zondag 24 april 2016

Havermoutkoekjes (foodblogswap)

Vorige maand sloeg ik even over, maar deze maand deed ik weer mee met de foodblogswap. Alle foodbloggers die meedoen koken hierbij van een ander aan jou toegewezen blog. Koekiesenzo maakt van mijn blog iets, en ik maakte iets van de blog van Marjan, www.foodiemarjan.nl. Omdat het meivakantie is, vond ik het wel handig om iets lekkers voor onderweg te maken. Ik koos voor deze makkelijke havermoutkoekjes. Een deel van de rozijnen verving ik door geraspte kokos en ik maakte maar de helft van het recept. 




Havermoutkoekjes

(8-10 koekjes)

  • 50 gram rozijnen
  • 65 gram havermout
  • snuf zout
  • 1/2 theelepel baking soda
  • 20 gram volkorenmeel
  • 1 eetlepel bruine basterdsuiker
  • 20 gram geraspte kokos
  • 50 milliliter water
  • 1 eetlepel kokosolie (of roomboter)
  • paar druppels citroensap
Doe de rozijnen in een kommetje met lauw water en laat minimaal een uur wellen. Dit voorkomt dat de rozijnen (te erg) verbranden. 
Meng alle droge ingrediënten (havermout tot en met kokos) in een kom door elkaar. 
Warm water, kokosolie en citroensap op in een klein pannetje of in de magnetron tot de kokosolie gesmolten is. Roer dit met een vork door de droge ingrediënten tot een samenhangend geheel. Laat de rozijnen uitlekken, dep droog en meng ze door het deeg. 
Bekleed een bakplaat met bakpapier. Vorm met je handen balletjes (± bitterbalgrootte) van het deeg en duw ze op de bakplaat plat.
Bak de havermoutkoekjes op 180C in 20 minuten gaar. Laat afkoelen op de bakplaat. Als ze warm zijn vallen ze snel uit elkaar. 

donderdag 21 april 2016

Hele camembert in bladerdeeg met membrillo

Alweer even geleden ontving ik weer een leuk pakket:


In deze foodybox zat onder andere een rol vers bladerdeeg van Tante Fanny. Meestal gebruik ik plakjes uit de diepvries, want dat is lekker makkelijk om op voorraad te hebben. Met deze lap aan een stuk wilde ik wel iets maken waar het handig is dat het bladerdeeg al een grote lap is. Natuurlijk kun je ook plakjes op elkaar leggen en dan uitrollen, maar dan lukt het mij niet altijd om de lap ook mooi gelijkmatig te krijgen. 
Bij het bladeren in de BBC GoodFood viel mijn oog op een foto van een mooi bladerdeeggerecht. Daar als aanprijzing bij een quince jelly. Omdat ik nog steeds membrillo op voorraad heb, en het me gewoon een lekkere combinatie leek, maakte ik ook een mooi pakketje van camembert in bladerdeeg. Erbij een simpele salade van veldsla met kort ingelegde rode ui als zuur en pittig contrast bij het zoete van de kweepeer. 


Hele camembert in bladerdeeg met membrillo

(2-3 personen)

  • 1 rol vers bladerdeeg (270 gram)
  • 1 hele camembert (240 gram)
  • ± 40 gram membrillo
  • beetje losgeklopt ei (of melk)
  • 1 kleine rode ui, in flinterdunne halve ringen
  • 1 eetlepel (witte) balsamicoazijn
  • snufje zout
  • 1 klein appeltje, in dunne schijfjes
  • iets citroensap
  • 75 gram veldsla, worteltjes eraf
Verwarm de oven voor op 190C. 
Halveer het bladerdeeg over de korte kant. Rol 1 stuk een klein beetje verder uit. Laat het andere stuk gewoon op het bakpapier zitten, maar knip het teveel aan bakpapier weg. 
Leg de camembert op het bladerdeeg. Snijd de membrillo in dunne plakjes en bedek de bovenkant van de camembert ermee. Dek af met het iets uitgerolde stuk bladerdeeg. Duw de randen tegen elkaar met een vork. Bestrijk de bovenkant van het bladerdeeg met wat losgeklopt ei (of melk). Bak de camembert in bladerdeeg in ± 30 minuten gaar en bruin.
Doe de ui met de azijn, een lepel water en een snuf zout in een kommetje. Warm even op in de magnetron en laat staan tot de camembert klaar is. Meng de appelschijfjes met iets citroensap om verkleuren te voorkomen. Meng op het laatste moment de appel en veldsla met de rode ui in een grote kom. 

