woensdag 2 december 2020

Pepermuntchocolaatjes met zwarte bessengelei


Wilhelmina pepermunt, dat was de chique pepermunt. Vroeger mee naar de kerk kregen wij altijd King pepermunt. Twee per dienst. Dat vond ik soms best flauw, want er waren vriendinnetjes die er 3 kregen. Om er langer mee te doen, brak ik ze in 4 stukjes over de rand van een stoel. Om de een of andere reden was ik blijer met Wilhelmina pepermunt, ook al kun je die moeilijker in stukjes breken. Misschien omdat als we Wilhelmina hadden die uit een doosje kwam en die zijn groter dan die in een rol. Of is het gewoon zo dat het anders was dan standaard en daardoor meer gewilder en had het net zo goed andersom kunnen zijn?

Gezien mijn pepermuntgeschiedenis wilde ik wel wat doen met de rol Wilhelmina pepermunt die ik kreeg toegestuurd.*) Maar wat? Want ja, een pepermuntje is gewoon een pepermuntje. Om inspiratie op te doen las ik het lemma munt in de smaakbijbel van Nikki Segnit. Ik citeer: "De Britten combineren zoethout graag met kokos of een suikerrijke naar-fruit-smakende-fondant in de vorm van Engelse drop, maar de Nederlanders combineren zoethout met munt of ammoniumcholoride - ook bekend als salmiak - in een sinister zwart snoepgoed dat in Nederland zoute drop en in Zweden lakrisal heet." Munt kan veel meer aan dan pepermunt en mijn enige associatie met pepermunt was chocolade. Gelukkig vond ik in het laatste stukje van Nikki - met de z - nog iets over zwarte bessen. Daar kon ik me wat bij voorstellen en raad eens - ik had nog een pot zwarte bessengelei ver weggestopt in de kast staan. 

Pepermuntchocolaatjes gevuld met zwarte bessengelei. Ik durf ze geen bonbons te noemen, want daarvoor zijn ze niet strak en chique genoeg. Maar ik moet zeggen dat de chocolade - dankzij de goede uitleg van Tessa - wel knapte en ook glom. Dus het tempereren was best goed gelukt. Ik gebruikte een siliconenvorm die eigenlijk bedoeld is voor mini baba's, en daar kwam de chocolade ook goed uit. Om eerlijk te zijn denk ik dat dit recept nog wel wat finetuning kan hebben, en is dit meer een vastlegging van de smaakcombinatie. 




Pepermuntchocolaatjes met zwarte bessengelei

(voor ± 12 stuks)
  • 120 gram pure chocolade
  • 4 Wilhelmina pepermunten
  • ± 75 gram zwarte bessengelei (of jam)
Doe 80 gram van de chocolade in een hittebestendige kom en hang deze boven een laag bijna kokend water om de chocolade te laten smelten. Hak de rest van de chocolade fijn. 
Verpulver de pepermunt in de vijzel. 
Haal de kom van de pan af. Roer de gehakte chocolade door de gesmolten chocolade. Op deze manier smelt de gehakte chocolade ook en daalt de temperatuur van de chocolade wat goed is voor de juiste kristalvorming. Lees verder maar bij Tessa voor meer uitleg. Roer ook het pepermuntpoeder door de chocolade.
Giet de chocolade in een bonbonvorm, zorg dat de vormpjes bedekt zijn en giet de overtollige chocolade weer terug in de kom. 
Zet de bonbonvorm even in de vriezer om de chocolade hard te laten worden. 
Verwarm de zwarte bessengelei ietsjepietsje zodat het iets vloeibaarder wordt. Maar niet te warm want dan smelt de chocolade. Als je alleen zwarte bessenjam kunt vinden, kun je die ook met de staafmixer glad pureren. 
Vul de bonbonvormpjes met de zwarte bessengelei. Zet in de vriezer om koud te laten worden. 
Herhaal het smelten van de chocolade en bedek de bovenkant (nou ja, eigenlijk de onderkant) van de chocolaatjes met de chocolade en strijk glad af. 
Laat verder opstijven in de koelkast. 

*) via Kroonophetwerk in de #foodybox. Volgens de vooraf toegezonden info had er ook  Zwart Witjes bij moeten zitten, maar dat was dus niet het geval. Vandaar mijn gekozen citaat. 

woensdag 25 november 2020

Speculaasslof met amandelspijs en mandarijn


Vorig jaar zag ik zo tegen Sinterklaas een mooie speculaasslof voorbij komen bij zoet&verleidelijk. Zo perfectionistisch ben ik niet met hoe iets lekkers voor bij de koffie eruit moet zien, maar de smaakcombinatie leek me wel erg lekker. Dus speculaaskruiden door het sloffendeeg en mandarijn in de vulling. Dat was een succes.

