssalon gewerkt. Daar was het pistacheijs ook niet de kleur "pistachegroen" die het in de ogen van de meeste mensen zou moeten hebben. We kregen daar dan ook geregeld vragen of opmerkingen over. Dat ijs was trouwens wel erg lekker. 


Deze taart is wel de "verkeerde" kleur. En eigenlijk heb ik ´m alleen maar vanwege de kleur gemaakt. Niet dat pistachenoten niet lekker zijn, maar soms is het gewoon leuk om eten te maken met een afwijkende kleur. Ik heb een pakje saroma gebruikt, en dat vond ik niet groen genoeg, dus ik heb er nog wat extra levensmiddelenkleurstof doorheen gedaan. Maar dat hoeft natuurlijk niet.

Aanvulling: mijn pakje saroma was een beetje over de datum. Inmiddels is de smaak pistache uit het assortiment genomen. Dus wie weet een alternatief?


Pistachekwarktaart

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis)
(springvorm doorsnee 23 cm)
  • 125 gram mariabiscuitjes
  • 75 gram harde margarine of boter
  • 50 gram pure chocolade
  • 2 dl slagroom
  • 20 gram suiker
  • 500 gram kwark
  • 1 pakje saroma, pistachesmaak
  • 1,5 blaadje witte gelatine
  • 1 el citroenlimonadesiroop
  • 25 gram pistachenoten
  • 2 blokjes pure chocolade
Smelt de margarine of boter in een pannetje maar laat deze niet bruin worden. Verkruimel de biscuitjes heel fijn. Roer de boter en de kruimels door elkaar en bedek de bodem van de vorm hiermee. Laat opstijven in de koelkast.
Doe de chocolade in stukjes in een kommetje. Zet dit kommetje in een laagje water in een pannetje en breng het water bijna aan de kook. Zet het vuur uit en laat de chocolade smelten. Bestrijk de bodem van de taart met de gesmolten chocolade. Zet minimaal een half uur in de koelkast om hard te laten worden.  
Week de gelatine ongeveer 5 minuten in koud water.
Klop ondertussen de slagroom stijf met de suiker. Voeg de kwark en het saromapoeder toe. Klop dit door elkaar. 
Verwarm de limonadesiroop met een lepel water en los hierin de uitgeknepen gelatine in op. Roer dit goed door het slagroomkwarkmengsel. Schep de pudding op de bodem. Laat minimaal een uur opstijven in de koelkast. 
Versier de bovenkant van de taart met de pistachenoten en lijntjes van gesmolten chocolade. Doe hiervoor de 2 blokjes chocolade in een plastic boterhamzakje. Knoop dit dicht. Leg het in een pannetje met bijna kokend water en laat de chocolade smelten. Knijp alles naar een kant en knip een heel klein gaatje in het zakje. Spuit hiermee een versiering op de taart. 

zaterdag 22 mei 2010

Tiramisu

Dit is het favoriete toetje van mannetje Q. Na wat uitproberen heb ik mijn recept gevonden. En wel hier. Ik gebruik trouwens meestal 2 eidooiers (zie ook "mijn" recept), en dat is ook lekker. Tuurlijk zijn er genoeg andere dingen te verzinnen met overgebleven eiwit, maar dat komt vaak niet uit. Het blog waar ik naar verwijs, lees ik geregeld. Leuke, niet al te lange stukjes over allerhande zaken die met eten, zowel het werkwoord als het zelfstandig naamwoord, te maken hebben. En dus af en toe een lekker recept. Dank meneer de eetschrijver.

Het recept vraagt om espresso. Een espressoapparaat heb ik niet, maar speciaal voor de tiramisu heb ik een potje oploskoffie in huis, zodat ik snel sterkere koffie kan maken. Waarschijnlijk een gruwel in het oog van een koffieliefhebber: gevraagd: een espresso, gekregen: een bakje oploskoffie. Maar wel praktisch.

Mijn lasagneschaal is voor deze hoeveelheid precies goed om 2 laagjes te maken. En de tiramisu is inderdaad het lekkerst als je ´m de avond van tevoren maakt. Maar ik doop de lange vingers toch lekker "gewoon" met de onderkant in de koffie, in plaats van ze met de plantenspuit te besproeien.