dinsdag 19 april 2016

Parelgort, bospeen, venkel, feta en pompoenpitten

Dit gerecht is gebaseerd op een recept uit de BBC GoodFood van maart 2016. Bij mij zag het er gewoon bijna hetzelfde uit als op de foto daar. Heel soms kan ik dat, een gerecht op het bord in het receptenmagazine laten lijken. Nu werd het in dit geval ook bestempeld als een "rustic salad", dus dan hoeft het niet zo gelikt te zijn. Ik denk dat ik wel een fan ben van rustic eten...


't Was ook erg lekker. De parelgort moest volgens de verpakking 50-55 minuten koken. Ik heb het op de helft gehouden, dat was lekker. Ik ben bang dat het anders gortepap was geworden. Niet zo lekker. 

Parelgort, bospeen, venkel, feta en pompoenpitten


  • 1 bos peen (± 600 gram)
  • 1 grote venkelknol (±350 gram)
  • 150 gram sjalotten
  • 4 teentjes knoflook, ongepeld
  • 1 theelepel venkelzaad
  • peper, zout
  • 1+2 eetlepels olijfolie
  • 250 gram parelgort
  • 1/2 groentebouillonblokje
  • sap van 1/2 citroen
  • 1/4 bosje dille
  • 200 gram feta / witte kaas
  • 25 gram pompoenpitten
  • 25 gram zonnebloempitten
Boen de peen schoon. Snijd in schuine stukjes van zo'n 3 centimeter lang. 
Was de venkel. Snijd de stengels in dunne plakjes. Halveer de venkelknol dan in lengte en snijd de helften in grote boogjes. 
Pel de sjalotten, snijd over de lengte doormidden en elke helft in 2-4 partjes, afhankelijk van de grootte van de sjalotten. 
Meng de bospeen, venkel, sjalotten, knoflook, venkelzaad, peper en zout naar smaak en 1 eetlepel olie in een grote ovenschaal door elkaar. Zet in een oven van 180C en gaar de groente in 30-40 minuten. 
Breng ondertussen 750 milliliter water, de parelgort en het halve bouillonblokje aan de kook. Zet het vuur laag en laat 20-25 minuten koken tot de parelgort beetgaar is. Giet af. 
Meng 2 eetlepels olijfolie met het citroensap en wat peper en zout naar smaak. Meng de dressing door de warme parelgort.
Hak de dille fijn, houd een paar mooie topjes apart. Meng de gehakte dille door de parelgort.
Rooster de zonnebloem- en pompoenpitten in een droge koekenpan tot ze beginne te kleuren. Schep op een bord. 
Meng de peen, venkel en sjalot door de parelgort. Schep terug in de ovenschaal. Verkruimel de feta erboven. Bestrooi met pitten en garneer met de achtergehouden topjes dille. 

maandag 18 april 2016

Weekmenu

In het weekmenu van deze week iets nieuws: gnocchi. Dat zijn een soort deegkussentjes gemaakt van een deeg van deels aardappel en deels bloem. Een soort pasta dus. Ik heb ze wel eens zelf gemaakt in een pompoenvariant en die was geslaagd. Maar ook wel eens met aardappels en die vielen uit elkaar. Op vakantie in Italie hebben we ze wel eens kant-en-klaar gekocht en dat beviel best, dus toen ze mij ineens hier ook opvielen, probeerde ik ze weer eens. Sindsdien eten we ook af en toe gnocchi. 