Speculaasslof met amandelspijs en mandarijn

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis)
  • 180 boter, op kamertemperatuur
  • 200 gram witte basterdsuiker
  • 2 gram zout
  • 1 eidooier (wit niet weggooien hè)
  • 250 gram bloem
  • 10 gram bakpoeder
  • 4 theelepels speculaasspecerijen
  • 150 gram amandelspijs
  • 3 mandarijnen
  • 2 deciliter melk
  • 15 gram custardpoeder
  • 15 gram suiker
  • 125 gram mascarpone
  • 15 gram poedersuiker
Snijd de boter in blokjes en doe ze samen met de basterdsuiker, zout en eidooier in de kom van een keukenmachine. Meng door elkaar. Voeg bloem, bakpoeder en speculaaskruiden toe en meng tot een deeg bal. In plaats van een keukenmachine kun je ook een handmixer met deeghaken gebruiken. 
Leg een stuk bakpapier op een bakplaat (of bodem van een taartvorm) en zet hierop de sloffenvorm. Duw de helft van het deeg in de vorm en maak zo een bodem. Zet de vorm een uurtje (langer mag ook) in de koelkast. De andere helft van het deeg kun je invriezen en bewaren voor iets anders. 
Kneed het amandelspijs iets losser en verdeel over de deegbodem, waarbij je rondom 1 centimeter vrij laat. 
Bak de sloffenbodem op 165C in 30 minuten gaar. Laat afkoelen. 
Terwijl de slof bakt, kun je de vulling bereiden. 
Boen 1 mandarijn schoon en rasp de schil eraf. Doe deze bij de mascarpone en zet dit nog even weg. 
Schil de mandarijn dik zodat ook het wit meekomt en snijd de partjes tussen de vliezen uit. Vang sap op. Zet de partjes even opzij  voor de garnering. Pers de andere 2 mandarijnen uit en breng al het sap aan de kook. Laat inkoken tot er 4 eetlepels over zijn. 
Breng de melk aan de kook. Roer custardpoeder en suiker met een beetje melk tot een papje en roer dit door de kokende melk. Zet het vuur uit. Roer 3 eetlepels mandarijnsap door de pudding en laat afkoelen. Roer af en toe door. Roer de laatste lepel mandarijnsap samen met de poedersuiker door de mascarpone. Eventueel kun dit in een spuitzak doen om de slof iets mooier er uit te laten zien. 
Verdeel de dikke vla over de slof. Verdeel dan de mandarijncrème erover. Versier met de mandarijnpartjes. 

woensdag 18 november 2020

Witlofsalade met walnoot, brie, honing en croutons


Je kunt natuurlijk gewoon een broodje met brie, honing en walnoten klaarmaken voor de lunch. Dat is een stukje sneller en misschien net zo lekker. Maar met 1 ingrediënt (eigenlijk 2) extra  (en iets meer werk) heb je een salade voor je neus staan. Daarmee heb je het gevoel dat je "echt geluncht" hebt in plaats van "een boterham gegeten". 

Witlofsalade met walnoot, brie, honing en croutons

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis)

  • 1-2 (oudbakken) harde broodjes (ik gebruikte een kampioentje)
  • 2 eetlepels olijfolie
  • 2-3 stronkjes witlof (± 300 gram)
  • 1 sinaasappel
  • peper, zout
  • 2 theelepels (noten)azijn
  • 2 eetlepels honing
  • 50 gram walnoten, grof gehakt
  • 125 gram brie, in stukjes
Snijd het brood in blokjes. Doe in een ovenschaal en besprenkel met 1 eetlepel olie. Schep even om. Zet het brood een paar minuten onder de grill, schep om en rooster ook de andere kant goudbruin. Houd het wel goed in de gaten, want anders heb je zwart brood. 
Was de witlof. Snijd in de lengte in reepjes. Verdeel over een grote schaal. 
Schil de sinaasappel dik en snijd de partjes tussen de vliezen uit. Vang het sap op. Knijp ook het laatste sap uit de vliezen. Snijd de partjes doormidden en verdeel over de witlof. 
Klop het sinaasappelsap met de andere lepel olie, peper, zout, azijn en 1 lepel honing tot een dressing. Lepel deze over de witlof. Verdeel de brie hierover. 
Rooster de walnoten in een klein pannetje zonder olie 2 minuten. Meng dan de rest van de honing erdoor en laat karamelliseren. Pas wel op voor verbranden. Bestrooi de salade met de croutons en walnoten. 