Tiramisu 
(6-8 personen)
  • 2 eierdooiers
  • 100 gram witte basterdsuiker
  • 4-6 eetlepels amaretto
  • 250 gram mascarpone
  • 2 eiwitten
  • 250 ml sterke koffie
  • 200 gram lange vingers
  • cacao of geraspte chocolade 
Klop de eierdooiers met de basterdsuiker schuimig. Roer de amaretto erdoor. Klop de mascarpone erdoor tot je een gelijkmatige vla hebt. Klop in een andere kom de eiwitten stijf en spatel deze door de vla.
Doe de koffie in een diep bord en doop de lange vingers (met de onderkant) hier 1 voor 1 in. Bedek de bodem van een rechthoekige lage schaal met in koffie gedoopte lange vingers; de gesuikerde kant naar boven. Strijk hierop de helft van de vla uit. Leg hierop weer een laag koffie-lange vingers. Bestrijk met de andere helft van de vla. Bestrooi met geraspte chocolade. Als je cacao gebruikt, dan kun je dat het beste er pas vlak voor het serveren overheen strooien. 

vrijdag 21 mei 2010

Risotto met groene asperges

Er waren nog een paar groene asperges over en daar heb ik risotto mee gemaakt. Met telkens een andere groente heb je elke keer een ander gerecht dat ik erg lekker vind. Mannetje Q vindt rijst niet zo lekker, en de parmezaanse kaas is ook niet zijn keus. Soms krijgt hij wat anders, en soms moet hij wel mee-eten. Maar dan schep ik voordat ik de parmezaanse kaas toevoeg een schep risotto uit de pan en roer daar "gewone" kaas door.


Risotto met groene asperges

(2 personen)
afbeelding-risotto-groene-asperges
  • 1/2 ui, fijngesnipperd
  • 1 teentje knoflook
  • 2 eetlepels olijfolie
  • 150 gram risottorijst
  • scheut witte vermouth
  • 200 gram groene asperges in dunne plakjes, punten apart
  • 750 milliliter hete groentebouillon
  • peper
  • blaadjes van een paar takjes verse tijm
  • 50 gram fijngeraspte parmezaanse kaas
Verhit 1 el olie in een braadpan. Fruit de ui aan, en laat even op laag vuur smoren. Pers het teentje knoflook erboven uit en laat even meebakken. Voeg dan de andere lepel olie toe. Voeg de rijst toe en schep goed om zodat elke korrel bedekt is met een filmpje olie. Giet dan de scheut vermouth erbij en laat deze verdampen. Doe de bouillon in een pan en laat deze op het kleinste pitje goed heet blijven. Kook de aspergepunten hierin, tijdens het maken van risotto in 3-4 minuten beetgaar. 
Voeg dan, onder heel geregeld roeren, beetje bij beetje de bouillon toe. Laat de rijst op deze manier gaar worden. Misschien heb je niet alles nodig. Dat duurt - afhankelijk van de soort rijst die je gebruikt - zeker 15 minuten. Voeg na 10 minuten roeren de tijm en de plakjes groene asperge toe zodat deze mee gaar worden.
Schep als de rijst gaar is de kaas erdoor. De risotto moet smeuiig blijven.

donderdag 20 mei 2010

Mihoen met groene asperges en zalm

Afgelopen weekend waren we bij vrienden die een moestuin hebben. Bij het eten daar hadden we al lekkere spinazie en sla uit hun tuin, maar we kregen ook nog groene asperges mee. Lekker. Ik heb er een oosterse draai aan gegeven.


Mihoen met groene asperges en zalm

(2 personen)
  • 3 eetlepels gembersiroop
  • 3 eetlepels ketjap
  • 1 theelepel sambal
  • 200 gram zalmfilet
  • 400 gram groene asperges 
  • 150 gram mihoen 
  • 1/2 gele paprika, in reepjes
  • 1 eetlepel zonnebloemolie
  • 1 centimeter verse gemberwortel, fijngeraspt
  • 1 teentje knoflook
Roer in een kommetje de gembersiroop, ketjap en sambal door elkaar. Bestrijk de zalmfilet met de marinade en bewaar de rest. 
Maak de groene asperges schoon. In principe hoef je deze niet te schillen, maar controleer het onderste gedeelte. Dat kan houtig zijn. Als dat het geval is, verwijder het houtige gedeelte. Snijd de asperges in schuine stukken van ongeveer 2 cm lang. Kook deze 2 minuten voor. 
Gebruik hetzelfde water om de mihoen klaar te maken. Laat uitlekken in een zeef en bewaar hierin tot gebruik. 
De volgende 2 stappen (mihoen en zalm) moet grotendeels tegelijkertijd doen:
Verhit in een wok de olie en bak gember en knoflook heel even. Voeg de paprikareepjes en aspergestukjes toe. Bak - onder voortdurend omscheppen - 5 minuten. Voeg dan de mihoen toe en laat deze warm worden. Voor het toevoegen van de mihoen, kun je deze eventueel wat kleiner snijden en even onder de kraan houden om weer los te worden. Roer als laatste het restant van de marinade erdoor. 
Verhit een grillpan op hoog vuur totdat deze goed heet is. Leg de zalm erin en gril elke kant 2-3 minuten, afhankelijk van hoe dik de zalm is.  Serveer de zalm bovenop de mihoen.