Weekmenu

  • Ketjapkip met paksoi
  • Ik was net bij de Lidl, en daar is de begin van de week-aanbieding spinazie. Dus je kunt ook voor de eiercurry gaan. 
  • Gekookte aardappels, witlof en verse worst. Nu is witlof een redelijk natte groente, dus ook al is het dan jus, je kunt er wel een prakje mee maken. Wil je wel iets van jus, dan kun je natuurlijk een zakje gebruiken, maar je kunt ook met de verse worst een ui in halve ringen meebakken en een bakje champignons. Daar doe je dan beker water bij, flink wat peper en misschien een 1/4-1/2 paddenstoelbouillonblokje. Wat je overhoudt, kan bij de andere keer AGV. 
  • Zak roerbaxmix even aanbakken, een blikje tomatenpuree, wat koriander, komijn en iets pittigs erbij, een scheut water en een blik kidneybonen. Hier tortilla's mee vullen en eventueel met nog wat geraspte kaas bestrooien en onder de grill zetten. 
  • Nog een keer AGV deze week: gekookte aardappels, bospeen en nog een keer verse worst. Of je maakt er vissticks bij. 
  • Gnocchi met tomaat en geitenkaas en italiaanse roerbakmix. Koop een basilicumplantje en gebruik een deel van de blaadjes in dit pastagerecht Als je er een beetje goed voor zorgt, kun je daar een paar keer net je pasta wat mee opfleuren. 

Gnocchi met tomaat en geitenkaas
  • 1/2 pak gnocchi
  • 400 gram italiaanse roerbakmix
  • 5 tomaten, in stukjes
  • ± 150 gram zachte geitenkaas
  • blaadjes basilicum
  • zwarte peper uit de molen
  • wat basilicumazijn
In dit recept zit extra veel groente zodat je aan een half pak gnocchi genoeg zou moeten hebben. De rest kun je ongekookt invriezen en voor een andere keer bewaren. Als je minder saus/vulling gebruikt, is een pak gnocchi genoeg voor 3 personen. 

Verwarm de oven of grill voor op 180C.
Breng water met wat zout aan de kook. Kook de roerbaxmix 2-3 minuten in het water en schep met een zeef of schuimspaan uit het water en doe in een ovenschaal. Doe de stukjes tomaat erbij, bestrooi flink met peper en druppel er een klein beetje azijn over. 
Kook ondertussen de gnocchi ook in het water. Je kunt ze eruit scheppen als ze boven komen drijven. Dat duurt ongeveer 2 minuten. Meng ze door de groente in de ovenschaal. Bestrooi met basilicum en verkruimel de geitenkaas erover. Laat nog even goed heet worden in de oven en laat de kaas smelten en misschien een licht korstje krijgen. 

zaterdag 16 april 2016

Koekje (of burger) van koolraap

Is het een koekje of is het een burger? Of nog iets anders? Ik vind het niet echt een burger, want daarvoor is de structuur te zacht. Het ziet er natuurlijk wel als een burgertje uit, maar het voelt niet als een burger als je er een hap van neemt. Als je bij koekje aan iets knapperigs denkt, tsja, dan is het ook geen koekje. Maar ik denk bij koekje aan mijn viskoekjes en die zijn ook niet knapperig. In elk geval was het een lekker iets waar de toch wel vergeten groente koolraap een hoofdrol krijgt. Wij aten het koolraapkoekje bij een maaltijd van rijst met linzen, roergebakken wilde spinazie en courgette met nigellazaad, raita met komkommer, granaatappel en gember en een schepje chutney



Ik wil nog even laten weten wat een afhaler ervan vond. Deze man komt sinds kort af en toe een maaltijd afhalen en ik moet altijd wel lachen om zijn creatieve bedankjes: "Niet alleen van biefstuk zal de mens leven. Ik zie nu dat het best mogelijk is zonder vlees. Vooral die koek van koolraap was erg lekker en en die raita en chutney."