woensdag 11 november 2020

Rode linzen-tomatensoep


Deze keer zat er ook een bekend product in de foodybox: de rode linzen van valle del sole. Die gebruik ik heel geregeld. Vaak als basis voor een soep of curry. Hier een lijstje van een aantal favorieten van mij met rode linzen:

Vandaag dus ook weer een soep op basis van rode linzen en tomaat. Ottolenghi heeft ook een erg lekkere linzen-tomatensoep, die ik al een aantal keer gemaakt heb. Deze keer hield ik 'm wat simpeler. Ik nam de soep mee naar vrienden waar we eerst mee gingen wandelen en daarna weer opwarmden met soep en brood met smeersels.

Alleen dat plastic bovenkantje op het bakje tomatenbasis, dat mag anders. Je trekt het niet gemakkelijk los en als je iets meer kracht zet, scheurt het en spettert je tomatenbasis door de keuken als je niet oppast. 


Rode linzen-tomatensoep

(recept van bijnanetzolekkersalsthuis - ± 2 liter)

  • 1 eetlepel zonnebloemolie
  • 1 ui, gesnipperd
  • 1-2 groene pepers, fijngehakt
  • 3 centimeter gember, fijngehakt
  • 1 eetlepel lekker kerriepoeder
  • 1/2 bosje koriander
  • 350 gram rode linzen
  • 1,5 liter water
  • 2 groentebouillonblokjes
  • 1 bakje tomatenbasis (550 gram)*)
  • handje cherrytomaatjes of 1-2 tomaten, in kleine stukjes
  • 1 limoen, in partjes
Verhit de olie in een grote soeppan. Fruit de ui een paar minuten. 
Hak de koriander (inclusief steeltjes) fijn. Voeg dan 2/3 van de pepers, de gember, de koriandersteeltjes en het kerriepoeder toe. Fruit een minuutje mee. Roer dan de linzen erdoor. Voeg 1,5 liter water toe en breng aan de kook. Laat op laag vuur 15 minuten koken tot de linzen gaar zijn. 
Verkruimel de bouillonblokjes boven de pan en voeg de tomatenbasis toe. Breng aan de kook en laat nog 5 minuten doorpruttelen. Proef of je er nog extra zout door wilt. 
Meng de korianderblaadjes, de achtergehouden peper en stukjes tomaat door elkaar. Schep de soep in kommen en lepel er een beetje van het tomaat-koriandermengsel op. Serveer met een partje limoen om in de soep uit te knijpen. 

*) pak gezeefde tomaten (500 ml) of 1,5 blik gepelde tomaten kan ook prima

woensdag 4 november 2020

Honingparfait met moerbeien


Dit was voor ons een lokaal toetje. Iemand uit onze buurt heeft bijenkasten in zijn tuin en verkoopt de - erg lekkere -honing. De moerbeien kwamen uit de kantoortuin aan de overkant van ons huis. Maar die mag je ook door bramen vervangen of ander fruit. En de eieren hadden ook nog van kippen uit de buurt kunnen komen, want er is ook iemand die af en toe eieren te koop heeft. 

Honingparfait met moerbeien

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - 4-6 personen)
  • 2 deciliter slagroom
  • 2 eieren
  • 70 gram honing
  • 20-30 moerbeien 
Bekleed een (rechthoekige) vorm van ± 0,75 liter inhoud met plastic folie. Zorg dat je stuk folie zo groot is dat je het straks over de bovenkant kan omslaan. Mijn vorm was iets groter zodat de plakken parfait niet zo heel hoog zijn uitgevallen. 
Klop de koude slagroom net stijf en zet nog even koud weg. 
Doe de eieren met de honing in een hittebestendige kom. Hang deze op een pan met daarin een laagje bijna kokend water. Klop de eieren met de honing minstens 5 minuten met de handmixer tot je een dikke, bleekgele crème hebt. Haal de kom van de pan af en klop dan nog 1-2 minuten door om het mengsel iets af te laten koelen. Spatel de slagroom door het honingmengsel. Verdeel over de vorm en dek af met het overhangende folie. Zet de parfait minstens 3 uur in de vriezer om hard te worden. 
Als je parfait een dag van tevoren maakt, haal 'm dan een minuut of 10 voor het aansnijden uit de vriezer. Parfait wordt geen keihard ijs, maar net iets zachter maakt het gemakkelijker om de parfait (met eventueel een warm mes) in plakken te snijden. 
Leg een plak honingparfait op een bordje en garneer met de moerbeien.

Het idee van de parfait is gebaseerd op een recept van Nigella Lawson

woensdag 28 oktober 2020

Taart met rode bessen en witte chocolade botercrème

Of ze netjes 1 voor 1 met de hand in het bakje gelegd waren, zo strak en recht lagen de trosjes rode bessen in het doosje. Waarschijnlijk is dat ook gebeurd, want rode bessen zijn best kwetsbaar dus de vraag is of een machine het goed kan doen. De trosjes waren ook recht en lang. Kijk maar:

Eerlijk gezegd zijn rode bessen voor mij een zomerproduct. Dus ik was een beetje verbaasd dat ze in de herfsteditie van de #foodybox zaten. Natuurlijk weet ik wel dat je rode bessen het hele jaar door kunt kopen. Ik dacht eigenlijk dat ze dan gewoon van een andere plek op de wereld kwamen waar het dan oogsttijd was. Toen ik een beetje rondneusde op de site van de berrybrothers, de teler van deze rode bessen, stuitte ik op de term ULO. Een beetje zoeken op internet leerde mij dat dat een manier van bewaren is van onder andere rode bessen waardoor ze maanden goed kunnen blijven. Dus vandaar dat je met kerst ook ineens zoveel rode bessen ziet. In eerste instantie was mijn gedachte "dus vers is niet net geoogst". Maar waarom zou je met rode bessen dan niet hetzelfde doen dat met appels en peren al decennia gebeurt? En daar vind ik het niet vreemd van. 

Rode bessen kunnen heel zuur smaken. Wij aten ze vroeger gerist en omgeschept met een beetje witte basterdsuiker. Deze rode bessen waren ook wel friszuur, maar ook fruitig. Een echte rode bessensmaak. Dat zure in de bessen combineert dan met het (erg) zoete van de witte chocolade botercrème waar de taart mee bestreken is. Dat kwam uit een bakje dat in dezelfde foodybox zat. De crème smeerde goed uit na een paar (echt maar een paar) tellen in de magnetron, maar was voor mijn smaak toch een tikje te zoet. 


Taart met rode bessen en witte chocolade botercrème

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - 2 springvormen van 14 centimeter doorsnee)

  • 150 gram boter (kamertemperatuur)
  • 150 gram suiker
  • 3 eieren
  • 1/2 flesje rumaroma
  • 150 gram bloem
  • 1 theelepel bakpoeder
  • 300 gram rode bessen
  • 15-20 gram witte basterdsuiker
  • 1,5 blaadje gelatine
  • 1 bakje witte chocolade botercrème
Klem een stuk bakpapier tussen de rand en de bodem van de springvormen. 
Klop de boter met de suiker in ± 5 minuten tot een romig mengsel. Klop er 1 voor 1 de eieren door. Klop het rumaroma erdoor. Zeef bloem en bakpoeder boven de kom en meng snel door het beslag. 
Verdeel het cakebeslag over de 2 vormen. Strijk de bovenkant zo glad dat het beslag naar de randen toe een iets dikkere laag vormt en in het midden iets meer een kuiltje is. Op die manier voorkom je dat de cake in het midden heel erg bol wordt. 
Bak de cakebodems op 175C in ± 30 minuten gaar. Laat in de vorm afkoelen.
Maak ondertussen de rode bessenvulling. Pureer hiervoor 200 gram van de rode bessen. Wrijf de puree door een zeef als je geen pitjes wilt. Roer de basterdsuiker door de rode bessenpuree. Week de gelatine ± 5 minuten in koud water. Verwarm een deel van de rode bessenpuree en los hierin de gelatine op. Roer dit door de rest van de puree. Laat nagenoeg opstijven. In de koelkast gaat dit een stuk sneller maar controleer af en toe hoe ver het is. 
Snijd beide cakes horizontaal in 2 plakken. Leg 1 plak op een plat bord (of rooster), veeg de ergste kruimels weg met een kwast en smeer een laagje (± 1/6 van het bakje) botercrème op de cake. Dek af met een cakebodem. Verdeel hier de rode bessenvulling over. Dek af met een laag cake. Smeer hier weer een laagje botercrème op en dek af met de laatste cake. Zet de rand van een springvorm om de cake en zet een uurtje in de koelkast zodat alles net wat steviger op elkaar zit. 
Bestrijk de taart dan rondom met de rest van de botercrème. Het beste kun je dit met een paletmes doen. Ik ben daar zelf niet zo handig in, dus zoek even op internet hoe je dit op een goede manier kunt doen. Verdeel de achtergehouden rode bessen in trosjes over de taart. 