Koekje (of burger) van koolraap

(voor ± 12 koekjes)
  • koolraap (± 1 kilo)
  • eetlepel zonnebloemolie
  • 1 ui, gesnipperd
  • 1/4 theelepel gemalen chilipeper
  • 1 theelepel gemalen komijnzaad
  • 1 theelepel gemalen korianderzaad
  • 1 theelepel gemberpoeder
  • 1/2 theelepel geraspte nootmuskaat
  • 1/2 theelepel kurkuma
  • 1/2 theelepel zwarte peper uit de molen
  • zout naar smaak
  • 1 theelepel honing
  • zonnebloemolie om te bakken
  • beetje rijstebloem

Schil de koolraap en snijd in blokjes van ongeveer 1 bij 1 bij1 centimeter. Doe in een pan met zoveel water dat ze net onderstaan. Breng aan de kook. Zet het vuur laag en laat ± 30 minuten koken tot de blokjes goed gaar zijn. Ik vond het vrij lang duren deze keer. Giet goed af, laat nog even uitdampen op heel laag vuur en stamp de koolraap fijn met een pureestamper. 
Verhit ondertussen de lepel olie in een koekenpan en bak de ui hierin ± 10 minuten op laag vuur tot de ui zacht en glazig is. 
Meng de ui, alle specerijen en de honing door de koolraappuree. Proef en voeg zout naar smaak toe. Vorm van het mengsel 12 koekjes of burgertjes. Je kunt ze nu in de koelkast bewaren of direct bakken. 
Verwarm een paar lepels olie in een koekenpan. Bestuif de bovenkant van de koolraapkoekjes met wat rijstebloem en leg ze met die kant in de hete olie. Bestuif nu de bovenkant ook voorzichtig met wat rijstebloem. Keer de koekjes na 3-4 minuten om en bak de andere kant ook een paar minuten zodat die kant ook een licht korstje krijgt. Als je in 2 porties bakt, kun je de koekjes warm houden in een oven van 150C. 


donderdag 14 april 2016

Stamppot met witlof en knolselderij

De lente laat het nog een beetje afweten. Jammer, maar op een gegeven moment zal het toch wel iets warmer worden. Ondertussen blijf ik nog even in de stamppotten hangen. Deze met knolselderij en witlof is niet zo zwaar omdat ik er geen spekjes of rookworst bij heb gedaan. Dat kan natuurlijk ook, maar wij aten 'm zelf met een stuk gehaktbrood met appel. Of je maakt een gewone gehaktbal erbij. Op de stamppot ligt een half stronkje gekaramelliseerde witlof, die overigens ook gewoon met suiker kan karamelliseren. Dat is zeg maar mijn tik. Alleen de stamppot met het gehaktbrood vond ik wat saai. En eigenlijk had ik ook teveel witlof, dus op deze manier kon dat er ook mooi bij. 


Stamppot met witlof en knolselderij


  • 1 knolselderij (± 800 gram, vuil gewicht)
  • 1 kilo aardappels
  • 1 teentje knoflook
  • 600 gram witlof
  • 1 theelepel sambal
  • 1 volle theelepel vadouvan
  • eventueel scheutje melk
  • 3 augurken, in kleine blokjes
  • 1 appeltje, in blokjes
Schil de knolselderij, snijd in plakken van 1,5 centimeter dik en dan in blokjes.
Schil de aardappels en snijd in ongeveer even grote stukjes als de knolselderij.
Doe in een pan met water, roer even met je handen en giet het water af. Doe er zoveel schoon water bij dat de aardappels en knolselderij net onder staan. Voeg een theelepel zout toe en breng aan de kook. Zet het vuur lager en laat ± 15 minuten koken tot de groente gaar is. Giet af en stamp fijn met de sambal en vadouvan. Het hoeft geen supergladde puree te worden. 
Terwijl de aardappels en knolselderij koken, snijd je de witlof. Was de witlof, snijd het kontje eraf, halveer in de lengte en snijd dan in dunne boogjes. Als het hele dikke stronkjes zijn, kun je ook de helften nog doormidden snijden zodat je kwartboogjes krijgt. 
Zet de pan met gestampte aardappels op het vuur en roer er snel de witlofreepjes door. Zorg dat je ook over de bodem schraapt om te voorkomen dat de stamppot aanbrandt. Als het goed is, slinkt de witlof iets en het loslatende water zorgt ervoor dat de stamppot wat smeuïger wordt. Eventueel kun je er wat melk door roeren. Meng op het laatst de augurk- en appelblokjes door de stamppot. 


dinsdag 12 april 2016

Gnocchi met groene kool en le marcaire


Een klein kaasonderzoekje: hoeveel verschillende soorten kaas eet je ietsje vaker dan 1 keer per jaar? Dan bedoel ik met soorten niet categorieën als goudse, roodschimmel, blauwschimmel en dergelijke, maar gewoon de naam van het kaasje. Zelf eet ik niet zoveel kaas denk ik. Een kaasplankje als nagerecht is volgens mij nooit mijn keuze geweest, en bij de borrel houdt het op bij een toostje met brie en soms camembert. "Gewone" kaas, dus zeg maar Goudse, eet ik op een tosti, knackebrood, geraspt over ovenschotels en pizza, zelden op brood. Parmezaanse kaas ligt in stukjes van ± 40 gram in de vriezer voor gebruik in risotto. Feta, of eigenlijk de nep-variant, gebruik ik geregeld in salades. Zachte geitenkaas, die zonder korst, gebruik ik ook in het avondeten, net als af en toe ricotta. Roomkaas en mascarpone worden vooral in zoete gerechten gebruikt, waarbij tiramisu natuurlijk op nummer 1 staat. Blauwe kaas zoals gorgonzola en roquefort valt bij mij niet in de smaak, maar deze milde fourme d'ambert wel. Als je kijkt naar de hoeveelheid kaasjes die er wereldwijd worden gemaakt, is dit dus maar een hele beperkte keuze.
Daarom besloot ik laatst eens wat anders mee te nemen: dat werd deze le marcaire, een zachte roodschimmelkaas. Zowel op een toostje als in dit gerecht met gnocchi vond ik 'm lekker. Die kan dus aan mijn kleine kaasreportoire worden toegevoegd.

Gnocchi met groene kool en le marcaire

(3 personen)

  • 1 eetlepel olijfolie
  • 1 ui, gesnipperd
  • 1 rode peper, fijngehakt
  • 2 teentjes knoflook, fijngehakt
  • 600 gram groene kool, in reepjes (schoon gewicht)
  • 3 eetlepels crème fraîche
  • 500 gram gnocchi
  • 150 gram le marcaire
Verhit in een hapjespan of wok (met deksel) de olie. Fruit hierin de ui, knoflook en peper een paar minuten tot de ui begint te kleuren. Voeg in gedeelten de groene kool toe terwijl je alles blijft omscheppen. Voeg 2 kopjes water toe en zout naar smaak, breng aan de kook, doe het deksel op de pan en laat de kool ± 10 minuten stoven. Schep dan nog even op hoog vuur zonder deksel op zodat een deel van het vocht verdampt. Roer de crème fraîche erdoor. 
Kook ondertussen de gnocchi in ± 2 minuten gaar (zie de verpakking). Schep met een schuimspaan bij de kool en meng door elkaar. Schep de groene kool met gnocchi over in een ovenschaal. Verdeel de le marcaire erover. Zet de schaal een paar minuten onder een hete grill zodat de kaas smelt.