woensdag 21 oktober 2020

Bramenketchup & bramenbarbecuesaus


Natuurlijk zijn er meer dingen aan te wijzen die onze zomer van 2020 kunnen karakteriseren maar als ik 2 dingen mag noemen zijn dat spareribs en bramen. En die 2 dingen kun je zelfs combineren. Manlief had heel enthousiast bramen geplukt dus wat maak je daar dan mee als je geen bramenjam of bramensap wilt maken? Ik brainstormde een beetje en kwam uit op bramenketchup. Bij het noemen van dat idee werd er niet echt enthousiast gereageerd, maar ik deed het lekker toch. Eerst maakte ik ketchup van de bramen en daarna gebruikte ik die ketchup weer in een bbq-saus. Misschien een beetje omslachtig om het in 2 stappen te doen. Maar de ketchup is nu eenmaal een ingrediënt in de bbq-saus die ik als basis nam

Je kunt de bbq-saus in brandschone potten bewaren en dan blijft het wel een tijdje goed. Maar omdat ik wat kleinere porties dan een jampot wilde hebben en geen kleine potjes meer had vroor ik de bbq-saus in kleinere porties in. 

Bij het bbq'en van de laatste 2 racks gebruikte ik deze bramenbbq-saus en daar werd erg enthousiast op gereageerd. Dus de bramenketchup (en bbq-saus) was dus best een goed idee. 

Bramenketchup

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis - ± 700 milliliter)
  • 600 gram bramen
  • 1 rode ui, gesnipperd (100 gram)
  • een scheutje water
  • 3 centimeter gember, geraspt
  • 15 witte peperkorrels
  • 15 zwarte peperkorrels
  • 1 theelepel korianderzaad
  • 4 kruidnagels
  • 3 pimentbessen
  • 2 jeneverbessen
  • 1/2 theelepel zout
  • 60 milliliter azijn
  • 60 gram suiker
Doe de bramen, ui en een scheutje water in een pan. Breng aan de kook, prak een paar bramen iets fijner zodat je wat meer vocht krijgt en laat op laag vuur met een deksel op de pan 30 minuten pruttelen tot de ui zacht is. Controleer af en toe of het niet aanbrandt. 
Maal peperkorrels, korianderzaad, kruidnagel, piment in een specerijenmolen fijn. Maal op het eind de jeneverbessen nog even mee. 
Pureer de bramen, voeg de gember, specerijen, zout, azijn en suiker toe en laat op laag vuur nog 20 minuten pruttelen. Roer af en toe. 
Giet de ketchup in brandschone potten of flessen als je de ketchup langer wilt bewaren. Als je de ketchup verder wil verwerken tot bbq-saus is een gewone pot of bak die je in de koelkast zet prima. 

Bbq-saus van bramen

(recept van bijnanetzolekkeralsthuis) 
  • 100 milliliter witte wijnazijn
  • 80 gram bruine basterdsuiker
  • 50 gram stroop 
  • 50 gram honing
  • 3 eetlepels rum
  • 2 eetlepels worcestershiresaus
  • 1 theelepel gemalen piment 
  • 1/4 theelepel gemalen kruidnagel
  • 2 theelepel gemalen zwarte peper
  • 1/2 theelepel gerookt paprikapoeder
  • 1/2 theelepel cayennepeper
  • 2 theelepels mosterdpoeder
  • 1/2 theelepel zout
  • 700 milliliter bramenketchup
Doe alle ingrediënten, behalve de ketchup, in een pan. Breng langzaam aan de kook en roer zodat alles goed mengt en de suiker oplost. Voeg de ketchup toe. Breng langzaam aan de kook en roer geregeld. Pas op voor spetters. Laat op laag vuur ± 20 minuten pruttelen. Giet in gesteriliseerde potten of flessen of vries in. Als je van plan bent de bbq-saus binnen 2 weken op te maken is een gewone goed schone pot die je in de koelkast zet ook goed. De bbq-saus is wel het lekkerst als je 'm in elk geval een dagje de tijd geeft zodat de smaken goed op elkaar inwerken.